ECLI:NL:RBZWB:2026:3694

ECLI:NL:RBZWB:2026:3694

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/446405 / FA RK 26-1532
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Opvolgende zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden. Betrokkene ontkent een psychische stoornis te hebben. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446405 / FA RK 26-1532

Datum uitspraak: 3 april 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mevrouw [persoon] , casemanager.

De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2. Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 28 april 2026.

3. Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4. De standpunten

Betrokkene zegt dat het ontzettend goed met hem gaat, hij heeft geen klachten en functioneert naar behoren. Betrokkene zegt dat de crisisopnames die hij de afgelopen tijd heeft gehad steeds naar aanleiding van een traumatische gebeurtenis zijn geweest en niet naar aanleiding van een psychische kwetsbaarheid.

Betrokkene vindt dat hij geen psychische stoornis heeft omdat er niet aan alle vereiste criteria wordt voldaan. Hij zegt wel last te hebben van traumagerelateerde klachten of stress, maar niet van waanbeelden, hallucinaties of achterdochtigheid. Betrokkene vindt het goed om een depot te krijgen, maar het geeft soms wat vervelende bijwerkingen. Hij merkt zelf niets van het effect van de medicatie, maar volgens klinische tests heeft het bewezen effect. Hij wil ook graag in contact blijven met de GGZ voor enige begeleiding en om wat te kunnen praten. Betrokkene laat het aan de rechtbank of dit onder een zorgmachtiging moet of niet. Hij geeft hierbij aan dat hij eerder een medisch advies van de betrokken verpleegkundig specialist ter zijde heeft geschoven waarvan hij achteraf zegt dat hij dat niet had moeten doen. Betrokkene ziet dat medicatie zou kunnen helpen onder bepaalde omstandigheden en vindt dat hij niet tegen medisch advies in moet gaan. Tot slot wil betrokkene nog opmerken dat er in de stukken niet is vermeld van welke soort achterdocht sprake is, enkel standaardformuleringen worden gebruikt. Daar wil betrokkene zich van distantiëren.

De casemanager zegt dat ze de afgelopen periode aan de slag zijn gegaan met het terugkijken naar de psychotische ervaringen van betrokkene, welke zijn ontstaan na het staken van medicatie. Betrokkene begeeft zich dan in gevaarlijke situaties waarin hij geen overzicht meer heeft en de stress toeneemt. Hier reageert betrokkene volgens de casemanager dan psychotisch op. Dit levert direct gevaar op voor de ouders van betrokkene, bij wie hij inwoont. De casemanager ziet dat het lastig is voor betrokkene om de psychotische kwetsbaarheid te erkennen. Het ziekte-inzicht en ziektebesef ten aanzien van het niet innemen van medicatie is er bij betrokkene volgens de casemanager niet. Daar zit haar zorg. De casemanager zegt dat de oorzaken voor de psychotische belevingen zoals betrokkene deze noemt grotendeels wel kloppen, maar dit gaat vervolgens een eigen leven leiden en zorgt voor achterdocht, angst en het niet kunnen slapen. Uiteindelijk leidt het tot waanbeelden. De casemanager zegt dat het na een ontregeling in het beginstadium vaak lukt om de medicatie goed af te bouwen, maar dat het na een tijdje niet meer in overleg lukt. De casemanager vindt de risico’s zonder een zorgmachtiging te groot, met name vanwege de agressie die betrokkene laat zien. De casemanager vindt medicatie en contact met het FACT-team noodzakelijk. Ze hoopt dat betrokkene vervolgens kan gaan kijken naar werk of dagbesteding.

De advocaat vindt dat het verzoek voor toewijzing gereed ligt met medicatie en contact met het FACT-team als vormen van verplichte zorg. De advocaat vraagt primair wel om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is van mening dat hij geen psychische stoornis heeft en dat er enkel traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Subsidiair geeft de advocaat aan dat als betrokkene in de situatie berust, het de vraag is of er nog sprake is van verzet of dat zorg op vrijwillige basis mogelijk is. Betrokkene geeft hierbij aan dat hij denkt dat het hem zonder zorgmachtiging niet gaat lukken. Nu gaat het goed, maar er zijn ook slechtere momenten. Hij weet niet of hij dan medicatie blijft innemen en contact blijft houden met de zorg. De advocaat pleit daarbij wel voor afwijzing van de overige verzochte vormen van verplichte zorg - beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie - omdat dit na een juiste instelling op medicatie waarschijnlijk niet nodig is. De advocaat hoopt dat betrokkene snel ergens anders kan gaan wonen, omdat huidige woonsituatie bij zijn ouders niet ideaal is voor hem.

5. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en overige dsm-5 stoornissen. Betrokkene vindt dat hij geen psychische stoornis heeft. Echter heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene bij een psychotische decompensatie zorgt voor gevaar voor fysieke en verbale agressie richting anderen of zichzelf. Hij is eerder agressief geweest richting familie en daarnaast zelf slachtoffer geweest van meerdere geweldsincidenten. Er lopen rechtszaken naar aanleidingen van diverse mishandelingen, maar betrokkene voelt zich hierin niet gehoord door politie. Dit zorgt voor een toename van onrust en spanning en stress en conflicten in de thuissituatie. Betrokkene heeft last van traumatische stress die gepaard gaan met flashbacks en nachtmerries. Na verbetering door middel van medicatie zijn er meerdere terugvallen geweest met achterdochtig, verward en onrustig gedrag. Betrokkene heeft momenteel geen werk of eigen woning. Een terugval in psychose kan een verergering van deze problemen met zich meebrengen.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is overeenstemming over het feit dat betrokkene regelmatig last heeft van mentale klachten, maar er zijn verschillen in hoe betrokkene zelf en hoe zijn ouders of hulpverlening zijn klachten en gedrag interpreteren en duiden. Betrokkene heeft eerder medicatie gestaakt en het risico bestaat dat dit opnieuw gebeurt zonder verplichte zorg. Betrokkene betwijfelt zelf ook of hij de nodige zorg en medicatie toe laat wanneer dit niet verplicht is. Daarnaast is het een continue zoektocht naar balans tussen autonomie en ruimte geven en anderzijds beschermen tegen mogelijk nadeel. Betrokkene wil zijn leven opbouwen, maar moet hierbij rekening houden met zijn mentale belastbaarheid en het risico op een terugval proberen te voorkomen. Daarom is verplichte zorg nodig.

De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen. De rechtbank constateert dat betrokkene momenteel stabiel is en verwacht dat als dit zo blijft, dat betrokkene middels de zorgmachtiging en andere vormen van verplichte zorg in het zicht van de GGZ of het FACT-team blijft. De rechtbank vindt ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘het opnemen in een accommodatie’ niet voorzienbaar.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6. De beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2027;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 16 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Benjaddi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand