ECLI:NL:RBZWB:2026:3701

ECLI:NL:RBZWB:2026:3701

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/444948 / JE RK 26-245
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Toewijzing verzoek GI vervangende toestemming medische behandeling. Kinderrechter leidt noodzaak behandeling en welke behandeling nodig is af uit de stukken en de verklaring van de GI. De kinderrechter verbindt daaraan wel voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444948 / JE RK 26-245

Datum uitspraak: 3 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. J.M.G. Cox uit Tilburg,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. A.J.Y.M. Thomas uit Breda.

De kinderrechter merkt als informant aan:

mr. L.E. SWART,

kantoorhoudende te Roosendaal,

waargenomen door mr. B.P.A. van Beers,

hierna te noemen de bijzondere curator.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

de moeder met haar advocaat;

de waarnemer van de bijzondere curator;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De kinderrechter heeft bijzondere toestemming verleend voor de aanwezigheid van de stagiaire van mr. Thomas.

De behandeling van het verzoek heeft, gelet op de nauwe samenhang tussen deze verzoeken, gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de verzoeken strekkende tot wijziging van de verdeling zorg- en opvoedingstaken. Deze verzoeken zijn geregistreerd onder de zaaknummers C/02/395223 / FA RK 22-945 en C/02/443117 / JE RK 25-2259. De beslissing in die zaken wordt in een aparte beschikking opgenomen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 15 juli 2026.

De vader heeft toestemming geweigerd voor de medische behandeling van [minderjarige] .

3. Het verzoek

De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI onderbouwt het verzoek als volgt. Bij [minderjarige] is ASS vastgesteld. Hij stelt zich bepalend op, is rigide en inflexibel. Hij dreigt emotioneel vast te lopen. Dit uit hij in de thuissituatie, door bepalend en claimend gedrag te laten zien. [minderjarige] uit zijn gevoel op zijn zus, moeder of spullen in huis. Dit kan betekenen dat hij gaat schelden, slaan, schoppen of met de deuren slaat. [minderjarige] ontkent zelf dat er iets met hem aan de hand is. De psychiater van [hulpverlening] stelt voor om Aripiprazol voor te schrijven voor de regulering van onderliggende angsten vanuit autisme. De GI heeft bij [hulpverlening] verzocht om een officieel document, waaruit de noodzaak voor de medicatie blijkt. Deze heeft de GI echter nog niet ontvangen. Volgens de GI is de vader niet bereid om zijn toestemming te verlenen. De moeder is wel akkoord en verleent haar toestemming. De regiebehandelaar van [hulpverlening] bevestigt dat de psychiater een medicatieadvies heeft gegeven. Volgens de GI laat [minderjarige] op school geen bijzonder gedrag zien. De zorg gaat wel uit naar het wisselen van school en het verliezen van het vaste ritueel. De medicatie zal ook ondersteuning geven in het gezin en het vertoon van manipulerend en bepalend gedrag door [minderjarige] .

Door en namens de moeder wordt aangevoerd dat het voor haar vast staat dat [minderjarige] de geadviseerde medicatie nodig heeft. Volgens de moeder is de situatie thuis soms onhoudbaar. [minderjarige] heeft angsten, waardoor hij wegkruipt en niet in contact wil komen. De moeder verwacht dat de wisseling naar de middelbare school in de zomer van 2027 heel moeizaam zal verlopen, als [minderjarige] geen medische ondersteuning krijgt. De moeder vindt de medicatie dan ook noodzakelijk voor [minderjarige] . De medicatie kan [minderjarige] helpen om zijn angsten weg te nemen en zijn suïcidale gedachten te onderdrukken. De moeder wijst op de uitspraak van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden van 29 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9402, waarin een soortgelijk verzoek is toegewezen. Het voorliggende verzoek moet volgens de moeder tevens getoetst worden aan artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het is aan de kinderrechter om een beslissing te nemen die in het belang is van het kind. Volgens de moeder is medicatie noodzakelijk om het ernstig gevaar voor de gezondheid van [minderjarige] af te wenden. De kinderrechter mag het verzoek tevens toetsen aan artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW). In deze staat het belang van [minderjarige] voorop, waardoor het verzoek voor toewijzing gereed ligt.

De vader en zijn advocaat voeren aan dat het verzoek niet voldoet aan de eisen van de wet. Het verzoek is erg open en vrij geformuleerd. Er is niet concreet aangegeven om welke behandeling het nu gaat. Evenmin ligt er een verklaring van een arts, die uitlegt wat nu de bedoeling is. Het is onbekend om welke dosering, duur en doel het gaat. Het is voor de vader dan ook volstrekt onduidelijk wat de bedoeling is. Het moet gaan om een ernstig gevaar voor de gezondheid van een kind. Dat moet dan wel goed onderbouwd zijn. Die informatie ontbreekt volgens de vader. De vader is niet eerder bekend geraakt met de stelling dat [minderjarige] kampt met angsten. Uit de stukken komt naar voren dat er sprake zou zijn van woede-uitbarstingen en manipulatie. Dat de medicatie noodzakelijk zou zijn om angsten te onderdrukken, komt voor de vader volledig uit de lucht vallen. De vader vindt het een stap te ver om [minderjarige] medicatie te laten nemen, omdat wordt aangenomen dat hij last gaat krijgen van de overstap naar het middelbaar onderwijs. De vader heeft de GI gevraagd om hem in contact te brengen met de psychiater, zodat hij zijn vragen zou kunnen voorleggen. De vader heeft hierop geen enkele reactie ontvangen. Het is de vader zelf niet gelukt om contact te krijgen met de psychiater.

De (waarnemend) bijzondere curator is niet bekend met de inhoud van het verzoek van de GI. Volgens hem is in dit soort verzoeken het belang van het kind leidend. In het algemeen geldt, dat als het in het belang van het kind is, het kind niet schaadt en het past in de lijn van de geïndiceerde behandeling is, de vervangende toestemming wordt verleend.

Volgens de Raad blijkt uit de stukken dat er bij [minderjarige] een zwaardere vorm van autisme speelt, dan in eerste instantie is vastgesteld. Dat blijkt ook uit de inzet van meer specialistische hulp vanuit [stichting] . De Raad mist in het verzoek van de GI de medische onderbouwing van de psychiater over de noodzaak voor de medicatie. De Raad kan zich voorstellen dat [minderjarige] kampt met angsten, die voortkomen uit het niet goed begrijpen van de wereld en dat medicatie daarbij helpend kan zijn. Het verzoek van de GI is dan ook te begrijpen en te volgen. De Raad zou evenwel graag de gelegenheid krijgen om de onderbouwing te lezen en stelt voor om de behandeling van het verzoek voor een periode van vier weken aan te houden.

5. De beoordeling

Het verzoek van de GI is gebaseerd op artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek.

Volgens het eerste lid van deze bepaling kan indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert, kan deze toestemming op verzoek van de gecertificeerde instelling worden vervangen door die van de kinderrechter.

De vader van [minderjarige] voelt zich, kort gezegd, nog onvoldoende geïnformeerd om toestemming te kunnen geven voor een behandeling van [minderjarige] met de geadviseerde medicatie.

Uit de inhoud van de stukken en de standpunten van partijen is de kinderrechter het volgende gebleken. Bij [minderjarige] is een autisme spectrum stoornis (ASS) vastgesteld. [minderjarige] dreigt op momenten sociaal emotioneel vast te lopen, wat hij botviert in de thuissituatie. Vanuit zijn autisme kampt hij met onderliggende angsten. Hij heeft moeite met het afstemmen van zijn gedrag in sociale situaties. Hij heeft een sterke behoefte om vast te houden aan bepaalde patronen en routines. De psychiater van [hulpverlening] heeft moeten vaststellen dat de stoornis bij [minderjarige] zwaarder is, dan aanvankelijk is gediagnosticeerd en dat [hulpverlening] niet beschikt over de expertise om de behandeling van [minderjarige] verder voort te zetten. [minderjarige] is daarom verwezen naar en aangemeld bij [stichting] . Deze stichting biedt specialistische zorg aan jongeren met aan autisme gerelateerde problematiek. Uit de verklaring van de GI is verder gebleken dat de psychiater van [hulpverlening] voor [minderjarige] een behandeling met Aripiprazol heeft geadviseerd, waarmee de onderliggende angsten vanuit het autisme gereguleerd kunnen worden. Er zijn grote zorgen over de aanstaande overstap naar het middelbaar onderwijs, omdat dat betekent dat zijn vaste rituelen op school veranderen en te voorzien is dat [minderjarige] daar heftig op zal reageren. Van belang is dat voor zo’n overgang rustig de tijd dient te worden genomen. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat voldoende is onderbouwd dat het noodzakelijk is dat [minderjarige] voor ASS wordt behandeld en ook dat die behandeling middels medicatie dient te geschieden, om het ernstig gevaar voor zijn gezondheid af te wenden. Een nadere onderbouwing, zoals door de Raad voorgesteld, acht de kinderrechter dan ook niet nodig.

Hoewel de GI de vader meerdere malen heeft verzocht om toestemming voor de behandeling te geven en hem daarbij over de behandeling informatie heeft gegeven, weigert de vader zijn toestemming te geven. Ook tijdens de zitting blijft hij vasthouden aan zijn weigering.

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:265h BW en hij zal daarom de benodigde toestemming van de vader in het belang van [minderjarige] vervangen, zodat de voormelde behandeling voor hem kan worden ingezet. In die zin zal hij het verzoek van de GI toewijzen.

De kinderrechter verbindt echter wel de volgende voorwaarden aan zijn vervangende toestemming:

- de toestemming voor de behandeling geldt uitsluitend voor een behandeling van ASS door toediening van het medicijn Aripiprazol, of een daarmee vergelijkbaar medicijn;

- het recept voor het medicijn Aripiprazol, of een daarmee vergelijkbaar medicijn, wordt voorgeschreven door een psychiater of een andere arts, bijvoorbeeld de huisarts;

- de dosis en het gebruik, bijvoorbeeld eenmaal per dag een tablet, wordt daarbij bepaald door de arts die het medicijn voorschrijft;

- toediening geschiedt voor de duur dat de behandelend arts dat nodig vindt.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming, ter vervanging van de toestemming van de vader, voor de medische behandeling van [minderjarige] met het medicijn Aripiprazol, of een daarmee vergelijkbaar medicijn, onder de condities zoals beschreven in rechtsoverweging 5.7;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026, in tegenwoordigheid van Joosen, griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand