RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/446334 / FA RK 26-1491
Datum uitspraak: 1 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Davidse;
- de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
- een begeleider van de afdeling;
mevrouw [persoon 2] , de moeder van betrokkene;
de heer [persoon 3] , de vader en curator van betrokkene.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 28 april 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats] .
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twee jaar.
4. De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan het goed met haar gaat. Betrokkene hoopt dat zij in de toekomst geen stemmen meer zal horen.
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van een complexe dissociatieve stoornis. Betrokkene is gekend met forse schommelingen door de dag die gepaard gaan met veel onvoorspelbaarheid. De diagnose van betrokkene is sinds de vorige zitting herzien, waardoor haar huidige medicatie afgebouwd dient te worden. Het gaat langzaam beter met betrokkene door de andere behandeling en door de verandering in woonvorm; zij zit nu op “meerzorg” waar zij meer zelfstandigheid ervaart. Verder geeft de behandelaar aan dat de meerzorg echter voor betrokkene vanaf uiterlijk 1 augustus 2026 (om financiële redenen) moet stoppen, wat voor betrokkene in de komende periode veel veranderingen met zich mee zal brengen. Vanwege het stoppen van de meerzorg is op managementniveau echter al besloten dat betrokkene aanstaande maandag haar unit zal moeten verlaten. De behandelaar acht een zorgmachtiging noodzakelijk als vangnet vanwege de onvoorspelbaarheid, zeker nu bij het stoppen van de meerzorg en het afbouwen van de medicatie.
De advocaat van betrokkene licht tijdens de zitting toe dat betrokkene instemt met de zorgmachtiging en de verzochte vormen van verplichte zorg. De advocaat is het niet eens met de beslissing dat betrokkene haar huidige unit aanstaande maandag moet verlaten. Zij benadrukt dan ook de wens om de zorg voort te zetten in de huidige unit.
De vader en curator van betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene op dit moment een passende behandeling krijgt waardoor zij meer rust ervaart. De vader van betrokkene maakt zich zorgen om de gevolgen die gepaard gaan met het stoppen van de meerzorg en het verlaten van de unit. Hij wenst dan ook dat deze behandeling voortgezet kan worden en dat betrokkene op de huidige unit kan blijven.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vier maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een dissociatieve stoornis, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene vanuit haar psychotisch toestandsbeeld onvoorspelbaar grensoverschrijdend en agressief gedrag vertoont, met name richting hulpverleners en medepatiënten. Betrokkene is niet in staat om deel te nemen aan het sociaal maatschappelijk leven of om voor zichzelf te zorgen. Betrokkene dient actief aangestuurd te worden voor het uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Voorts is betrokkene bekend met dwanghandelingen waaronder excessief veel water drinken. In het verleden is sprake geweest van zelfbeschadigend gedrag.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het doet de rechtbank uit het oogpunt van goede zorg voor betrokkene onwenselijk voorkomen dat zij maandag 6 april 2026 haar huidige unit moet verlaten. De rechtbank ziet gelet op de huidige ontwikkelingen aanleiding om de zorgmachtiging voor een kortere duur te verlenen, onder aanhouding van het resterende deel, zodat op korte termijn kan worden beoordeeld welk effect het verlaten van de unit en het stoppen van de meerzorg op betrokkene heeft. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de duur van vier maanden, met ingang van heden tot en met 1 augustus 2026, onder aanhouding van het restant van het verzoek.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 augustus 2026;
houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot een nader te plannen zitting, gelegen vóór 1 augustus 2026, met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 5.9. is bepaald;
behoudt zich iedere nadere beslissing voor.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.