RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11420710 \ MB VERZ 24-955
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] ([b.v.])
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding van € 156,- toegekend. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de proceskostenvergoeding, zoals door de officier van justitie is vastgesteld, te laag is. De officier van justitie heeft ten onrechte de extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding toegepast (art. 13a lid 2 Wahv), nu het Hof heeft geoordeeld dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen Wahv-procedures en andere bestuursrechtelijke procedures. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 volgt dat artikel 13a, tweede lid, Wahv niet leidt tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en niet in strijd is met de verdragsbepalingen, waarop de gemachtigde zich beroept. Daarnaast is artikel 13a, tweede lid, Wahv van toepassing op de proceskostenvergoeding die de officier van justitie in administratief beroep toekent. Verder is de boete bekendgemaakt na 31 december 2023, waardoor de extra wegingsfactor van toepassing is. De officier van justitie heeft daarom terecht de extra wegingsfactor toegepast.
Overwegingen
De kantonrechter overweegt dat de officier van justitie een proceskostenvergoeding heeft toegekend die als volgt is berekend. Betrokkene heeft één punt ontvangen voor het administratieve beroepschrift en één punt voor het bijwonen van een fysieke hoorzitting. Beide punten met een waarde van € 624,- en een wegingsfactor van 0,5. Hierbij is een vermenigvuldigingsfactor toegepast van 0,25 conform artikel 13a, lid 2, Wahv.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat toepassing van deze factor niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is artikel 13a Wahv ook van toepassing op de procedure bij de officier van justitie.
De toegekende proceskostenvergoeding is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook op het juiste bedrag vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: