ECLI:NL:RBZWB:2026:346

ECLI:NL:RBZWB:2026:346, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-01-2026, 25/6791

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 25/6791
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie. Belangenafweging. Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen.

Uitspraak

uitspraak van 23 januari 2026 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] (mede namens haar drie minderjarige zonen), uit [plaats] , verzoekster,

gemachtigde: mr. F.A. van den Berg,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele (het college), verweerder.

Inleiding

1. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van 18 december 2025 (bestreden besluit) over de overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie met ingang van 7 januari 2026. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 19 januari 2026. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het college werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] . Zij werden bijgestaan door mr. drs. A. Schreijenberg.

OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden

2. Verzoekster en haar drie minderjarige zonen zijn afkomstig uit Oekraïne. Vanwege de oorlog in dit land sinds februari 2022 vluchtten vele Oekraïense burgers naar Nederland. De gemeente Borsele huurt units van [B.V.] ten behoeve van de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. De units zijn gelegen te [postcode] in [plaats] aan de [straat] [nummer 1] tot en met [nummer 2] .

Verzoekster verblijft met haar minderjarige kinderen in een woning aan de [adres] te [plaats] . Het college heeft in een e-mail van 4 november 2025 aangekondigd dat zij in december 2025 en januari 2026 zullen worden geherhuisvest, omdat de huur van een opvangvoorziening per 31 december 2025 afloopt en de opvangcapaciteit efficiënter moet worden benut. In een e-mail van 23 december 2025 staat dat verzoekster en haar kinderen op 6 januari 2026 zullen verhuizen naar een woonunit aan de [straat] [nummer 3] in [plaats] . Deze unit heeft vier slaapkamers, waarvan verzoekster er drie mag gebruiken.

Het college heeft in het bestreden besluit aan verzoekster per 7 januari 2026 een nieuwe plaats toegewezen op de opvanglocatie aan de [straat] [nummer 3] in [plaats] , op grond van artikel 9 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Zij heeft de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het standpunt van het college

3. Het college stelt dat hij gebruik mag maken van zijn bevoegdheid om verzoekster en haar kinderen naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen. Hij heeft in zijn afweging onder meer betrokken dat alle gezinsleden samen worden geplaatst, en dat zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met leeftijd, mobititeit in relatie tot voorzieningen, medische omstandigheden, of dieren in de opvanglocatie zijn toegestaan, en sociale omstandigheden/ervaringen. Alleenstaanden worden op een eenpersoonskamer geplaatst. Volgens het college ligt aan zijn besluit een zorgvuldige belangenafweging ten grondslag, waarbij – naast het algemeen belang bij een goede verdeling van opvangplekken – ook de persoonlijke situatie van verzoekster is meegewogen.

Verzoeksters standpunt

4. Verzoekster stelt dat de toegewezen opvanglocatie ongeschikt is voor haar gezin, met name vanwege de kwetsbaarheid van haar jongste zoon, die drie jaar oud is en kampt met een ontwikkelingsachterstand en (zeer frequent optredende) epilepsie. Verzoekster heeft ter zitting verder gesteld dat inmiddels autisme bij hem is vastgesteld. Ter onderbouwing van zijn situatie heeft verzoekster medische stukken van Revant en DOT Zeeland overgelegd. De nieuwe woonruimte is volgens verzoekster onveilig, omdat er geen omsloten tuin is en de keuken niet af te sluiten is. Haar jongste zoon heeft geen overlevingsinstinct, vertoont constant prikkelzoekend gedrag (zoals bonken met zijn hoofd tegen muren) en kan gemakkelijk weglopen, wat een aanzienlijk risico vormt. Ook kan hij inmiddels het aanrecht en fornuis bereiken, wat eerder tot gevaarlijke situaties heeft geleid. Daarnaast heeft hij onbelemmerde toegang tot de badkamer en het toilet, wat risico’s met zich meebrengt. In de huidige woning kunnen deze risico’s beter worden beheerst door afsluitbare ruimtes en een veilige, omheinde tuin. Verder is de woonomgeving van de huidige woning veiliger, terwijl de [straat] een verkeers- en waterrijke omgeving is, die extra risico’s met zich meebrengt.

Toetsingskader voorzieningenrechter

5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Bij het nemen van een beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening speelt een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol. Daarbij zal de vraag of er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de aangevallen beslissing niet in stand kan blijven, moeten worden beantwoord. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Relevante wet- en regelgeving

6. De relevante bepalingen in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn) en de RooO luiden als volgt.

Artikel 13 van de Richtlijn

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.

Artikel 2 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. (…)

Artikel 5 van de RooO

1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.

2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.

3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.

Artikel 9 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.

Artikel 15 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.

Beoordeling van het spoedeisend belang

7. Verzoekster heeft het spoedeisend belang onderbouwd door te stellen dat een verhuizing naar de toegewezen opvanglocatie een onaanvaardbaar veiligheidsrisico oplevert en kan leiden tot een levensbedreigende situatie voor haar jongste zoon. De voorzieningenrechter ziet in deze gestelde omstandigheden, in samenhang met de (uiteindelijk) aangezegde verhuisdatum, voldoende aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen in deze zaak.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

8. Niet in geschil is dat het college op grond van artikel 9, eerste lid, van de RooO bevoegd is tot het overplaatsen van verzoeksters gezin naar een nieuwe opvanglocatie. De vraag is of het college in dit geval gebruik mocht maken van die bevoegdheid. Het college heeft een groot belang om de aanwezige opvangcapaciteit optimaal te benutten vanwege het aantal op te vangen ontheemden. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het bij de toegewezen woonvoorziening gaat om een 'fatsoenlijk onderkomen' als bedoeld in artikel 13 van de Richtlijn, en of daarin sprake is van een 'toereikend huisvestingsniveau' als bedoeld in artikel 5 van de RooO. Verder is de vraag of het college voldoende rekening heeft gehouden met de kwetsbaarheid van verzoeksters gezin, met name gelet op de situatie van haar jongste zoon.

9. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college in het bestreden besluit onvoldoende kenbaar gemotiveerd waarom de toegewezen woonvoorziening voldoet aan de toepasselijke criteria. Het bestreden besluit bevat slechts een algemene belangenafweging, waarin wordt volstaan met een opsomming van aandachtspunten waarmee rekening zou zijn gehouden. Daarmee is niet inzichtelijk gemaakt hoe de bijzondere opvang- en veiligheidsbehoeften van het gezin van verzoekster daadwerkelijk zijn betrokken, zoals vereist op grond van de RooO en de Richtlijn. De voorzieningenrechter stelt hierbij vast dat niet in geschil is dat bij verzoeksters gezin sprake is van kwetsbare ontheemden in de zin van artikel 15 van de RooO en dat de problematiek van de jongste zoon ernstig is, gezien de overgelegde medische stukken en de toelichting daarop. Evenmin heeft het college betwist dat de situatie van de jongste zoon in de toegewezen woning aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk maakt. Hoewel het college heeft gezegd bereid te zijn dergelijke maatregelen te treffen, heeft het geen concreet inzicht gegeven in de feitelijke inrichting en situatie van de nieuwe woning. Daardoor blijft onduidelijk of, en in hoeverre, het treffen van afdoende veiligheidsmaatregelen daadwerkelijk mogelijk is. Hoewel verzoekster aan de criteria van de Richtlijn en de RooO geen aanspraak kan ontlenen op specifieke voorzieningen, zoals een afgesloten tuin. en iedere ouder toezicht dient te houden op een jong kind van deze leeftijd, moet de directe woonomgeving van verzoekster en haar gezin – zeker gelet op de kwetsbaarheid van haar jongste zoon – wel veilig zijn. De voorzieningenrechter acht het daarom noodzakelijk dat het college nader onderzoek verricht naar deze aspecten en – indien het bestreden besluit wordt gehandhaafd – voorziet in een aanvullende motivering die is toegespitst op de situatie van verzoeksters gezin. Hoewel niet is uitgesloten dat het college de geconstateerde gebreken in bezwaar kan herstellen, ziet de voorzieningenrechter in het voorgaande voldoende aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit. Dit betekent dat verzoekster en haar drie kinderen vooralsnog niet hoeven te verhuizen. Deze voorziening vervalt zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Verzoekster is vrijgesteld van het moeten betalen van griffierecht, waardoor het college niet wordt opgedragen het griffierecht aan verzoekster te vergoeden. De voorzieningenrechter veroordeelt het college wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

-wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

-schorst het bestreden besluit tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

-veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.Onderkant formulier

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?