ECLI:NL:RBZWB:2026:3557

ECLI:NL:RBZWB:2026:3557

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 02-004043-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor winkeldiefstal. Oplegging van van ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. De maatregel zal gericht zijn op repatriëring naar Polen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02-004043-26 en 01-002491-25 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer van 1 mei 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in [verblijfplaats] ,

raadsman mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. R.M.A. in ‘t Veld, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Tevens is aan de orde de vordering tot tenuitvoerlegging onder voornoemd parketnummer.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een T-shirt heeft gestolen bij [winkel] in Tilburg.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van het tenlastegelegde aan het oordeel van de rechtbank gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van deze feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit. Gelet daarop zal de rechtbank hieronder volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan zij tot een bewezenverklaring is gekomen.

De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 17 april 2026;

Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [winkel] van

6 januari 2026 (pagina 6 e.v. van het dossier).

Het hiervoor genoemde proces-verbaal betreft een proces-verbaal opgenomen in het einddossier met nummer 2026004547 van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 33.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 6 januari 2026 te Tilburg een shirt dat aan [winkel] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren. Een voorwaardelijke ISD-maatregel acht hij, los van de problematische uitvoerbaarheid vanwege de vreemdelingrechtelijke status van verdachte, niet haalbaar nu er geen enkele voorwaarde is te bedenken die het recidiverisico zou kunnen beperken. Gelet op de onduidelijkheid van het toekomstige verloop van de maatregel ziet de officier van justitie geen aanleiding om op voorhand een tussentijdse toets te bepalen. Dit geldt temeer omdat de verdediging op grond van artikel 38n van het Wetboek van Strafrecht (Sr) om een tussentijdse toets kan verzoeken. Evenmin ziet hij aanleiding om de rechtbank te verzoeken het ondergane voorarrest in mindering te brengen op de maatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit primair afwijzing van de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel. Omdat verdachte op eigen houtje het land wil en kan verlaten en daarmee de recidive zal ophouden, hoeft de rechtbank geen gebruik te maken van een maatregel die als ultimum remedium is bedoeld. Subsidiair bepleit de verdediging een voorwaardelijke ISD-maatregel aan verdachte op te leggen. Wanneer de rechtbank toch een onvoorwaardelijke ISD-maatregel aan verdachte oplegt, dan bepleit de verdediging meer subsidiair om daarbij een tussentijdse beoordeling na zes maanden te bepalen en daarnaast om het voorarrest in mindering te brengen op de duur van de maatregel, nu de maatregel gericht zal zijn op repatriëring van verdachte naar Polen en er binnen afzienbare tijd meer duidelijkheid zal ontstaan over de mogelijkheden tot terugkeer.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Dergelijke feiten zijn hinderlijk en veroorzaken overlast voor de maatschappij in het algemeen en voor winkeliers in het bijzonder. Zeker in het geval personen, zoals de verdachte, zich daaraan stelselmatig schuldig maken. De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen en heeft enkel gehandeld uit eigen belang. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

De persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op zijn strafblad van 13 april 2026, waaruit blijkt dat hij al vele malen eerder voor diefstallen tot onherroepelijke vrijheidsbenemende straffen is veroordeeld. De rechtbank weegt dit in het nadeel van de verdachte mee bij de straftoemeting.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 2 april 2026. Dit advies houdt - kort gezegd - onder meer in dat sprake is van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden en het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. De veelvuldige inzet van een divers scala aan hulpverlening heeft hierin tot op heden weinig tot niets veranderd. Niet zozeer het aanbod op zichzelf, maar de bereidheid van verdachte om mee te werken liet daarbij zeer te wensen over. De reclassering ziet dan ook geen mogelijkheden meer om het recidiverisico te beperken met voorwaarden. Nu verdachte voldoet aan de juridische criteria voor oplegging van de ISD-maatregel adviseert de reclassering de oplegging van deze maatregel.

Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van de inmiddels onherroepelijke beschikking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) van 2 februari 2026, waarin is besloten dat verdachte geen rechtmatig verblijf meer in Nederland heeft en hij Nederland binnen één maand moet verlaten.

Onvoorwaardelijke ISD-maatregel

Aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt de wet een aantal eisen. De rechtbank stelt vast dat aan die eisen wordt voldaan. Verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, terwijl hij in de vijf jaren voorafgaand aan dit misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf is veroordeeld. Het onderhavige feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen. Voorts moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel. Tot slot wordt ook aan de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (in het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders) voldaan.

Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte veelvuldig recidiveert. De vele veroordelingen en interventies die reeds hebben plaatsgevonden, hebben niet voor een gedragsverandering bij hem gezorgd die hem hiervan zou moeten weerhouden.

De rechtbank ziet dat de instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden hieraan ten grondslag ligt.

Van belang is dan ook dat de maatschappij wordt beveiligd en de recidive van verdachte wordt beëindigd. De vraag is of er – anders dan de ISD-maatregel – nog mogelijkheden zijn om deze doelen te bereiken. Weliswaar ligt er een onherroepelijk besluit van de IND dat verdachte het land moet verlaten waardoor de recidive van verdachte zou eindigen wanneer verdachte dit besluit opvolgt, maar ter zitting is gebleken dat verdachte geen mogelijkheden en middelen heeft om zelf het land te verlaten. Op de vraag hoe hij naar Polen zou gaan, heeft verdachte simpelweg geantwoord: ‘ik denk door te wandelen’. Gelet hierop is de rechtbank er niet van overtuigd dat verdachte in vrijheid op eigen gelegenheid uitvoering zal geven aan dit besluit. Van andere mogelijkheden om de eerdergenoemde doelen te bereiken, is niet gebleken. De rechtbank ziet op dit moment dan ook geen andere mogelijkheid om de maatschappij te beveiligen tegen het recidiverende en uitermate hinderlijke en overlast veroorzakende gedrag van verdachte dan door oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. Zij acht de oplegging van die maatregel dan ook noodzakelijk. De ISD-maatregel zal in dit geval gericht zijn op repatriëring van verdachte naar Polen. De rechtbank ziet geen aanleiding om op voorhand de duur van de ISD-maatregel in te perken door het voorarrest daarop in mindering te brengen, zoals verzocht door de verdediging. Onbekend is immers hoeveel tijd het repatriëringsproces van verdachte naar Polen in beslag zal nemen. Om diezelfde reden ziet de rechtbank evenmin aanleiding om op voorhand een moment te bepalen voor een tussentijdse beoordeling. Temeer omdat de verdediging hierom op elk gewenst moment kan verzoeken op grond van 38n Sr.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van achttien dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 23 april 2025 ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu ter terechtzitting is gebleken dat deze vordering reeds op 3 maart 2026 door de politierechter in de rechtbank in Oost-Brabant onherroepelijk is toegewezen, zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

Vordering tot tenuitvoerlegging

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 01-002491-25.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. C.E.M. Marsé, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. de Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 mei 2026.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 6 januari 2026 te Tilburg een shirt, althans kleding, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.( art 310 Wetboek van Strafrecht )

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.C.S. van Bree

Griffier

  • mr. M. de Jonge

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand