ECLI:NL:RBZWB:2026:3706

ECLI:NL:RBZWB:2026:3706

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/446468 / JE RK 26-519
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ots

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446468 / JE RK 26-519

Datum uitspraak: 3 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. mr. T. Möller uit Tilburg.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[minderjarige] , hierna te noemen de vader.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat namens de moeder;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder en de vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft zijn mening niet gegeven.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 4 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Namens de GI is naar voren gebracht dat in het onderzoek van [jeugdhulp] een ontwikkelingsachterstand bij [minderjarige] is vastgesteld. Hij vraagt veel van zijn opvoeders. De moeder laat een patroon zien waarbij het stagneert in de samenwerking en de hupverlening. Voor de moeder is PMT, opvoedingsondersteuning en begeleiding geadviseerd. Op het moment dat die hulp niet toereikend is of niet van de grond komt, zal er een ouder- en kindplaatsing volgen. De moeder is aangemeld bij [hulpverlening 1] voor ondersteuning en psycho-educatie. Deze organisatie is gespecialiseerd en sluit beter aan bij de behoeften van de moeder. De hulpverlening van [minderjarige] wordt geboden door [hulpverlening 2] en vindt, in samenspraak met [accommodatie] , plaats onder schooltijd. Het is belangrijk dat de moeder haar eigen verleden een plek kan geven.

Inmiddels is duidelijk geworden dat [minderjarige] weer contact heeft met zijn vader. De moeder heeft daarin onvoldoende openheid gegeven en dat baart zorgen. Het is niet duidelijk of er ook sprake is van structureel contact, daar is onvoldoende zicht op. Als de vader weer een rol krijgt in het leven van [minderjarige] is het ook belangrijk dat hij meegenomen wordt in psycho-educatie en opvoedingsondersteuning.

De GI ziet een moeder die ontzettend hard haar best doet. Zij staat er alleen voor in de opvoeding van [minderjarige] en dat is een zware taak. De GI hoopt dat de situatie met de uitkomsten van het onderzoek van [jeugdhulp] , zal verbeteren. De GI handhaaft het verzoek.

Namens de moeder is aangevoerd dat zij zich niet zal verzetten tegen het verzoek van de GI. De moeder wilde wel aanwezig zijn bij de zitting, maar omdat [minderjarige] geen school heeft vandaag lukt het haar niet om naar de rechtbank te komen. De nadruk in het verzoek ligt met name op de dingen die niet goed gaat, maar de moeder vindt het belangrijk te vermelden dat er ook veel dingen wel goed gaan. Zo heeft de moeder een nieuwe woning en heeft [minderjarige] al nieuwe vriendjes gemaakt in de wijk. Verder gaat het goed op school bij [accommodatie] en is de moeder bezig met het aanpakken van haar financiële situatie. De moeder wil een ouder- en kindopname voorkomen omdat zij dan haar nieuwe woning weer kwijtraakt. Het contact tussen [minderjarige] en zijn vader verloopt positief. Hun band is hechter geworden en [minderjarige] vindt het fijn om contact te hebben met zijn vader. De vader staat niet in contact met de GI en niet duidelijk is wat daarin bereikt kan worden. De moeder is nog altijd wantrouwend ten opzichte van de hulpverlening maar zij verzet zich daar niet tegen. Zij spreekt de hoop uit dat de hulpverlening met haar de samenwerking opzoekt, in plaats van dat dingen aan haar worden opgelegd.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] . De kinderrechter begrijpt dat de moeder het vervelend vindt dat de nadruk op de negatieve dingen wordt gelegd, maar het benoemen van de zorgen is nodig om duidelijk te maken waarom er nog altijd een ondertoezichtstelling nodig is.

Uit de conclusies van het onderzoeksrapport van Groei Jeugd GezinsManager van december 2025 volgt dat er sprake lijkt van parentificatie bij [minderjarige] . Dit belemmert hem in zijn eigen ontwikkeling richting volwassenheid. Inmiddels is er ook weer contact met de vader. Hij overnacht af en toe bij de moeder thuis en zorgt dan ook voor [minderjarige] . Hoewel dit fijn is voor [minderjarige] baart dit wel zorgen gezien het verleden waarbij er sprake was van huiselijk geweld en het feit dat de moeder geen openheid van zaken heeft gegeven over de terugkeer van vader in het leven van [minderjarige] . De vader is uit beeld verdwenen toen [minderjarige] twee jaar oud was en is nu ineens weer betrokken. Niemand was op de hoogte van dit contactherstel en dat is op zichzelf zorgelijk. Hier moet aandacht voor zijn vanuit de GI.

[minderjarige] kampt met een forse ontwikkelingsachterstand en vraagt veel van zijn opvoeder(s).

Op didactisch gebied is er sprake van een achterstand. [minderjarige] heeft ook moeite met het uiten van zijn emoties en het accepteren van grenzen. Wel wordt gezien dat hij zich binnen zijn vermogens passend ontwikkelt op school ( [accommodatie] ). Op sociaal-emotioneel vlak ontwikkelt hij zich echter niet leeftijdsadequaat, waardoor begeleiding noodzakelijk is. Dit in combinatie met het systeem waarin hij opgroeit is reden tot zorg.

De kinderrechter ziet, naast de zorgen, ook dat moeder ontzettend hard haar best doet om alle ballen in de lucht te houden. De kinderrechter beseft dat dit geen gemakkelijke taak is. De moeder is meewerkend en zij staat open voor de hulpverlening. Er worden stappen vooruit gezet en dat is een mooie ontwikkeling. Het is belangrijk dat de moeder de samenwerking met de GI/hulpverlening blijft opzoeken, met name op de momenten dat er sprake is van een disbalans in haar draagkracht en draaglast.

De komende periode zal de GI inzetten op PMT voor [minderjarige] in combinatie met langdurige hulpverlening/ondersteuning en psycho-educatie voor de moeder.

Dit alles maakt dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 4 april 2026 tot 4 april 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 9 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand