ECLI:NL:RBZWB:2026:356

ECLI:NL:RBZWB:2026:356, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-01-2026, RK 25-021728

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 23-01-2026
Zaaknummer RK 25-021728
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ongegrond. Niet disproportioneel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats Breda

raadkamernummer : 25-021728

datum : 20 januari 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [datum] 1986 te [plaats],

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. A. Darrazi, advocaat te Breda (Zijlstraat 7, 4811 RZ Breda),

hierna te noemen: de klager.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

Op 23 december 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks, klager en mr. A. Darrazi als advocaat van klager, gehoord.

Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat klager eigenaar is van de in beslag genomen auto en dat hij wordt bezwaard door de inbeslagneming en voortduring daarvan. Weliswaar is er sprake van meerdere overtredingen, maar het betrof één wilsbesluit. Voortduring van het beslag zou een disproportionele schending van de belangen van klager zijn. In raadkamer is aangevoerd dat klager zich bewust is van zijn fouten en spijt heeft. Hij heeft de auto nodig voor zijn ingezette hulptraject en heeft geen geld om een nieuwe auto te kopen. Gelet op deze persoonlijke belangen meent klager dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat een verbeurdverklaring van de auto zal volgen en verzoekt hij - mede nu er nog geen zittingsdatum bekend is - om teruggave van de auto.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave van de auto. Klager zal worden vervolgd voor het onverzekerd rijden met een ongeldig rijbewijs en overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet 94. Gelet op de ernst van de feiten zal een forse straf volgen. Daarbij is het zeker niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de verbeurdverklaring van de auto zal uitspreken. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

Klager heeft in raadkamer aangevoerd dat hij ten tijde van de overtredingen psychisch niet in orde was en uit paniek heeft gehandeld. Hij heeft veel spijt van alles en is tot het inzicht gekomen dat het zo niet verder gaat. Inmiddels heeft hij hulp gezocht en zullen dergelijke overtredingen niet meer voorkomen. Klager stelt een groot persoonlijk belang te hebben bij teruggave van de auto. Buiten dat de auto een emotionele waarde voor hem heeft, heeft klager de auto nodig om naar afspraken met de psycholoog en de dagbesteding te kunnen gaan. Op dit moment is hij te afhankelijk van zijn zus en zwager. Hij heeft begrepen dat de auto wel schade heeft na de crash, maar dat deze nog te repareren zou moeten zijn. Ten aanzien van de autoverzekering heeft klager nog opgemerkt dat hij de auto zal verzekeren bij de verzekeringsmaatschappij waar ook de motor die hij heeft verzekerd is.

2. De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:

a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,

b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.

In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.

Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:

- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of

- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.

De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Op 12 augustus 2025 is de auto van klager in beslag genomen wegens verdenking van overtreding van artikel 5/5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, het rijden zonder geldig rijbewijs en het onverzekerd rijden. Uit de onderliggende stukken begrijpt de rechtbank dat er een wilde achtervolging heeft plaatsgevonden, waarbij klager zeer gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond, die is geëindigd in een crash. Gelet op deze omstandigheden - uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift - acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de auto zal bevelen. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment dus nog een strafvorderlijk belang bestaat bij het in beslag houden van de auto.

De raadsvrouw heeft in raadkamer aangevoerd dat voortduring van het beslag disproportioneel is. De aangevoerde omstandigheden zijn echter op geen enkele wijze met objectieve stukken onderbouwd, zodat niet zonder meer van die omstandigheden kan worden uitgegaan. Bovendien blijkt uit het dossier, zoals door klager bij de behandeling in raadkamer is bevestigd, dat klager nog in het bezit is van een motor, zodat hij alternatief vervoer heeft om naar zijn afspraken te gaan. Met inachtneming van de naar inschatting van de rechtbank relatief beperkte economische waarde van de auto, gelet op het bouwjaar 1997 en de schade na de crash, acht de rechtbank - bij deze stand van zaken - voortduring van het beslag niet disproportioneel.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.

3. De beslissing

De rechtbank

- verklaart het klaagschrift ongegrond.

Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

INFORMATIE RECHTSMIDDEL

Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.H.M. Collombon

Griffier

  • mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?