ECLI:NL:RBZWB:2026:3703

ECLI:NL:RBZWB:2026:3703

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/445912 / JE RK 26-415
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/445912 / JE RK 26-415

Datum uitspraak: 3 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat mr. S. van Beers te Zeist,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026;

de van de advocaat van de moeder op 2 april 2026 ontvangen producties.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening ofwel schriftelijk ofwel tijdens een kind gesprek kenbaar te maken. [minderjarige] heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft op een crisisgroep van [accommodatie] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 april 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 april 2025 tevens de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI schriftelijk en door de betrokken jeugdbeschermer mondeling aanvullend - samengevat - het navolgende aangevoerd. [minderjarige] verblijft inmiddels regelmatig bij de moeder, deze momenten verlopen positief. De moeder laat sinds zij haar medicatie trouw inneemt een stabieler beeld zien en zij toont zich naar [minderjarige] liefdevol en betrokken. De moeder trekt ook tijdig aan de bel, wanneer het met haar niet goed gaat of dreigt te gaan. Gezien wordt bij de vader dat zijn draagkracht beperkt blijft. Dit hangt deels samen met de persoonlijke problematiek van zijn partner. Beide ouders laten blijken dat zij willen dat de contactmomenten met [minderjarige] worden uitgebreid. De GI heeft daarvoor zeker aandacht en houdt daarbij ook rekening met de mogelijkheden van beide ouders afzonderlijk.

[minderjarige] laat op de basisschool een positieve ontwikkeling zien. Zij heeft hoog gescoord op haar Cito-toets. Gezien haar gebleken hoge intelligentie sluit de huidige school onvoldoende aan bij haar cognitieve mogelijkheden en haar onderwijsbehoeften. Omdat [minderjarige] om deze reden niet op haar huidige school kan blijven wordt in samenwerking met deze school gekeken naar een andere vorm van speciaal onderwijs die beter past bij wat zij nodig heeft. Naar welke school [minderjarige] zal doorstromen, is op dit moment nog niet bekend. Ook heeft deze situatie tot gevolg dat er naar een andere zorgaanbieder gezocht dient te worden, die beter bij [minderjarige] ’s intelligentie niveau aansluit.

Uit het onderzoek, dat heeft plaats gevonden naar wat [minderjarige] nodig heeft in haar verdere ontwikkeling en begeleiding is de inzet van IAG en GezinsPMT noodzakelijk gebleken. Dit betreft een ervaringsgerichte therapie voor gezinnen, waarin gewerkt wordt met bewegingsgerichte en lichaamsgerichte werkvormen vanuit psychomotorische therapie. IAG zal worden ingezet in beide opvoedsituaties. De ouders stemmen in met deze hulpverlening. Op dit moment zijn er (nog) ambulante begeleiders afzonderlijk vanuit [accommodatie] betrokken bij beide ouders. Zodra IAG betrokken raakt, zal deze ambulante begeleiding worden afgesloten.

De GI stelt vast dat, ondanks dat er in de afgelopen periode op meerdere vlakken positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, de opvoedsituatie van [minderjarige] bij beide ouders kwetsbaar blijft. De draagkracht bij beide ouders is/blijft beperkt. Zij hebben behoefte aan regie vanuit nabijheid. Gezien de systeemproblematiek, de persoonlijke problematiek van beide ouders en de gebrekkige samenwerking tussen de ouders zijn zij gebaat bij aansturing, ondersteuning en regievoering. Die dient in een verplicht kader te worden geboden, om hen ertoe te (kunnen) bewegen passende hulpverlening voor [minderjarige] te accepteren en ook vast te houden. Verder dient de komende periode met de huidige school te worden gekeken naar een meer passende vorm van onderwijs voor [minderjarige] . Op [accommodatie] rust de verplichting om betrokken te blijven totdat er een andere zorgaanbieder gevonden zal zijn. Daarom zal [minderjarige] in de komende periode bij STEK ( [accommodatie] ) kunnen blijven, waar zij rust, duidelijkheid en stabiliteit geboden krijgt. Intussen zal er naar een andere zorgaanbieder worden gezocht, die bij het intelligentie niveau van [minderjarige] aansluit. Echter is gebleken dat er daarvoor wachtlijsten gelden. Bovendien doet zich de situatie voor dat er een andere jeugdbeschermer dient te worden aangesteld, nu zij als betrokken jeugdbeschermer haar taak per 2 april 2026 heeft neergelegd. In de komende periode zullen de ouders zich met hun (praktische) vragen in eerste instantie tot de bureaudienst kunnen wenden. Een andere mogelijkheid is dat zij zich tot de gedragswetenschapper wenden, die ook bekend is met de situatie van [minderjarige] .

Een verlenging van de machtiging uithuisplaatsing is op dit moment noodzakelijk om de zorg voor [minderjarige] bij STEK ( [accommodatie] ) te kunnen continueren. Tegelijkertijd wordt gezocht naar een duurzame deeltijd pleegzorgvoorziening voor de weekenden en een deel van de vakanties, die nodig is omdat de opvoedsituatie bij beide ouders zeer kwetsbaar blijft. Daarbij denkt de GI aan één of twee personen, die voor [minderjarige] waar nodig als steunouder fungeren. Daarnaast is het voor [minderjarige] van belang dat haar netwerk op een gezonde en stabiele manier wordt uitgebreid.

5. De standpunten van de belanghebbenden

Door de moeder is - samengevat - naar voren gebracht dat zij ervaart dat de contactmomenten tussen haar en [minderjarige] positief verlopen. Wel vragen deze momenten het nodige van haar als ouder, temeer omdat [minderjarige] een pittig karakter heeft. Dit maakt ook dat zij op dit moment kiest voor een voorzichtige en geleidelijke verruiming van de contacten en niet voor een te snelle uitbreiding ineens. Verder denkt zij dat een duurzame deeltijdpleeg-voorziening een goede oplossing kan zijn om haar en de vader te ontlasten. Ook begrijpt zij dat een verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing op dit moment nodig is. Door de advocaat van de moeder is aangevoerd dat de moeder en ook de vader naar de hulpverlening een coöperatieve opstelling laten zien. Desondanks ziet de moeder de meerwaarde van een ondertoezichtstelling, met name omdat er daarmee voor kan worden gezorgd dat er sneller en voortvarender hulpverlening kan worden ingezet. Hoewel dit betekent dat de moeder kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is ook gebleken dat de jeugdbeschermer haar taak feitelijk per 2 april 2026 heeft neergelegd en onduidelijk is per wanneer er voor de ouders een opvolgende jeugdbeschermer beschikbaar zal zijn. Bovendien zal, zodra er een jeugdbeschermer zal zijn aangesteld, moeten worden afgewacht of er van een klik met de ouders sprake is. Namens de moeder stelt zij zich daarom primair op het standpunt dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing in duur dienen te worden beperkt tot een periode van 6 tot maximaal 9 maanden, onder afwijzing van het resterende deel van het verzoek. Bij wijze van subsidiair standpunt verzoekt zij namens de moeder, ter voorkoming dat door de GI een nieuw verlengingsverzoek moet worden ingediend, de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een periode van 6 tot maximaal 9 maanden en de beslissing op het resterende verzoek pro forma aan te houden, in afwachting van een tussentijds schriftelijk verslag van de GI aan de rechtbank over de voortgang en de stand van zaken op dat moment.

Door de vader is opgemerkt dat hij intussen is hertrouwd en ook verhuisd en dat [minderjarige] aanvankelijk liet zien moeite te hebben met al deze veranderingen. Verder liet zij veel verzet zien, wat de nodige impact had op hem en op zijn echtgenote en ervoor zorgde dat [minderjarige] tijdelijk niet bij hen kon overnachten. Inmiddels is er in die situatie meer rust gekomen en is sprake van leuke onderlinge contactmomenten en andere gezamenlijke activiteiten. Rekening houdend met al wat er aan hulpverlening op dit moment nodig is en met recente ontwikkelingen, zoals door de GI toegelicht, kan hij achter het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing staan.

6. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van haar geestelijke toestand en onderzoek van haar lichamelijke toestand.

De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ouders laten zien dat zij beiden oog hebben voor de belangen van [minderjarige] en voor haar (verdere) ontwikkeling en dat zij zich van daaruit meewerkend opstellen naar de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling. Ook is er sprake van positief verlopende contactmomenten tussen [minderjarige] en haar afzonderlijke ouders. Echter daarnaast is gebleken dat ondanks deze gunstige ontwikkelingen de situatie van beide ouders afzonderlijk nog steeds kwetsbaar is, gelet op hun beperkte draagkracht die als zodanig samenhangt met hun individuele persoonlijke problematiek. Er blijkt daardoor bij beide ouders nog altijd behoefte aan hulpverlening en regievoering daarover in een verplicht kader, ook voor die situaties waarin sturing nodig is om hen ertoe te bewegen passende hulpverlening voor [minderjarige] te accepteren en die vervolgens ook vast te houden. Daarbij komt nog dat gebleken is dat de huidige school onvoldoende aansluit bij [minderjarige] ’s cognitieve mogelijkheden en haar onderwijsbehoeften, dat dit betekent dat naar een meer passende vorm van onderwijs voor [minderjarige] dient te worden gezocht en er een andere zorgaanbieder dient te worden gevonden.

Met inachtneming van het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezicht-stelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om beide beschermingsmaatregelen in duur te beperken tot een periode van 3 maanden en de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan te houden tot de hierna te vermelden pro forma datum. Daarbij neemt de kinderrechter in aanmerking dat gebleken is dat de betrokken jeugdbeschermer haar taak feitelijk heeft neergelegd. Hoewel de ouders, zo lang er nog geen nieuwe jeugdbeschermer is aangesteld, over de mogelijkheid beschikken zich tot de bureaudienst te wenden acht de kinderrechter dit absoluut onvol-doende. Daarom wenst de kinderrechter omtrent het verdere verloop van de ondertoezicht-stelling en de machtiging tot uithuisplaatsing de vinger aan de pols te houden. Dit betekent dat de GI wordt verzocht de rechtbank vóór de afloopdatum van de beschermingsmaat-regelen, uiterlijk op de hierna in het dictum vermelde pro forma datum, schriftelijk tevens in afschrift aan de advocaat van de moeder en de vader over de actuele stand van zaken op dat moment. De GI wordt verzocht daarbij ook aan te geven of zij het resterende deel van het verzoek handhaaft en of wordt ingestemd met schriftelijke afdoening van het verzoek. De advocaat van de moeder en de vader worden verzocht om na ontvangst van de berichtgeving van de GI aan de rechtbank schriftelijk te berichten wat hun (nader) standpunt is.

De kinderrechter verklaart de beslissing tot verlenging van de ondertoezicht-stelling en de machtiging tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 april 2026 tot 14 juli 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 14 april 2026 tot 14 juli 2026;

verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing aan tot

donderdag, 25 juni 2026 Pro Forma, zulks met inachtneming van het hiervóór in alinea 6.3 overwogene;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026, in aanwezigheid van Baremans als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 30 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand