ECLI:NL:RBZWB:2026:3573

ECLI:NL:RBZWB:2026:3573

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 11839194 \ MB VERZ 25-628
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Middelburg

zaaknummer : 11839194 \ MB VERZ 25-628

CJIB-nummer : [cjib nummer]

uitspraakdatum : 9 maart 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats] (Spanje)

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Nieuwstraat te Oostburg op 19 augustus 2024 om 14.34 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de gedraging was verhuurd. Gemachtigde zendt een kopie mee, waaruit blijkt dat er sprake was van een huurovereenkomst van langer dan drie maanden.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten en het beroep ongegrond te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat uit de stukken in het dossier blijkt dat het voertuig zou zijn verhuurd voor een periode langer dan drie maanden. Hierdoor kan er geen beroep worden gedaan op artikel 8 van de Wahv.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitie

De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.

De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 23 oktober 2024. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 31 oktober 2024 ontvangen. Dat is te laat.

Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Uit de stukken in het dossier blijkt dat het beroepschrift binnen de beroepstermijn gedateerd is en vervolgens is verzonden vanuit het buitenland.

Betrokkene krijgt daarom het voordeel van de twijfel, zodat de kantonrechter de termijnoverschrijding verschoonbaar acht. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.

Inhoudelijk

Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.

Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder

( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of

( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of

( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.

Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft een huurovereenkomst overlegd, waaruit blijkt dat er sprake was van een huurovereenkomst van langer dan drie maanden. Hierdoor is niet komen vast te staan dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. Het beroep daarop wordt dan ook verworpen.

De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;

‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.

Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand