ECLI:NL:RBZWB:2026:3665

ECLI:NL:RBZWB:2026:3665

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 03-05-2026
Zaaknummer C/02/441481 / FA RK 25-5632
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoek vrouw tot eenhoofdig gezag toegewezen. Sprake van het klemcriterium.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/441481 / FA RK 25-5632

datum uitspraak: 2 april 2026

beschikking over gezag

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [plaats 1] , gemeente Roosendaal,

advocaat: mr. W.H.P. de Jongh in Roosendaal,

tegen

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [plaats 2] , gemeente Halderberge.

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, hierna: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 30 oktober 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige] ;

- de beschikkingen van deze rechtbank van 29 september 2013 en 28 april 2025;

- de op 3 maart 2026 ontvangen brief van de man met bijlagen.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 6 maart 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de vrouw, met haar advocaat en de man. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

Op 24 februari 2026 heeft de rechter met [minderjarige] gesproken over het verzoek. [minderjarige] heeft kort gezegd aangegeven dat zij niet wil dat de man nog beslissingen mag nemen over haar. Hij houdt zich niet aan de afspraken en houdt ook geen rekening met haar gevoelens. Ook wil [minderjarige] niet langer de achternaam van de man dragen. [minderjarige] vindt het helemaal niet jammer dat zij de man niet meer ziet. Zij heeft geen veilig gevoel bij de man.

2. De feiten

Partijen hebben met elkaar een relatie gehad. Uit deze relatie is [minderjarige] geboren.

De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige] . [minderjarige] verblijft bij de vrouw.

Bij beschikking van 29 september 2023 heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw om haar alleen te belasten met het gezag over [minderjarige] afgewezen.

Bij beschikking van 28 april 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de man om een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] vast te stellen afgewezen.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat de vrouw voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast zal zijn;

II. subsidiair te bepalen dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend, in plaats van de toestemming van de man, om opdracht te geven aan [accommodatie] voor hulp aan [minderjarige] ;

III. de man in de kosten van dit geding te veroordelen.

De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

4. De standpunten

Door en namens de vrouw wordt aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de man gezagsbeslissingen in de weg staat en ook het opvoeden van [minderjarige] door de vrouw afkeurt en niet serieus lijkt te nemen. Hierdoor komen de belangen van [minderjarige] in het gedrang. Inmiddels heeft de man zijn toestemming verleend om voor [minderjarige] hulpverlening te starten bij [accommodatie] , maar hier is een aanzienlijke periode met veel mailwisseling aan vooraf gegaan. Nu de hulpverlening bij [accommodatie] inmiddels is gestart, is het subsidiaire verzoek van de vrouw niet langer aan de orde. De man heeft ook eerder hulp geblokkeerd die voor [minderjarige] helpend was en hij heeft ook veelvuldig niet meegewerkt aan andere beslissingen. Hierdoor heeft onder andere een zomervakantie niet door kunnen gaan. De vrouw heeft de man de afgelopen jaren telkens de tijd gegeven om te reageren bij te nemen beslissingen, maar de man heeft telkens pas akkoord gegeven wanneer de vrouw een procedure was gestart. Daar komt bij dat de man ook met periodes niet bereikbaar is voor de vrouw. De vrouw mist bij de man erkenning voor zijn eigen aandeel in de ontstane situatie. Zij heeft er geen vertrouwen in dat de man de juiste keuzes kan maken voor [minderjarige] . Iedere te nemen beslissing levert op dit moment spanning op. Dit heeft zijn weerslag op de vrouw en ook op [minderjarige] . De vrouw verwacht dat wanneer zij met het eenhoofdig gezag wordt belast de spanning wegvalt en hierdoor [minderjarige] ook makkelijker het contact met de man aan kan gaan. De vrouw zal de man ook gewoon blijven informeren als haar verzoek wordt toegewezen.

De man vindt een wijziging van het gezag niet van belang. Tussen partijen is sprake van een voorgeschiedenis waarbij diverse hulptrajecten zijn ingezet zonder dat het gewenste resultaat is bereikt. Binnen de ondertoezichtstelling is niet gewerkt aan de oudercommunicatie, hetgeen de man betreurt. Volgens de man is dat de reden dat partijen hier vandaag zitten. De man wordt in het voortraject voor te nemen beslissingen niet betrokken, zo ook niet bij het starten van de hulpverlening voor [minderjarige] door [accommodatie] . De man heeft ook een andere vorm van hulpverlening voorgesteld en het was goed geweest als daar ook naar was gekeken. De man denkt dat [minderjarige] niet klem hoeft te zitten tussen partijen. Het een en ander is ook afhankelijk van hoe de uitoefening van het gezamenlijk gezag naar [minderjarige] wordt gecommuniceerd. De man vindt een onderzoek door de Raad van belang.

Namens de Raad wordt aangevoerd dat in het kader van de ondertoezichtstelling is gewerkt aan het contactherstel tussen de man en [minderjarige] . Wat de Raad opvalt is dat binnen het werkplan van de GI van februari 2025 geen mogelijkheden worden gezien voor communicatie tussen partijen. Wat is er verder nog ingezet om de communicatie tussen partijen te verbeteren? Het voorgaande maakt dat de Raad twijfelt over het advies, namelijk het verzoek van de vrouw toewijzen of een raadsonderoek gelasten. De Raad heeft er geen twijfel over dat [minderjarige] klem zit tussen partijen. Het valt de Raad op dat [minderjarige] al lange tijd geen ruimte heeft voor de man in haar leven. Door middel van een raadsonderzoek zou duidelijk kunnen worden of er nog mogelijkheden zijn. Wel vindt de Raad het belangrijk dat wanneer er een raadsonderzoek wordt gelast, [minderjarige] hier bewust niet bij betrokken wordt. [minderjarige] geeft zelf heel duidelijk aan dat zij niet meer belast wil worden met dit soort zaken. Wanneer het verzoek van de vrouw wordt toegewezen zal er rust komen voor [minderjarige] . Maar dit kan ook betekenen dat zij geen belang meer heeft om het contact met de man aan te gaan. Belangrijk is dat bij toewijzing van het verzoek van de vrouw wordt overwogen dat wanneer de man niet langer mede is belast met het gezag, dit niet betekend dat er geen contact tussen de man en [minderjarige] kan zijn.

5. De beoordeling

In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter op verzoek van de ouders die niet met elkaar zijn getrouwd of een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Dat kan als de omstandigheden zijn veranderd sinds de ouders samen het gezag hebben gekregen of als de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan toen hij het gezamenlijk gezag heeft vastgesteld. In dat geval beslist de rechtbank wie van de ouders voortaan alleen het gezag over [minderjarige] krijgt. In artikel 1:253n lid 1 BW staat dat artikel 1:251a lid 1 BW van toepassing is. In dat artikel staat dat de rechter kan beslissen dat het gezag over een kind naar één ouder gaat als er een onacceptabel risico is dat, als allebei de ouders het gezag houden, dit kind erg klem komt te zitten tussen die ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd verbetert of als een verandering van het gezag op een andere manier in het belang van het kind noodzakelijk is.

De wet heeft als uitgangspunt dat ouders, ook na het einde van hun relatie, samen het gezag houden. De rechtbank vindt dat daarvan in dit geval moet worden afgeweken, omdat [minderjarige] klem zit tussen partijen. De communicatie tussen partijen is ernstig verstoord. Een jarenlange ondertoezichtstelling en meerdere hulpverleningstrajecten hebben hier geen verandering in kunnen brengen. Doordat de communicatie tussen partijen zo ernstig is verstoord, is er een onacceptabel risico dat te nemen beslissingen ten aanzien van [minderjarige] niet kunnen worden genomen en voor [minderjarige] noodzakelijke hulpverlening niet of niet tijdig kan starten. Zo is ook gebleken bij het starten van de hulpverlening door [accommodatie] voor [minderjarige] .

Daar komt bij dat de man en [minderjarige] al langere tijd geen contact meer met elkaar hebben. Om het gezag goed te kunnen invullen, moet een ouder bekend zijn met de ontwikkeling van het kind en weten wat het kind bezighoudt. Hoewel de vrouw de man informeert over belangrijke aangelegenheden betreffende [minderjarige] , blijkt uit het handelen van de man dat hij onvoldoende kan aansluiten bij de ontwikkeling en behoeftes van [minderjarige] .

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat een wijziging van het gezag noodzakelijk is in het belang van [minderjarige] , zodat de voortgang van hulpverlening en belangrijke beslissingen die genomen moeten worden niet meer op zich laten wachten. Dat de man niet langer mede is belast met het gezag, betekent niet dat er geen contact tussen de man en [minderjarige] kan zijn. De rechtbank spreekt de hoop uit dat deze beslissing zal leiden tot rust en tot een opening bij [minderjarige] om het contact met de man weer aan te gaan.

Nu de hulpverlening voor [minderjarige] door [accommodatie] reeds is gestart en derhalve het subsidiaire verzoek niet meer aan de orde is, zoals gesteld namens de vrouw, komt de rechtbank niet meer toe aan een beoordeling van het subsidiaire verzoek. Het subsidiaire verzoek zal dan ook worden afgewezen.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit betekent dat het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag heeft over [minderjarige] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 in aanwezigheid van Van Diepen, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand