ECLI:NL:RBZWB:2026:3483

ECLI:NL:RBZWB:2026:3483

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 29-04-2026
Zaaknummer 02-094470-25
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor openlijk geweld tot een taakstraf van 120 uren.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-094470-25

vonnis van de meervoudige kamer van 29 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. I.A.C. Cools, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is op 11 juli 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer en is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 april 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of alleen [aangever] letsel heeft toegebracht door te slaan, te schoppen en/of te krabben. Dit is op verschillende manieren ten laste gelegd.

3. De voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding.

Ter zitting is gebleken dat er onduidelijkheid bestond over de manier waarop de verweten feiten ten laste zijn gelegd. Er zijn namelijk twee dagvaardingen onder hetzelfde parketnummer uitgebracht waarbij de redactie van de strafrechtelijke verwijten verschilt. De rechtbank gaat in haar beoordeling uit van de tenlastelegging zoals opgenomen in de bijlage waarbij de feiten als primair/subsidiair ten laste zijn gelegd. Deze tenlastelegging volgt uit de meest recente dagvaarding die aan verdachte werd verstuurd. De rechtbank gaat ervan uit dat deze tenlastelegging de eerder uitgezonden tenlastelegging vervangt en dat die eerdere tenlastelegging abusievelijk niet is ingetrokken. De officier van justitie en de raadsman hebben te kennen gegeven eveneens uit te gaan van betreffende dagvaarding.. Naar het oordeel van de rechtbank is de dagvaarding geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met zijn zus openlijk geweld heeft gepleegd tegen aangever.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primaire en subsidiair ten laste gelegde feit en dus moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Primair

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte geweldshandelingen heeft gepleegd jegens aangever. Tevens volgt daaruit dat dit op de openbare weg heeft plaatsgevonden. De volgende vraag die de rechtbank dient te beoordelen is of verdachte dit geweld in vereniging heeft gepleegd. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

Aangever verklaart dat op het moment dat hij door medeverdachte werd mishandeld, medeverdachte een man riep die verderop in de straat stond. Deze man kwam naar hen toegelopen en begon zich ermee te bemoeien. Hij begon aangever ook te duwen en te slaan en hij riep daarbij ‘je moet niet aan mijn zus komen’. De vriendin van aangever – getuige [getuige] – verklaart ook dat er een man aan kwam gelopen en naar medeverdachte toeliep. Hij begon aangever te slaan en te trappen, terwijl medeverdachte ondertussen ook nog steeds bezig was met slaan en schoppen. Getuige [getuige] verklaart daarbij ook dat zij gehoord heeft dat de man iets zei in de zin van ‘niet tegen mijn zus, man’.

Aangever geeft een signalement van de man die hem samen met medeverdachte heeft mishandeld en benoemt daarbij onder andere dat diegene een fors postuur had en een beige shirt droeg. Verdachte voldoet aan dit signalement gezien de politiefoto van hem in het dossier.

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om aan te nemen dat verdachte samen met een ander geweld heeft toegepast jegens aangever en dat die ander de zus van verdachte is. Aangever en zijn vriendin verklaren beide over een tweede persoon die geweld heeft gebruikt, over de omstandigheden waaronder dit is gebeurd en over de uitlatingen die door deze persoon zijn gedaan. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan deze verklaringen. Zij kennen verdachte en zijn zus niet en niet kan worden ingezien waarom zij op dat punt zouden liegen. Dat andere getuigen het geweld door meerdere personen kennelijk niet hebben waargenomen, doet hier niet aan af.

Deze getuigen verklaren wel over een man, maar die man heeft de ruzie juist proberen te sussen en de scooter van aangever op de stoep gezet, hetgeen overigens ook door aangever en zijn vriendin wordt bevestigd. Gezien echter de gegeven signalementen van de kleding van de desbetreffende man is dit onmiskenbaar een ander dan verdachte. Dit wordt overigens ook door medeverdachte bevestigd nu zij het in haar verklaring heeft over iemand die zij niet kende en die haar naar huis stuurde.

Voor een bewezenverklaring van het openlijk en in vereniging plegen van geweld moet vast komen te staan dat – in dit geval de beide verdachten - een voldoende significante of wezenlijke bijdrage hebben geleverd. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan sprake, zodat de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair

op 26 maart 2025 te Tilburg, openlijk, te weten aan de Burchtstraat

(ter hoogte van Hertogstraat), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

persoon, te weten [aangever] , door die [aangever] meermalen:

- te slaan tegen de arm en het

gezicht en/of het hoofd, en

- te schoppen en/of te trappen tegen het been, en

- te krabben in de nek.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 100 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt bij te volstaan met het opleggen van een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met zijn zus schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen aangever. Zijn zus was betrokken bij een ruzie in het verkeer en was bezig aangever te mishandelen toen zij verdachte erbij riep. In plaats van zijn zus tegen te houden en de ruzie proberen te sussen, is verdachte vervolgens zelf aangever gaan duwen, slaan, trappen en/of schoppen en heeft hij een significante bijdrage geleverd aan het geweld richting aangever. Door dit geweld heeft aangever letsel opgelopen. Naast de fysieke gevolgen van het incident heeft hij ook last gehad van gevoelens van angst. Nu dit geweld heeft plaatsgevonden op de openbare weg en diverse getuigen dit hebben gezien, versterkt dit ook de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk.

Verdachte is al vaker veroordeeld voor geweldsdelicten, ook tot deels voorwaardelijke straffen. Ook heeft hij in het verleden diverse hulpverleningstrajecten doorlopen, die vroegtijdig zijn beëindigd, en heeft hij al meerdere keren onder toezicht van de reclassering gestaan, hetgeen wisselend is verlopen, aldus het reclasseringsrapport van 26 juni 2025. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat eerdere interventies niet hebben geleid tot structurele gedragsverandering. De rechtbank ziet bij verdachte dan ook geen reden een voorwaardelijk deel op te leggen, zoals wel door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende, waarbij de rechtbank ook heeft gekeken naar de rol van verdachte – die de rechtbank kleiner acht dan de rol van zijn zus – acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 120 uur passend en geboden.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 1.514,26 voor feit 1 primair.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 714,26, waarvan € 14,26 materiële schade (reiskosten) en € 700,00 immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 26 maart 2025.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu de omvang van de schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in zijn vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat hij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zal zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling 7 dagen gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever] van € 714,26, waarvan € 14,26 aan materiële schade en € 700,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever] , € 714,26 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 maart 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 7 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Donders, voorzitter, mr. M.A.E. Dekker en mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 april 2026.

Mrs. Donders en Vliegenberg zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

10. Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 26 maart 2025 te Tilburg, openlijk, te weten aan de Burchtstraat

(ter hoogte van Hertogstraat), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een

voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

persoon, te weten [aangever] , door die [aangever] meermalen, althans

eenmaal:

- ( met kracht) te slaan en/of te stompen tegen de arm en/of het been en/of het

gezicht en/of het hoofd, althans op/tegen het lichaam, en/of

- ( met kracht) te schoppen en/of te trappen tegen het been, althans op/tegen het

lichaam, en/of

- te krabben en/of te krassen op/tegen de nek, althans op/tegen het lichaam;

( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 maart 2025 te Tilburg, [aangever] heeft mishandeld

door die [aangever] , meermalen, althans eenmaal:

- ( met kracht) te slaan en/of te stompen tegen de arm en/of het been en/of het

gezicht en/of het hoofd, althans op/tegen het lichaam, en/of

- ( met kracht) te schoppen en/of te trappen tegen het been, althans op/tegen het

lichaam, en/of

- te krabben en/of te krassen op/tegen de nek, althans op/tegen het lichaam;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand