RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11819277 \ MB VERZ 25-562
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen mr. I. Menalo. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 29 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Hondegemsweg te Grijpskerke op 19 september 2024 om 18.42 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete onterecht is opgelegd. Betrokkene dacht dat hij op een autoweg reed en betwist de plaatsing van de juiste bebording. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat uit het dossier niet blijkt dat de bebording zes maanden vóór en na de vermeende gedraging is gecontroleerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe nadere stukken overgelegd waaruit volgt dat de bebording aanwezig was en voldeed.
Overwegingen
Het gaat hier om een snelheidscontrole met een flitspaal, waarbij niet ter plaatse door een verbalisant wordt gecontroleerd of er deugdelijke bebording aanwezig is. Volgens vaste rechtspraak moet bij een dergelijke permanente snelheidscontrole uit (aanvullende) stukken blijken dat het bord ten hoogste zes maanden voor en ten hoogste zes maanden na de vermeende gedraging aanwezig was. Is één van deze termijnen langer, dan moet een extra verificatie bij de wegbeheerder plaatsvinden dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (zie ECLI:NL:GHARL:2022:7804, overweging 9).
Uit de door de zittingsvertegenwoordiger overgelegde stukken blijkt naar het oordeel van de kantonrechter de aanwezigheid van bebording op die route afdoende. Dit verweer wordt dan ook verworpen.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: