ECLI:NL:RBZWB:2026:3664

ECLI:NL:RBZWB:2026:3664

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 03-05-2026
Zaaknummer C/02/445154 / JE RK 26-273
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445154 / JE RK 26-273

Datum uitspraak: 2 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over de wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. C.A.E.C.J. Hooft uit Gilze.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026;

het verweerschrift namens de vader met bijlagen, ontvangen op 16 maart 2026;

de bericht van de GI met bijlage, ontvangen op 17 maart 2026;

de brief van de moeder met bijlagen, ontvangen op 17 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met mr. E.C.A.E. Verschuren, waarnemend voor mr. Hooft;

- de moeder;

een vertegenwoordigster van de GI;

een vertegenwoordigster van de Raad.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 april 2026.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 25 januari 2024 een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgelegd waarin onder meer is bepaald:

“Op basis waarvan de man gerechtigd is tot contact met [minderjarige] gedurende 1,5 uur per twee weken onder begeleiding van [hulpverlening 1] , dan wel een andere door de GI aan te wijzen begeleider, waarbij onder regie van de GI wordt gewerkt naar een uitbreiding van deze regeling waarbij het belang van [minderjarige] leidend is.”

3. Het verzoek

De GI verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen in die zin dat wordt bepaald dat de vader en [minderjarige] ééns per 14 dagen op zaterdagochtend gedurende 4 uur omgang hebben met elkaar. De GI verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De GI heeft het verzoek op zitting mondeling gewijzigd in die zin dat niet wordt verzocht om vaststelling van de zorg- en opvoedingstaken, maar om wijziging van de bij beschikking van 25 januari 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, zoals vermeld in 3.1.

De vader heeft middels het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, verzocht:

I. Het verzoek van de GI af te wijzen;

II. Een zorgregeling vast te stellen in die zin dat:

De vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact ééns per 14 dagen op zaterdagochtend gedurende 4 uur exclusief reistijd indien omgang bij vader thuis plaatsvindt, waarbij uitbreiding mogelijk is onder regie van de betrokken vrijwillige hulpverlening.

4. De standpunten

Door de GI is middels het verzoek en op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat [minderjarige] inmiddels bijna vijf jaar onder toezicht is gesteld, en dat het plafond binnen de ondertoezichtstelling is bereikt. De hulpverlening zal na 18 april 2026 worden overgedragen naar het vrijwillige kader. De ouders zullen in het vrijwillige kader verder blijven werken aan hun communicatie en aan de opbouw van het contact tussen de vader en [minderjarige] . Afgesproken is dat in oktober 2026 ééns in de veertien dagen een onbegeleide omgang voor de duur van vier uur tussen de vader en [minderjarige] is bereikt. Hoe de omgang er inhoudelijk uit zal komen te zien zal door de hulpverlening in het vrijwillig kader verder bepaald moeten worden. [minderjarige] kampt met angsten en overprikkeling (mogelijk is bij hem sprake van autisme) waardoor hij baat heeft bij duidelijkheid en structuur, hetgeen hem door middel van het vastleggen van de zorgregeling kan worden geboden. Het vastleggen van de zorgregeling is tevens van belang omdat de ouders niet op één lijn zitten over wat goed is voor [minderjarige] . Gebleken is dat de vader voorbij gaat aan de problematiek van [minderjarige] en dat hij hierin niet stuurbaar en leerbaar is. De GI is dan ook van mening dat de vier uur onbegeleide omgang ééns in de veertien dagen het maximaal haalbare is om naartoe te werken. Door dit vast te leggen wordt duidelijkheid geboden aan [minderjarige] en wordt voorkomen dat strijd ontstaat tussen de ouders en dat er voor de vader ruimte ontstaat om voorbij te gaan aan wat in belang is van [minderjarige] . Zodra dit gebeurt zal [minderjarige] niet toekomen aan zijn ontwikkeltaken en in de thuissituatie bij de moeder nog meer overprikkeling laten zien dan nu al het geval is. Met de hulpverlening in het vrijwillige kader zijn veiligheidsafspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat de ouders zich aan de gemaakte afspraken zullen blijven houden. Wanneer dit niet het geval blijkt dan zal een terugmelding worden gedaan bij de Raad. Wanneer uiteindelijk wel blijkt dat er ruimte is voor uitbreiding van de omgang dan kan dit middels een verzoek bij de rechter worden neergelegd, zodat hier door professionele partijen goed naar wordt gekeken. De GI handhaaft het verzoek. De GI kan zich wel voorstellen dat de reistijd van de vader niet valt binnen de vier uur omgang. Wellicht bestaat de mogelijkheid dat halverwege kan worden afgesproken, zodat de reistijd wordt gehalveerd.

Door en namens de vader is middels het verweerschrift en op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat hij zich kan vinden in het toewerken naar vier uur onbegeleide omgang. De vader is echter van mening dat dit niet als plafond moet worden vastgelegd en er ruimte moet blijven bestaan voor uitbreiding. De begeleider van Gezin voor de Toekomst is van mening dat er nog voldoende ruimte is om een opbouwende zorgregeling met elkaar overeen te komen, en ook [minderjarige] laat blijken dat de huidige omgang niet voldoende is voor hem. De ouders zitten nu nog midden in een hulpverleningstraject, er zijn stappen gezet maar ook nog veel stappen te zetten. Er zijn nog leerpunten en zorgen over structuur voor [minderjarige] en dit ziet vader, hij staat in dit kader ook open voor hulpverlening. De vader herkent zichzelf niet als niet leerbaar, en ook stelt hij dat er geen bewijs is dat strijd zal ontstaan. Het is lastig dat de vader de overprikkeling bij de moeder thuis naar aanleiding van de omgang met hem niet ziet, maar gaat er wel vanuit dat daarvan sprake is. De vader houdt hier ook rekening mee. De moeder heeft prikkelarme opties aangedragen aan de vader om met [minderjarige] te ondernemen tijdens de omgang en hier luistert de vader naar. Ook begrijpt de vader dat de moeder op woensdag graag wil weten wat de vader met [minderjarige] zal ondernemen zodat zij [minderjarige] hierop kan voorbereiden. De vader laat dit dan ook tijdig aan de betrokken hulpverlening weten, zij laten het op hun beurt echter te laat aan de moeder weten. De vader is van mening dat de weg naar de rechtbank om uiteindelijk alsnog tot uitbreiding van de omgang te komen niet wenselijk is. Dit brengt veel meer ruis en spanning met zich dan nodig. Bovendien is er voldoende ruimte om het plafond los te laten. Verzocht is om het verzoek van de GI af te wijzen en de omgang voor nu te bepalen op vier uur ééns in de veertien dagen, waarbij uitbreiding mogelijk is onder de regie van de vrijwillige hulpverlening. Hierbij wordt tevens verzocht te bepalen dat de twee uur reistijd die de vader heeft naar [minderjarige] , niet valt binnen de vier uur omgang.

Door de moeder is op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat [minderjarige] snel overprikkeld is en dat hiermee rekening gehouden moet worden. De vader lijkt dit echter niet te herkennen en/of te bagatelliseren, en de GI stelt dat de vader niet leerbaar is. Dit baart de moeder zorgen. Het is voor de moeder het belangrijkste dat het goed gaat met [minderjarige] en dat er naar zijn belangen wordt gehandeld. Op dit moment is bepaald dat vier uur omgang met de vader ééns in de veertien dagen het maximaal haalbare is. De moeder is van mening dat dit nu moet worden aangehouden. De moeder is ook van mening dat de reistijd hierbij niet dient te worden opgeteld, dan zou de omgang zes uur duren, terwijl de vier uur nu nog niet eens bereikt is. De moeder merkt hierbij op dat het voor [minderjarige] heel erg belangrijk is dat er voor de omgang een duidelijke planning wordt gemaakt zodat hij kan worden voorbereid op de omgang. Afgesproken is dat de betrokken hulpverlening ( [hulpverlening 2] en Gezin voor de Toekomst) uiterlijk op de woensdag vóór de omgang met de vader laat weten wat de vader met [minderjarige] wil gaan doen. Vaak krijgt de moeder het pas op vrijdagmiddag te horen, waardoor zij [minderjarige] niet meer (voldoende) kan voorbereiden op de omgang hetgeen voor overprikkeling zorgt. De moeder vraagt hiervoor aandacht.

Door de Raad is op de zitting, kort samengevat, aangevoerd dat hij zich kan vinden in het verzoek van de GI. De Raad ziet dat de ouders hard hebben gewerkt in het belang van [minderjarige] , desondanks is nog wel sprake van een kwetsbare situatie. De Raad maakt zich zorgen of de vader voldoende zicht heeft op wat de overprikkeling bij [minderjarige] inhoudt, en over de kans op strijd tussen de ouders wanneer ruimte bestaat voor uitbreiding van de omgang. Hoewel het de vraag is of de zorgregeling nu al moet worden vastgelegd, nu de vier uur onbegeleide omgang ééns in de veertien dagen nog niet eens is bereikt, begrijpt de Raad dat de GI de zorgregeling het liefst afgedicht ziet gelet op de zorgen die er zijn.

5. De beoordeling

Op grond van het eerste lid van artikel 1:265g BW kan de kinderrechter op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

De kinderrechter stelt vast dat met de ouders is afgesproken dat in oktober 2026 ééns in de veertien dagen, vier uur onbegeleide omgang tussen [minderjarige] en de vader moet zijn gerealiseerd. Alle betrokkenen kunnen zich hierin vinden. Nu [minderjarige] gelet op zijn angsten en overprikkeling baat heeft bij duidelijkheid en structuur, is de kinderrechter van oordeel dat het in zijn belang is dat deze afgesproken zorgregeling wordt vastgelegd middels deze beschikking.

De vraag is of deze zorgregeling als plafond moet worden bepaald, of dat de mogelijkheid tot uitbreiding hiervan onder regie van de hulpverlening in het vrijwillig kader moet worden opengelaten, zoals is verzocht door de vader. De kinderrechter overweegt hierover als volgt. Op dit moment vindt de omgang tussen de vader en [minderjarige] één uur onbegeleid plaats, en voor het overige begeleid. Hoe deze opbouw verder zal lopen, kan nu niet worden voorzien. Hoe de omgang zal verlopen, en waar de behoeften liggen van [minderjarige] , op het moment dat het nu bepaalde ‘eindstation’ van vier uur omgang van ééns in de veertien dagen is bereikt, kan ook niet worden voorzien. De kinderrechter acht het dan ook niet in belang van [minderjarige] om nu al een ‘plafond’ in de omgang te bepalen. Er is ruimte nodig om in de toekomst te bepalen wat in het belang is van [minderjarige] in de omgang met de vader. De weg naar de rechter om uitbreiding te verzoeken acht de kinderrechter niet wenselijk gelet op de ruis en spanning die dat met zich zal brengen. De kinderrechter wijst het verzoek van de GI dan ook af en zij zal het verzoek van de vader toewijzen in die zin dat zij bepaalt dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot omgang ééns in de veertien dagen op zaterdagochtend gedurende vier uur, waarbij uitbreiding mogelijk is - indien dit in belang van [minderjarige] wordt geacht - onder regie van de betrokken hulpverlening in het vrijwillig kader.

Nu de hulpverlening binnen het vrijwillige kader de regie krijgt over uitbreiding van de omgang, dient zij ook de regie te krijgen over het bepalen van de gang van zaken omtrent de reistijd. De kinderrechter zal dat deel van het verzoek van de vader afwijzen.

De kinderrechter geeft de ouders mee dat zij het vertrouwen krijgen om in de toekomst met de hulpverlening in het vrijwillige kader voor [minderjarige] te gaan zorgen. Het is aan de ouders om met elkaar in overleg te gaan en te blijven en beslissingen te maken voor [minderjarige] die in zijn belang zijn. De kinderrechter drukt de vader op het hart dat hij erop moet blijven letten dat hij aansluit bij [minderjarige] , hij te allen tijden het belang van [minderjarige] voorop moet stellen, en zich moet houden aan hetgeen is afgesproken. Hiervoor is het van belang dat de vader de juiste hulpverlening en ondersteuning zal blijven aanvaarden.

De kinderrechter merkt tot slot nog op dat zij begrijpt dat de moeder op dit moment zorgen heeft die zien op de uitvoering van de omgang, waarbij [minderjarige] door verschillende factoren te veel overprikkeld raakt. De overprikkeling wordt mede veroorzaakt omdat zij [minderjarige] niet (tijdig) kan voorbereiden op de invulling van de omgang die hij heeft met de vader. De kinderrechter benadrukt hierom dat het in belang van [minderjarige] is dat de vader tijdig, uiterlijk de woensdag vóór de zaterdag waarop hij omgang zal hebben met [minderjarige] , aan de betrokken hulpverlening (Gezin voor de Toekomst en [hulpverlening 2] ) meedeelt wat de planning/invulling zal zijn van de omgang. De betrokken hulpverlening dient dit uiterlijk op diezelfde woensdag aan de moeder te hebben medegedeeld, zodat de moeder voldoende tijd heeft om [minderjarige] voor te bereiden op de omgang met de vader. De kinderrechter vraagt de vader en de betrokken hulpverlening dringend zich hieraan te houden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek van de GI af;

wijst het zelfstandig verzoek van de vader toe in die zin dat zij de bij beschikking van 25 januari 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wijzigt en bepaalt dat de vader en [minderjarige] gerechtigd zijn tot omgang met elkaar ééns in de veertien dagen op zaterdagochtend gedurende vier uur, waarbij uitbreiding mogelijk is - indien dit in belang van [minderjarige] wordt geacht - onder regie van de betrokken hulpverlening in het vrijwillig kader;

wijst het door de vader meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand