ECLI:NL:RBZWB:2026:3702

ECLI:NL:RBZWB:2026:3702

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/414421 FA RK 23-4587
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot vaststellen van een omgangsregeling tussen een kind een haar biologische vader n.a.v. raadsonderzoek. Het kind laat een dermate hoge mate van weerstand zien dat het afdwingen van omgang averechts zal werken.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/414421 FA RK 23-4587

datum uitspraak: 3 april 2026

Nadere beschikking over omgang

in de zaak van

[de man] ,

in de Basis Registratie Personen (BRP) geregistreerd als [de man] ,

hierna: de man,

wonende in [plaats] , gemeente Maasgouw,

advocaat: mr. R.M.J.K.M. Teeuwen te Roermond,

tegen

[de vrouw] ,

in de Basis Registratie Personen geregistreerd als [de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze, gemeente Gilze en Rijen,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2018, hierna: [minderjarige] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het verdere procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

de beschikking van deze rechtbank van 8 april 2025 en alle daarin genoemde stukken;

het rapport van de Raad van 4 november 2025;

het F-9 formulier van mr. Van Kerkhof, ontvangen op 6 november 2025;

het F-9 formulier van mr. Teeuwen, ontvangen op 25 november 2025.

Het verzoek van de man is nader behandeld op de zitting van 23 maart 2026. Op die zitting zijn partijen met hun advocaten verschenen. Partijen werden ieder bijgestaan door een tolk in de Oekraïense taal. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

2. De nadere beoordeling

Inleiding

De rechtbank verwijst naar de inhoud van de beschikking van 8 april 2025. In die beschikking heeft de rechtbank vastgesteld dat de man niet de juridische vader is van [minderjarige] . Ook is daarin vastgesteld dat de vrouw zowel naar Oekraïens recht als naar Nederlands recht is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] . De rechtbank heeft de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag over [minderjarige] , omdat hij niet de juridische vader is. Daarnaast heeft de rechtbank in de beschikking overwogen dat de man wel kan worden ontvangen in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en de man. Tussen partijen staat vast dat de man de biologische vader is van [minderjarige] . De rechtbank heeft de Raad verzocht om een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de in de beschikking van 8 april 2025 onder 5.21 vermelde vragen over een omgangsregeling en daarover te rapporteren en adviseren. In afwachting van dit rapport en advies is de beslissing over het resterende verzoek van de man pro forma aangehouden. Verder heeft de rechtbank in de beschikking van 8 april 2025 vermeld dat partijen hebben afgesproken dat de vrouw de man eenmaal per drie maanden via de advocaten zal informeren over [minderjarige] , met een verslag over hoe het met haar gaat en met een foto.

Aan de orde is nu nog het verzoek van de man om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. een omgangsregeling tussen partijen vast te stellen waarbij [minderjarige] in de even weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij de vrouw zorgdraagt voor het halen en brengen van [minderjarige] , en de verdeling van de vakanties en feestdagen in onderling overleg, waarvan minimaal één aangesloten week in de zomervakantie, althans te bepalen dat er een omgangsregeling wordt vastgesteld tussen de man en [minderjarige] ,

III. althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank geraden acht.

Advies van de Raad

In zijn rapport van 4 november 2025 adviseert de Raad de rechtbank om op dit moment geen contact tussen de man en [minderjarige] vast te stellen. De Raad heeft besloten om het onderzoek, waar de rechtbank in de beschikking van 8 april 2025 om heeft verzocht, uit te breiden naar een beschermingsonderzoek. Tijdens het onderzoek van de Raad heeft [minderjarige] een hoge mate van weerstand laten zien om over de man te praten en werd duidelijk dat zij zijn bestaan ontkent.

[minderjarige] was onder toezicht gesteld van 4 april 2024 tot 4 april 2025. Zij is in het kader van de ondertoezichtstelling behandeld door een speltherapeut van [jeugdorganisatie] . De speltherapeut heeft geconcludeerd dat [minderjarige] geen ruimte ervaart voor contact met de man. Er zijn zorgen dat [minderjarige] op andere ontwikkelingsgebieden zal stagneren wanneer ingezet wordt op contactherstel tussen [minderjarige] en de man. Voor de Raad is onduidelijk gebleven welke factoren er toe leiden dat [minderjarige] niet over de man wil praten en geen contact met hem wil. De Raad heeft grote twijfels of de vrouw op dit moment voldoende draagkracht heeft om [minderjarige] de emotionele toestemming te geven om contact te hebben met de man. Dit vanwege door de vrouw als traumatisch ervaren gebeurtenissen tijdens de relatie met de man. Er is al geruime tijd geen contact tussen [minderjarige] en de man. Het laatste contact dateert van 14 juni 2023. Voor de Raad is onduidelijk in hoeverre er voor [minderjarige] op dit moment mogelijkheden zijn om dit contact weer aan te gaan en wat zij hierin nodig heeft. De hoge mate van afwijzing en weerstand die [minderjarige] laat zien is zorgelijk. Desondanks vindt de Raad een nieuwe ondertoezichtstelling niet nodig. De doelen zouden namelijk enkel worden gericht op contactherstel tussen [minderjarige] en de man, terwijl de Raad het afdwingen van het contact met de man niet in het belang van [minderjarige] acht.

Omdat [minderjarige] het onderwerp ‘vader’ afwijst, vindt de Raad het belangrijk om hier gehoor aan te geven. Alhoewel de Raad niet kan inschatten of [minderjarige] daadwerkelijk geen contact wil met de man of dat zij dat niet wil vanuit loyaliteit naar de vrouw en stiefvader, vindt de Raad dat omgang in het belang van [minderjarige] niet afgedwongen dient te worden. Dat zal een averechts effect hebben. De Raad hoopt dat er door het niet vastleggen van een omgangsregeling rust voor [minderjarige] zal ontstaan en dat er uiteindelijk ruimte bij haar komt om het contact met de man wél aan te gaan. Daarbij vindt de Raad het belangrijk dat de vader eens per kwartaal een kaartje zal sturen aan [minderjarige] en een cadeautje voor haar verjaardag, zodat [minderjarige] weet dat de man aan haar denkt en dat hij haar niet vergeet. Verder is het nodig dat de vrouw en haar partner ervoor zorgen dat het onderwerp ‘vader’ geen verboden onderwerp wordt.

Namens de Raad is tijdens de zitting naar voren gebracht dat het advies wordt gehandhaafd. Daarnaast heeft de vertegenwoordiger van de Raad geadviseerd dat wanneer de vader aan [minderjarige] een kaartje of cadeautje stuurt, de moeder daarover met [minderjarige] in gesprek gaat. Ook heeft hij benadrukt dat het belangrijk is dat de moeder in het kader van de informatieregeling meer uitgebreid informatie over [minderjarige] aan de man geeft. De man kan daar dan in een kaartje aan [minderjarige] op reageren, zodat zij betrokkenheid vanuit haar vader ervaart.

Standpunten partijen

Door en namens de man is aangevoerd dat hij erg teleurgesteld is over het advies van de Raad. De man had gehoopt dat hij contact zou kunnen krijgen met [minderjarige] , maar hij legt zich voor dit moment neer bij het advies van de Raad. De man doet dit om [minderjarige] nu niet verder te belasten. Hij wil wat het beste is voor [minderjarige] . Hij hoopt dat er in de toekomst wel ruimte bij haar ontstaat en dat hij haar dan kan zien. De man vindt het belangrijk dat de vrouw hem meer uitgebreid op de hoogte houdt over hoe het met [minderjarige] gaat. Hij wil graag vernemen hoe het met haar gaat op school, wat [minderjarige] bezig houdt zoals hobby’s en/of sport, hoe het gaat met haar gezondheid en hoe het gaat met de therapie en de weerstand ten opzichte van haar vader. Het is van belang dat de vrouw de informatie over [minderjarige] in de Oekraïense taal opschrijft, omdat de man de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De man zou graag weten wat het adres van de vrouw is, zodat hij kaartjes en cadeautjes zonder tussenkomst van de advocaten rechtstreeks naar [minderjarige] kan sturen. Omdat [minderjarige] op school leert lezen en schrijven in het Nederlands, zal hij naar [minderjarige] schrijven in de Nederlandse taal.

Door en namens de vrouw is aangegeven dat zij het eens is met het advies van de Raad. [minderjarige] is er van op de hoogte dat de man haar vader is. De vrouw begrijpt dat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] belangrijk is dat zij weet wie haar vader is. De vrouw geeft aan dat zij open blijft staan voor contact tussen de man en [minderjarige] . Zij zal bij [minderjarige] blijven polsen of zij toe is aan contact. Op de zitting heeft de vrouw toegezegd dat zij periodiek met [minderjarige] het onderwerp vader zal aansnijden en met [minderjarige] in gesprek zal gaan als zij vragen over hem heeft. Verder heeft de vrouw op de zitting toegezegd dat zij de man meer uitgebreid zal informeren of [minderjarige] , in de Oekraïense taal en met een foto, zoals de man haar heeft gevraagd. Het contact tussen de man en de vrouw dient echter te verlopen via de advocaat van de vrouw. De vrouw wil haar adres niet aan de man geven. De man kan kaartjes en cadeautjes voor [minderjarige] sturen naar de advocaat van de vrouw. De advocaat van de vrouw heeft toegezegd dat hij deze zal doorsturen naar de vrouw, ten behoeve van [minderjarige] .

Nadere beoordeling door de rechtbank

Zoals overwogen in de beschikking van 8 april 2025, is in artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: [minderjarige] ) bepaald dat degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot een kind staat, de rechter kan verzoeken om een omgangsregeling vast te stellen.

Het advies van de Raad is door partijen op de zitting niet weersproken. De man berust in het advies, met het oog op het belang van [minderjarige] .

Gelet op het advies van de Raad zal de rechtbank het verzoek van de man om een omgangsregeling vast te stellen, afwijzen. De rechtbank vindt het positief dat beide ouders aangeven dat zij open blijven staan voor contactherstel tussen [minderjarige] en de man. In dat kader heeft de vrouw toegezegd dat zij periodiek met [minderjarige] het onderwerp vader zal aansnijden en met [minderjarige] in gesprek zal gaan als zij vragen over hem heeft. De man heeft op zijn beurt toegezegd dat hij eens per kwartaal een kaartje naar [minderjarige] zal sturen en een cadeautje voor haar verjaardag. De man zal de kaartjes opstellen in de Nederlandse taal, zodat [minderjarige] de tekst kan lezen. Op die manier weet [minderjarige] dat haar vader aan haar denkt en vergeet zij niet dat hij bestaat.

Positief is ook dat de vrouw op de zitting in het kader van haar verplichting op grond van artikel 1:377b BW heeft toegezegd dat zij de man voortaan uitgebreider zal informeren over [minderjarige] dan zij tot nu toe deed. Zij zal dit doen in de Oekraïense taal en met een foto van [minderjarige] . Partijen zijn op de zitting overeengekomen dat de vrouw de man eenmaal per drie maanden zal informeren over hoe het met [minderjarige] op school gaat, wat [minderjarige] bezig houdt zoals hobby’s en sport, hoe het gaat met haar gezondheid en hoe het gaat met de therapie en de weerstand ten opzichte van haar vader. Partijen hebben de rechtbank verzocht deze afspraak te vermelden in deze beschikking.

Het hiervoor staande leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] af;

verstaat dat partijen hebben afgesproken dat de vrouw (desgewenst met tussenkomst van haar advocaat) de man eenmaal per drie maanden met een verslag in de Oekraïense taal zal informeren over hoe het met [minderjarige] op school gaat, wat [minderjarige] bezig houdt zoals hobby’s en sport, hoe het gaat met haar gezondheid en hoe het gaat met de therapie en de weerstand ten opzichte van haar vader en dat de vrouw telkens een actuele foto van [minderjarige] met het verslag zal meesturen.

Deze beschikking is gegeven door mr. Vos, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Verger-Maas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand