RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443556 / JE RK 25-2330
Datum uitspraak: 2 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
en
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2025;
de brief van de GI van 12 maart 2026, met bijlagen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
Bij beschikking van 31 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 6 april 2025 tot 6 april 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
Bij brieven/digitaal bericht van 9 maart 2026 zijn de vader, de moeder en de GI voor de behandeling van het verzoek opgeroepen voor de zitting met gesloten deuren op
24 maart 2026.
Bij voormelde brief van 12 maart 2026 heeft de GI verzocht om de verzoeken schriftelijk af te doen. De GI stelt daartoe dat op het moment van de zitting met beide ouders en de hulpverlening een evaluatie plaatsvindt. Daarnaast hebben beide ouders aangegeven akkoord te zijn met de verzoeken en een schriftelijke afdoening daarvan.
Gelet op de overgelegde stukken stelt de kinderrechter vast dat beide ouders het eens zijn met het verzoek van de GI en dat zij een behandeling van het verzoek ter zitting niet nodig vinden. De kinderrechter zal de zaak daarom op de stukken afdoen.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn positieve ontwikkelingen zichtbaar in de situatie rondom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Met de ingezette hulpverlening vanuit [hulpverlening] is de moeder stabieler geworden en kan zij gebruik maken van de ondersteuning van oma. Ambulante gezinsbegeleiding is betrokken. Ook zijn er individuele gesprekjes met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Op school worden [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ondersteund bij hun auditieve beperking en zij gaan op afgesproken dagen naar de [dagbesteding] . De begeleide omgangsmomenten tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlopen overwegend positief.
Ondanks deze positieve ontwikkelingen is de thuissituatie bij de moeder nog kwetsbaar. De drukte binnen het gezin blijft een aandachtspunt. Daarnaast is sprake van een complexe scheidingssituatie, waarin de communicatie en samenwerking tussen de ouders moeizaam verlopen. De vader bevindt zich in een kwetsbare psychische toestand, waarbij hij twijfelt aan zijn ouderrol en zijn toekomst. Dit kan extra druk bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] leggen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren ook spanningen rondom de omgangsmomenten. Wanneer de vader een omgangsmoment niet nakomt of afzegt, heeft dit direct effect op het welzijn van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De onbegeleide beeldbelmomenten verlopen moeizaam. De vader ervaart moeite in de communicatie en doet uitspraken die spanningen oproepen bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan op dit moment nog niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Gelet op de kwetsbaarheid van het gezin is het van belang om de thuissituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog te monitoren om een stabiele en veilige opvoedingssituatie voor hen te waarborgen. De betrokken hulpverlening kan zicht houden op de ontwikkelingen en behoeften van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Met de inzet van de [dagbesteding] kunnen enerzijds [minderjarige 1] en [minderjarige 2] werken aan hun ontwikkeling en zelfstandigheid en kan anderzijds de moeder worden ontlast en kan zij werken aan haar verdere stabilisatie. Met de hulpverlening kunnen de ouders werken aan het verbeteren van hun communicatie en samenwerking. Daarnaast kan de hulpverlening zicht houden op de omgang tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en op de kwetsbare gemoedstoestand van de vader.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de verzochte duur van negen maanden. Dit is naar het oordeel van de kinderrechter een passende termijn, zodat in de komende periode gewerkt kan worden aan de volgende doelen:
• het monitoren van een stabiele en veilige opvoedsituatie bij moeder;
• het ondersteunen van vader en zicht houden op zijn belastbaarheid;
• het begeleiden en structureren van de communicatie tussen ouders;
• het monitoren van de sociaal-emotionele ontwikkeling en schoolgang van de kinderen;
• het onderzoeken of en hoe toegewerkt kan worden naar het vrijwillig kader.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van
6 april 2026 tot 6 januari 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.