ECLI:NL:RBZWB:2026:347

ECLI:NL:RBZWB:2026:347, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-01-2026, 25/6787

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-01-2026
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 25/6787
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie. Belangenafweging. Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak van 23 januari 2026 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] (mede namens haar partner en twee minderjarige zonen), uit [plaats] , verzoekster,

gemachtigde: mr. F.A. van den Berg,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele (het college), verweerder.

Inleiding

1. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van 18 december 2025 (bestreden besluit) over de overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie met ingang van 6 januari 2026. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 19 januari 2026. Verzoekster en haar partner zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Het college werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] . Zij werden bijgestaan door mr. drs. A. Schreijenberg.

OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden

2. Verzoeksters gezin is afkomstig uit Oekraïne. Vanwege de oorlog in dit land sinds februari 2022 vluchtten vele Oekraïense burgers naar Nederland. De gemeente Borsele huurt units van [B.V.] ten behoeve van de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. De units zijn gelegen te [postcode] in [plaats] aan de [straat] [nummer 1] tot en met [nummer 2] .

Verzoeksters gezin verblijft in een woonunit aan de [straat] [nummer 3] , die is voorzien van vier slaapkamers. Het college heeft in een e-mail van 4 november 2025 aangekondigd dat het gezin in december 2025 en januari 2026 zal worden geherhuisvest, omdat de huur van een opvanglocatie per 31 december 2025 afloopt en de opvangcapaciteit efficiënter moet worden benut. In een e-mail van 23 december 2025 staat dat het gezin van verzoekster op 6 januari 2026 zal verhuizen naar een woonunit aan de [straat] [nummer 4] in [plaats] . De unit is geschikt voor vier personen en heeft twee slaapkamers.

Het college heeft in het bestreden besluit aan verzoeksters gezin per 6 januari 2026 een nieuwe plaats toegewezen op de opvanglocatie aan de [straat] [nummer 4] in [plaats] , op grond van artikel 9 van de Regeling Opvang Ontheemden Oekraïne (RooO). Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Zij heeft de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het standpunt van het college

3. Het college stelt zich op het standpunt dat hij gebruik mag maken van zijn bevoegdheid om verzoeksters gezin naar een opvanglocatie aan de [straat] [nummer 4] in [plaats] over te plaatsen. Hij heeft in zijn afweging onder meer betrokken dat alle gezinsleden samen worden geplaatst, en dat zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met leeftijd, mobititeit in relatie tot voorzieningen, medische omstandigheden, of dieren in de opvanglocatie zijn toegestaan, en sociale omstandigheden/ervaringen. Alleenstaanden worden op een eenpersoonskamer geplaatst. Volgens het college ligt aan zijn besluiten een zorgvuldige belangenafweging ten grondslag, waarbij – naast het algemeen belang bij een goede verdeling van opvangplekken – ook de persoonlijke situatie is meegewogen.

Het standpunt van verzoekster

4. Verzoekster stelt, kort samengevat, dat de toegewezen opvanglocatie ontoereikend is, en dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met haar situatie en die van haar kinderen (7 en 14 jaar) als kwetsbare ontheemden. Zij stelt dat zij onder behandeling staat voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en dat haar jongste zoon lijdt aan diabetes mellitus type 1 en psychologische behandeling krijgt. Hierdoor heeft hij permanent medische zorg en toezicht nodig, en is hij bijzonder kwetsbaar. Verzoekster stelt dat de aanwezigheid van drie slaapkamers noodzakelijk is. In de huidige woning beschikt de jongste zoon over een eigen slaapkamer, waarin hij direct en in rust kan worden behandeld als zijn insulinepomp gedurende de dag en nacht een alarm afgeeft. Ook heeft haar oudste zoon behoefte aan een eigen ruimte voor rust en studie. De beoogde opvanglocatie biedt deze mogelijkheid niet. Volgens verzoekster is in het bestreden besluit ook niet, althans niet inzichtelijk, betrokken hoe de belangen van haar kinderen zijn meegewogen. Evenmin heeft vooraf overleg plaatsgevonden of is geïnventariseerd welke specifieke opvangbehoeften binnen het gezin bestaan.Verzoekster heeft haar overige gronden tegen het bestreden besluit ter zitting ingetrokken.

Toetsingskader voorzieningenrechter

5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Bij het nemen van een beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening speelt een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol. Daarbij zal de vraag of er een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat de aangevallen beslissing niet in stand kan blijven, moeten worden beantwoord. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Relevante wet- en regelgeving

6. De relevante bepalingen in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55 EG, de Richtlijn) en de RooO luiden als volgt.

Artikel 13 van de Richtlijn

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.

Artikel 2 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. (…)

Artikel 5 van de RooO

1. De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.

2. Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.

3. Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.

Artikel 9 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.

Artikel 15 van de RooO

1. Het college van burgemeester en wethouders houdt bij uitvoering van deze regeling rekening met de specifieke situatie van kwetsbare ontheemden zoals minderjarigen, personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.

Beoordeling van het spoedeisend belang

7. Verzoekster heeft het spoedeisend belang onderbouwd door erop te wijzen dat haar jongste zoon diabetes type 1 heeft, en daarom voortdurend zorg nodig heeft. Verhuizing zorgt voor stress waardoor de bloedglucosewaarde kan stijgen of dalen met als gevolg kans op (meer) hypo- of hyperglykemie die moet worden behandeld. De voorzieningenrechter ziet in deze gestelde omstandigheden, in samenhang met de (uiteindelijk) aangezegde verhuisdatum, voldoende aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen in deze zaak.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

8. Niet in geschil is dat het college op grond van artikel 9, eerste lid, van de RooO bevoegd is tot het overplaatsen van verzoeksters gezin naar een nieuwe opvanglocatie. De vraag is of het college in dit geval gebruik mocht maken van die bevoegdheid. Het college heeft een groot belang om de aanwezige opvangcapaciteit optimaal te benutten vanwege het aantal op te vangen ontheemden. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het bij de toegewezen woonvoorziening gaat om een 'fatsoenlijk onderkomen' als bedoeld in artikel 13 van de Richtlijn, en of daarin sprake is van een 'toereikend huisvestingsniveau' als bedoeld in artikel 5 van de RooO. Verder is de vraag of het college voldoende rekening heeft gehouden met de kwetsbaarheid van verzoeksters gezin, nu het gezin als gevolg van het bestreden besluit niet langer over vier, maar nog maar over twee slaapkamers zal kunnen beschikken.

9. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college in het bestreden besluit onvoldoende kenbaar gemotiveerd waarom de toegewezen woonvoorziening voldoet aan genoemde criteria, en waarom voldoende rekening is gehouden met de bijzondere opvang- en veiligheidsbehoeften van verzoeksters gezin, zoals vereist op grond van de RooO en de Richtlijn. Het bestreden besluit bevat namelijk enkel een algemene belangenafweging met vermelding van de aandachtpunten waarmee rekening zou zijn gehouden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan dit gebrek wel worden hersteld bij het nemen van de beslissing op bezwaar, door alsnog in een meer op verzoeksters gezin toegespitste motivering te voorzien. De voorzieningenrechter acht daarbij het volgende van belang.

10. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verzoekster aan genoemde criteria in de Richtlijn en de RooO geen aanspraak kan ontlenen op een bepaald aantal slaapkamers of minimale oppervlakte aan woonruimte. Ook een eventuele achteruitgang op deze aspecten ten opzichte van de huidige woonsituatie maakt nog niet dat bij de nieuwe opvangvoorziening niet is voldaan aan genoemde criteria. Hoewel verzoekster terecht stelt dat bij haar gezin sprake is van kwetsbare ontheemden als bedoeld in artikel 15 van de RooO en zij ook een begrijpelijke redenen aandraagt voor het kunnen beschikken over drie slaapkamers, heeft het college steekhoudend toegelicht waarom de toegewezen woning met twee slaapkamers en vier slaapplekken (ook) voldoet aan de relevante criteria. Daarbij is van belang dat uit de overgelegde brieven van het ADRZ van 28 juli en 23 augustus 2022 volgt dat verzoeksters jongste zoon diabetes mellitus type 1 heeft, maar ook dat deze goed is ingesteld. Meer recente informatie waaruit blijkt dat sprake is van bijzondere complicaties is niet overgelegd. In de ter zitting overgelegde brief van de huisarts van 9 januari 2026 is opgenomen dat als de insulinepomp van verzoeksters jongste zoon een alarm afgeeft, verzoekster en haar partner hierop moeten handelen, maar informatie over de frequentie van het moeten ingrijpen ontbreekt. Van de door verzoekster gestelde PTSS en de psychische problemen van haar, en de psychologische behandeling van haar jongste zoon zijn geen medische stukken overgelegd. Wat betreft de door verzoekster genoemde beurtrol (afspraak) waarbij zij om de beurt 's nachts eventuele complicaties met de jongste zoon opvangen, is de voorzieningenrechter met het college voorshands van oordeel dat verzoekster en haar partner kunnen kiezen voor een bepaalde verdeling van de slaapplaatsen die het meest geschikt is om hier vorm aan te geven. Verder heeft het college rekening gehouden met de belangen van verzoeksters gezin door een zelfstandige woonunit toe te kennen die zij niet hoeven te delen met andere ontheemden.

Bovenkant formulier

Conclusie

11. Gezien het voorgaande heeft het college het belang om tot een optimale verdeling van schaarse opvangcapaciteit te komen zwaarder mogen laten wegen dan het belang van verzoekster om niet overgeplaatst te worden. Het bestreden besluit zal naar verwachting van de voorzieningenrechter standhouden na heroverweging in bezwaar. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.Onderkant formulier

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?