uitspraak van 23 januari 2026 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] (mede namens haar minderjarige [dochter] ), uit [plaats] , verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele (het college), verweerder.
Inleiding
1. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van 11 december 2025 (bestreden besluit), waarin het college heeft besloten twee extra volwassen personen onder te brengen in de woonruimte die zij samen met haar minderjarige dochter bewoont.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 19 januari 2026. Verzoekster is niet verschenen. Het college werd vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] . Zij werden bijgestaan door mr. drs. A. Schreijenberg.
OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden
2. Verzoekster en haar minderjarige dochter zijn afkomstig uit Oekraïne. Vanwege de oorlog in dit land sinds februari 2022 zijn vele Oekraïense burgers gevlucht naar Nederland. De gemeente Borsele huurt units van [B.V.] ten behoeve van de opvang van de Oekraïense vluchtelingen. Verzoekster en haar minderjarige dochter verblijven in een woonunit aan [adres] in [plaats] .
Het college heeft in het bestreden besluit bepaald dat naast verzoekster en haar dochter twee andere volwassen personen, [naam 1] en [naam 2] , worden ondergebracht op verzoeksters adres. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zij heeft de voorzieningen-rechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft de verhuizing opgeschort in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter in deze zaak.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat [naam 1] en [naam 2] in hun procedure bij de voorzieningenrechter over hun besluit van 18 december 2025 tot overplaatsing naar verzoeksters woonunit (bij de rechtbank bekend onder procedurenummer 25/6793) te kennen hebben gegeven dat zij inmiddels een eigen woning hebben gevonden, buiten de gemeentelijke opvangvoorzieningen om. Dit betekent dat geen uitvoering zal worden gegeven aan het in deze procedure bestreden besluit, zoals ook ter zitting bevestigd door het college. Er treden nu dus ook geen rechtsgevolgen in waarvoor de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening zou kunnen treffen. Verzoekster heeft met andere woorden al bereikt waar zij om heeft verzocht. In zoverre heeft verzoekster dan ook geen procesbelang (meer) bij haar verzoek. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.