RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446507 / FA RK 26-1589
Datum uitspraak: 2 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende aan de [adres] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden in de hierboven genoemde woning op 2 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] , casemanagers.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 2 mei 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene brengt desgevraagd naar voren dat het goed met hem gaat en dat hij stabiliteit ervaart. Hij vindt een zorgmachtiging overbodig en dwingend. Betrokkene is van mening dat de medicatie geen bijdrage levert aan zijn stabiliteit. Betrokkene ervaart bijwerkingen van de medicatie, zoals dat hij veel zwaarder is geworden. De dokter heeft hem laten weten dat hij van soortgelijke mediatie dezelfde bijwerkingen zal ervaren. Eerder is betrokkene gestopt met het nemen van de medicatie en toen ging het volgens hem juist goed met hem. Betrokkene benadrukt dat hij de medicatie zal blijven innemen en contact zal onderhouden met het behandelteam als er geen zorgmachtiging is. Betrokkene is van mening dat de opname die afgelopen jaar heeft plaatsgevonden overbodig is. Betrokkene had destijds met de psychiater afgesproken dat hij mocht stoppen met de medicatie en opeens werd hij opgenomen. Betrokkene heeft geen werk, maar hij heeft wel een daginvulling.
De casemanagers lichten toe dat betrokkene vaker aangeeft zorg te accepteren. Als er dieper op het onderwerp wordt ingegaan geeft betrokkene echter aan dat hij stopt met de medicatie, zodra het niet meer verplicht is. Betrokkene werkt mee aan het depot, maar benoemt hier keer op keer bij dat hij het depot niet wil en dat het niet nodig is. Gelet op het voorgaande is niet de verwachting dat betrokkene vrijwillig blijft meewerken. Desgevraagd geven de casemanagers aan dat het na het stoppen van de noodzakelijke medicatie betrokkene niet meteen, maar pas na enige tijd decompenseert. De psychiater is bereid om mee te denken over een vermindering van de hoeveelheid medicatie. Enkele maanden geleden is de dosering depotmedicatie verminderd. Eerder is gezien dat het volledig stoppen met de medicatie leidt tot decompensatie. Middels een opname is betrokkene destijds opnieuw op de medicatie ingesteld. In de afgelopen periode hebben er geen incidenten voorgedaan. Volgens de casemanagers komt dat door het gebruik van de medicatie. Benadrukt wordt dat het niet de verwachting is dat betrokkene op termijn zonder medicatie kan. Een zorgmachtiging is noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden.
De advocaat voert aan dat er onvoldoende sprake is van verzet. Betrokkene geeft aan dat hij liever geen medicatie ontvangt, maar daarmee weigert hij de medicatie niet. Betrokkene geeft aan dat hij de medicatie blijft innemen en behandeling accepteert ook als er geen sprake is van een zorgmachtiging. Daarnaast ontbreekt het ernstig nadeel. In het afgelopen jaar hebben er geen incidenten plaatsgevonden en de woning van betrokkene is erg netjes. De zorgmachtiging is voornamelijk gewenst voor het toedienen van de medicatie. Betrokkene werkt mee aan het toedienen van de medicatie. Primair wordt verzocht om het verzoek af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan twaalf maanden, nu betrokkene in de afgelopen periode geen incidenten heeft veroorzaakt. De zorgvorm insluiten dient afgewezen te worden, nu hier geen enkele aanleiding toe is.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overlegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling is genoegzaam gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
ernstige materiële schade;
maatschappelijke teloorgang
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten tijde van decompensatie fysiek agressief naar anderen en achterdochtig is. Daarnaast gaat hij slechter functioneren. Ook kan er bij betrokkene psychotische schade ontstaan als gevolg van decompensatie.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Ten tijde van decompensatie mijdt betrokkene de hulpverlening en neemt hij geen medicatie meer. Betrokkene ziet/erkent het verband tussen het stoppen van de medicatie en decompensatie niet. Het ontbreekt hem aan ziektebesef en ziekte-inzicht en de verwachting is dus ook dat betrokkene de voor hem noodzakelijke medicatie niet meer accepteert, zodra dit niet meer verplicht is. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet houden met zijn ambulant behandelteam. De wijze en de frequentie van dat contact zal op geleide van het toestandsbeeld door het ambulant behandelteam kunnen worden bepaald.
De rechtbank zal de hiervoor genoemde zorgvormen derhalve toewijzen.
De rechtbank zal het toedienen het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en het opnemen in een accommodatie echter afwijzen aangezien bij bespreking ter zitting immers niet is gebleken dat deze vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan vermeld kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 april 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.