ECLI:NL:RBZWB:2026:3678

ECLI:NL:RBZWB:2026:3678

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 03-05-2026
Zaaknummer C/02/446296 / JE RK 26-490
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Ondertoezichtstelling voor een jaar. De moeder werkt mee aan de hulpverlening, maar de complexiteit van de problematiek maakt dat de zaak het vrijwillig kader overstijgt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446296 / JE RK 26-490

Datum uitspraak: 2 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1] .

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 1] ,

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

gevestigd te [plaats 2] ,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

[persoon 1] en [persoon 2] ,

persoonlijk begeleider van de moeder respectievelijk de vader, werkzaam bij [hulpverlening 1] ,

hierna gezamenlijk te noemen: [hulpverlening 1] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van 18 maart 2026, ontvangen op 20 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- een vertegenwoordiger van de Raad;

de moeder;

de vader;

een vertegenwoordiger van de GI;

de persoonlijk begeleider van de moeder ( [hulpverlening 1] );

de persoonlijk begeleider van de vader ( [hulpverlening 1] ).

Op 26 maart 2026 heeft de GI de rechtbank verzocht of de GI digitaal aanwezig mag zijn bij de zitting. De kinderrechter is hiermee akkoord gegaan. De vertegenwoordiger van de GI heeft deelgenomen via een teams-verbinding.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar.

De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de Raad

Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, aan dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] . Bij [minderjarige] is sprake van forse gedragsproblematiek en daarmee gepaarde onveiligheid. Om die reden gaat [minderjarige]

(ook) al maanden niet naar school. De Raad maakt zich zorgen dat het [minderjarige] aan stabiliteit, begrenzing en structuur heeft ontbroken en nog steeds ontbreekt. [minderjarige] is getuige geweest van huiselijk geweld in de relatie van zijn ouders. [minderjarige] heeft daardoor traumatische ervaringen opgedaan en mogelijk ook hechtingsproblematiek. Het is de moeder met intensieve ondersteuning tot op heden niet gelukt om de zorgen te verminderen. Het is van belang dat diagnostisch onderzoek plaatsvindt, waarbij ook wordt onderzocht of sprake is van kind-eigenproblematiek. Op dit moment is de thuissituatie te instabiel voor zo’n onderzoek en behandeling. Er bestaan aanhoudende zorgen op verschillende leefgebieden bij de moeder. Het ontbreekt haar daardoor aan stabiliteit om adequaat tot opvoedtaken te komen, laat staan de intensieve hulvraag van [minderjarige] te beantwoorden. De moeder heeft veel baat gehad bij de ondersteuning van Sterk Huis. De Raad is van mening dat het, ondanks alle zorgen, op dit moment nog de voorkeur heeft om de betrokkenheid van Sterk Huis in de thuissituatie van de moeder verder te onderzoeken. De crisishulp die reeds betrokken is geraakt, is gestopt. Er is nog geen gezinsbegeleiding gestart. De vader is onvoldoende in staat om op praktische wijze te ondersteunen. Dit komt mede omdat hij geen vaste verblijfplaats heeft. Volgens de Raad ontbreekt het niet aan de welwillendheid van de moeder. Ook de vader werkt, binnen zijn rol en mogelijkheden, voldoende mee aan begeleiding en ondersteuning. De situatie is echter zeer complex en overstijgt het vrijwillig kader. De moeder is bereid maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Het is daarom in het belang van [minderjarige] dat iemand naast de moeder gaat staan om de regie te voeren. Er moet rust komen. Daarnaast is het belangrijk dat onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn in de (begeleide) omgang tussen [minderjarige] en de vader. Indien de wens is de begeleiding af te bouwen moet dat zorgvuldig worden gedaan, gelet op de problematiek van [minderjarige] . De verwachting is dat de moeder de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kan dragen.

5. Het standpunt van de moeder (belanghebbende)

Door de moeder is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. De situatie liep uit de hand toen [jeugdhulp] betrokken was. De verschillende betrokken hulpverleners zeiden iets anders. Dit was onduidelijk voor de moeder waardoor zij zich niet gehoord voelde en zij het gevoel had dat de hulpverlening juist werd tegengewerkt. Sterk Huis heeft er, volgens de moeder, voor gezorgd dat alle neuzen weer dezelfde kant op staan. De moeder vindt het fijn als er iemand naast haar komt te staan. Begin februari was er een incident, waarbij [minderjarige] bedreigend was met een mes. Die situatie ontstond omdat [minderjarige] van de jeugdhulp naar AMO moest gaan. Dat was een trigger voor [minderjarige] . De afgelopen periode ging het beter met [minderjarige] tot hij zag dat de buurvrouw de moeder aanviel. [minderjarige] was daardoor ontregeld en gedroeg zich beschermend naar de moeder. Inmiddels gaat het weer beter. [minderjarige] gaat nog niet naar school toe. Er is veel hulp voor de moeder en [minderjarige] . De [hulpverlening 1] , [hulpverlening 2] en Sterk Huis op de achtergrond zijn betrokken voor de moeder. Er is ingezet op traumabehandeling voor [minderjarige] . MOEV is niet meer betrokken.

6. Informanten (de vader, GI en [hulpverlening 1] )

De vader

Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij het verzoek begrijpt. Hij heeft begeleide omgang met [minderjarige] . De persoonlijk begeleider van de vader is daarbij.

GI

Door de GI is, samengevat, naar voren gebracht dat de GI zich kan vinden in het verzoek en bereid is de ondertoezichtstelling uit te voeren. De GI heeft de zaak geprioriteerd, omdat het noodzakelijk is dat er zo snel als mogelijk een jeugdbeschermer kan starten. Er is daarom direct iemand beschikbaar van de vaste vestiging. De zorgen over [minderjarige] zijn erg groot. De GI verzoekt de kinderrechter tevens als doel op te nemen dat [minderjarige] duidelijkheid ervaart in de omgang met de vader.

[hulpverlening 1]

De persoonlijk begeleider van de moeder verklaart, samengevat, dat de moeder open staat voor hulpverlening, maar dat zij soms wordt geleefd door alle hulpverlening.

De persoonlijk begeleider van de vader verklaart, samengevat, dat zij in eerste instantie betrokken was voor [minderjarige] , maar toen MOEV werd ingezet zij zich is gaan richten op het contactherstel met de vader. Normaal gesproken blijft [hulpverlening 1] niet betrokken bij langdurige omgang, maar omdat veel van de hulpverlening niet van de grond kwam is er voor [minderjarige] een uitzondering gemaakt. De ouders werken goed mee en hebben goede intenties. Gelet op de kwetsbaarheid van de situatie is het belangrijk dat er iemand is die langdurig betrokken blijft. Als die hulp er is zal [hulpverlening 1] zich terugtrekken.

7. De beoordeling

Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. [minderjarige] heeft veel meegemaakt in de opvoedsituatie bij de ouders, in de eerste plaats door huiselijk geweld en – daarmee samenhangend – een gebrek aan stabiliteit, structuur en de veilige nabijheid van zijn opvoeders. Er zijn veel zorgen over het gedrag van [minderjarige] ten gevolge van trauma’s, emotionele belasting en mogelijke hechtingsproblematiek. [minderjarige] ervaart regelmatig flinke woedeaanvallen en is niet te begrenzen in zijn gedrag. De veiligheid van [minderjarige] en de mensen om hem heen komt daardoor ernstig in het gedrang. [minderjarige] is ook al lange tijd niet meer naar school toe geweest. Het baart de kinderrechter veel zorgen dat [minderjarige] in een overlevingsstand staat en niet tot ontwikkeling komt. Het is hierin gelegen dat bij [minderjarige] sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Om de ontwikkelingsbedreiging weg te kunnen nemen in de situatie bij de moeder dient er op zeer korte termijn te worden doorgepakt. Voor zover de veiligheid niet verder in het gedrang komt dient eerst te worden ingezet op intensieve ondersteuning en begeleiding in de opvoedsituatie bij de moeder. Het belang van [minderjarige] bij het realiseren van (emotionele) veiligheid, stabiliteit, rust en structuur staat voorop. Indien mogelijk dient tegelijkertijd (diagnostisch) te worden onderzocht waar de problematiek van [minderjarige] in is gelegen en wat [minderjarige] nodig heeft om zich veilig verder te kunnen ontwikkelen. Tot slot dient te worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn in de omgang met de vader die op afstand betrokken is: welke vorm van contact is in het belang van [minderjarige] , waar liggen zijn draagkracht en behoefte? Een eventuele uitbreiding van het contact en de afbouw van de begeleiding dient gelet op de ervaringen in het verleden zorgvuldig plaats te vinden. Zowel de moeder als de vader kunnen zich in die doelen vinden. De moeder staat ook open voor hulpverlening, maar zij is ondanks de inzet van verschillende hulpverleningsvormen en betrokkenheid van Veilig Thuis onmachtig gebleken om de situatie te doorbreken. Dit heeft te maken met de zorgen op verschillende leefgebieden bij de moeder en de complexiteit van de situatie, maar ook met het gebrek aan overzicht bij de verschillende betrokken hulpverlening, zeker wanneer deze een verschillende mening hebben. Daarom is het belangrijk dat er iemand naast de moeder komt te staan die de daadkrachtig en eenduidig regie kan voeren. Een jeugdbeschermer is nodig om de benodigde hulpverlening (verder) in te zetten en de ontwikkeling van [minderjarige] te monitoren. Terwijl er dient te worden gewaakt voor de (emotionele) veiligheid van [minderjarige] dient de moeder de gelegenheid te worden geboden haar rug te rechten. Omdat de complexiteit van de problematiek van [minderjarige] het vrijwillig kader overstijgt is hulpverlening in een gedwongen kader nodig. Het – onweersproken – verzoek zal daarom worden toegewezen voor de duur van een jaar, zoals verzocht.

De doelen waaraan tijdens de ondertoezichtstelling gewerkt moet worden, zijn:

[minderjarige] komt toe aan zijn primaire ontwikkeltaken (schoolgang passend bij zijn behoeftes). Terugkeer naar school, hetzij gericht op speciaal onderwijs in verband met ernstig grensoverschrijdend gedrag;

[minderjarige] groeit op in een veilige schone thuissituatie met voldoende structuur. Stabiliteit in de thuissituatie door inzet intensieve begeleiding voor moeder op leefgebieden, ergo ambulante ondersteuning voor financiën, regelzaken, huishouden;

Pedagogische ondersteuning voor moeder in omgaan met aanbrengen van grenzen, vasthouden aan grenzen, uitvoeren van rol als ouder;

Er is zicht op de onderliggende problematiek en wat [minderjarige] hierin nodig heeft. Perspectief op en inzet van diagnostiek en behandeling voor [minderjarige] en voor moeder zodra thuissituatie enigszins stabiliseert;

[minderjarige] en moeder worden ontlast in het oplossen van de zorgen. Regie en overzicht over betrokken hulpverlening voor moeder middels een centraal aanspreekpunt (ergo; gezinsvoogd);

Er is duidelijkheid voor [minderjarige] over de omgang met zijn vader. Het contact tussen [minderjarige] en de vader is duurzaam en stabiel;

De ouders communiceren op een goede manier met elkaar.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

8. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 april 2026 tot 2 april 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Ham als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand