RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446415 / FA RK 26-1537
Datum uitspraak: 3 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [persoon 1] , spv’er;
mevrouw [persoon 2] , zus en mentor.
Tevens waren aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, de heer [persoon 3] , verpleegkundige in opleiding, mevrouw [persoon 4] , zusje van betrokkene en de heer [persoon 5] , vader van betrokkene. Zij zijn niet gehoord.
De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 17 april 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene vindt het goed om medicatie te krijgen en zegt daar ook wat van te merken. Betrokkene wil niet meer opgenomen worden. Hij heeft niet het idee dat dat werkt en vindt dat hij de vorige keer te lang moest blijven. Betrokkene trekt zelf aan de bel als het niet goed gaat. Betrokkene gebruikt soms drugs en is niet van plan hiermee te stoppen.
De spv’er vindt dat betrokkene medicatie nodig heeft. Betrokkene is dan beter in contact en heeft minder problemen. De spv’er vindt opname alleen nodig in uiterste noodsituaties en probeert dat zo veel mogelijk te voorkomen. Gelet op het drugsgebruik van betrokkene en mogelijke stress kan hij ook onder een stabiel depot decompenseren. De spv’er vindt het contact met het FACT-team ook noodzakelijk, omdat is gebleken dat het lastig is om met betrokkene in contact te komen. Hij leidt een zwervend bestaan. De spv’er geeft aan goed contact te hebben met de familie en zegt steeds met hen in overleg te gaan over de best passende zorg.
De zus en tevens mentor zegt dat betrokkene erg wisselend in de samenwerking is. Het ene moment is betrokkene gemotiveerd en wil hij overal aan meewerken, terwijl hij het andere moment niets meer wil. De zus en mentor vindt het belangrijk dat er op laatstgenoemde momenten mogelijkheden zijn om iets te kunnen doen. De zus en mentor geeft aan continu met ketenpartners op zoek te zijn naar wat het beste werkt voor betrokkene.
De advocaat neemt het medisch oordeel als een gegeven. Betrokkene zegt dat hij geen bezwaar heeft tegen een depot, ook al heeft hij liever pillen. Betrokkene wil geen gedwongen zorg. De advocaat zegt uit de stukken op te maken dat een opname feitelijk contra-geïndiceerd is en vindt daardoor dat opname en de daarbij samenhangende vormen van verplichte zorg moeten worden afgewezen. De advocaat vindt dat wanneer er sprake is van decompensatie er kan worden overgegaan op het aanvragen van een crisismaatregel.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie, een licht verstandelijke beperking en ernstige verslavingsproblematiek.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tijdens een psychotische episode agressief gedrag laat zien richting anderen. Daarnaast is er sprake van slechte zelfzorg. Betrokkene zoekt niet tijdig hulp bij medische problemen. Hij is matig verzorgd en er sprake van slechte gebitsverzorging. Ook heeft hij (ontstoken) wondjes aan zijn handen.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Zowel uit de stukken als tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene erg wisselend is ten aanzien van de nodige zorg of behandeling. Betrokkene kan heel gemotiveerd zijn en overal aan meewerken, maar dit kan ook volledig anders zijn. Daarbij speelt het drugsgebruik als onzekere component ook een rol. Betrokkene heeft aangegeven drugs te gebruiken. Gelet op de verklaring van de spv’er kan drugsgebruik, ook onder een stabiel depot, voor een ontregeling zorgen. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
De verzochte vormen van zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank oordeelt, anders dan het standpunt van de advocaat, ‘opnemen in een accommodatie’ en de daarbij samenhangende vormen van verplichte zorg wel toe te wijzen. De rechtbank overweegt in dit kader dat er bij ernstige ontregeling, wanneer dat niet met medicatie kan worden bijgestuurd, mag worden overgegaan op een opname. De rechtbank vindt dat die mogelijkheid er moet zijn, omdat de gevolgen voor betrokkene (en zijn omgeving) mogelijk nog groter zijn als er niet tijdig kan worden ingegrepen en er uiteindelijk een crisismaatregel moet worden ingezet.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2027;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 16 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.