RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 96-203433-25
raadkamernummer : 25-022654
datum : 20 januari 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager], geboren op [datum] 1978,
wonende op het [adres],
hierna te noemen: de klager.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
Op 23 december 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en klager, gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is in het klaagschrift en in raadkamer aangevoerd dat klager eigenaar is van de in beslag genomen motorfiets. Klager erkent een overtreding te hebben begaan. Het was een eenmalige misstap waar klager veel spijt van heeft en niet representatief is voor zijn rijgedrag. Hij had echter geen stopteken gezien of gehoord en heeft niet onder invloed gereden. Hij is pas na het rijden op zijn motor gaan blowen. Hij meent dat de inbeslagneming disproportioneel is. Het verlies van zijn motorfiets zou een enorme emotionele en financiƫle klap voor hem betekenen. De motorfiets gaf klager niet alleen fysieke mobiliteit, maar was voor hem ook een belangrijke bron van verbinding met andere mensen die dezelfde passie delen. Voorts kan klager niet werken vanwege een nekhernia en leeft hij van een uitkering.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat gelet op de zeer forse snelheidsovertreding het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later de verbeurdverklaring van de motorfiets zal bevelen. Het klaagschrift dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
2. De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank begrijpt uit de schriftelijke reactie van het CVOM dat de inbeslaggenomen motorfiets reeds is vervreemd ex artikel 117 Sv en dat het beslag thans rust op de opbrengst van de motorfiets.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
De aanwezigheid van een strafvorderlijk belang sluit niet uit dat de rechtbank onder omstandigheden bij de beoordeling van het klaagschrift ook onderzoekt of voortzetting van het beslag voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Klager heeft een stopteken van verbalisanten genegeerd en is met hoge snelheid van hen weggereden. Tegen klager is een proces-verbaal opgemaakt wegens een zeer forse overschrijding van de toegestane maximumsnelheid en het rijden onder invloed van drugs (THC). Om die reden is de motorfiets van klager in beslag genomen. Gelet op de ernst en de combinatie van de verdenkingen acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de motorfiets zal uitspreken.
Voortduring van het beslag is ook gelet op hetgeen door klager is aangevoerd ten aanzien van zijn persoonlijk belang bij teruggave - bij deze stand van zaken - niet disproportioneel.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift tegen het artikel 94 Sv beslag ongegrond verklaren.
3. De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).