ECLI:NL:RBZWB:2026:3712

ECLI:NL:RBZWB:2026:3712

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/408832 / FA RK 23-1928
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verzoek vaststellen contactregeling aangehouden in afwachting van inlichtingen van de GI.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/408832 / FA RK 23-1928

datum uitspraak: 3 april 2026

beschikking over verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

[de man] , hierna: de man,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof in Gilze,

tegen

[de vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. C.J.W.F. Dekkers in Tilburg,

over de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, hierna: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,

hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

De rechtbank merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg, hierna te noemen de GI.

1. Het verdere procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 18 augustus 2023 en de daarin genoemde stukken;

- de op 15 april 2025 van mr. Van Kerkhof ontvangen gewijzigde verzoek;

- de op 19 mei 2025 van het zorgloket ontvangen eindrapportage Uniform Hulpaanbod (UHA);

- het op 12 juni 2025 van de Raad ontvangen bericht;

- het op 15 januari 2026 van de Raad ontvangen rapport.

De verzoeken zijn mondeling behandeld op 24 maart 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad en vertegenwoordigsters van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

De mondelinge behandeling van de verzoeken heeft, gelet op de nauwe samenhang tussen deze verzoeken, gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek van de Raad, betreffende de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . Dit verzoek is geregistreerd onder het zaaknummer C/02/444017 / JE RK 26-74. Op dit verzoek wordt bij separate beschikking beslist.

2. De feiten

Bij beschikking van deze rechtbank van 18 augustus 2023 is bepaald dat de man en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar éénmaal per twee weken van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur. Daarnaast zijn zij gerechtigd tot contact met elkaar gedurende vakanties en de feestdagen op de volgende wijze:

- gedurende de voorjaarsvakantie in de even jaren, waarbij de vakantie start op vrijdag vanuit school;

- gedurende de meivakantie in de oneven jaren in de eerste week en in de even jaren in de tweede week;

- gedurende de zomervakantie tijdens drie weken, waarvan twee weken aaneengesloten, waarbij de vrouw in de even jaren de eerste keuze heeft en de man in de oneven jaren, welke uiterlijk 1 november in het voorgaande jaar bekend moeten worden gemaakt, waarbij tevens rekening wordt gehouden dat [minderjarige] op haar verjaardag om en om bij de vrouw en de man is en de andere ouder de gelegenheid heeft om [minderjarige] telefonisch te feliciteren;

- gedurende de herfstvakantie in de oneven jaren; waarbij de vakantie start op vrijdag vanuit school;

- gedurende de Kerstvakantie in de oneven jaren in de eerste week, inclusief Eerste en Tweede kerstdag en in de even jaren in de tweede week, inclusief Oud en Nieuw, waarbij de vakantie start op vrijdag vanuit school en de wissel zal plaatsvinden op vrijdag 20.00 uur, indien de kerstdagen daarvoor vallen;

- gedurende Pasen, inclusief de voorafgaande Goede Vrijdag in de even jaren;

- gedurende Pinksteren in de oneven jaren;

- op Hemelvaartsdag conform de reguliere regeling;

- op de verjaardag van de man;

- op Vaderdag.

De man, de vrouw en [minderjarige] zijn in het kader van het Uniform Hulpaanbod (UHA) verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten voor een (jeugd)hulptraject.

In het kader van het UHA is er voor partijen bij De Gezinsmanager (DGM) ouderschapsbemiddeling ingezet. Voor [minderjarige] is Scheidingseducatie (KIES) ingezet. In onderling overleg hebben partijen besloten om de weekenden, waarin [minderjarige] bij de man is, met een nacht te verlengen. Hierdoor vinden de wisselmomenten plaats op vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school.

Tijdens de zitting op 24 maart 2026 heeft de kinderrechter bij mondelinge beschikking [minderjarige] voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de GI.

3. De (gewijzigde) verzoeken

De man heeft zijn verzoek ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in die zin gewijzigd, dat hij vraagt om te bepalen dat de zorg voor [minderjarige] bij helfte tussen de ouders wordt verdeeld, waarbij [minderjarige] in de even weken bij de man zal zijn en in de oneven weken bij de vrouw en zij steeds op maandagochtend naar school tussen haar ouders zal wisselen.

De vrouw is het niet eens met het verzoek van de man en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

De vrouw verzoekt zelfstandig:

1. te bepalen dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact met elkaar:

in de even weken van vrijdagavond 20.00 uur tot – naar de rechtbank begrijpt – maandagochtend voor school.

Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan.

4. De standpunten

De Raad adviseert om de behandeling van de verzoeken aan te houden voor de duur van negen maanden. Daarnaast heeft de Raad geadviseerd om [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar.

Volgens de Raad verloopt de huidige contactregeling goed, maar zijn er nog onzekere omstandigheden, waardoor het nu niet in het belang van [minderjarige] is om een definitieve regeling vast te stellen. Volgens de Raad is de situatie bij de vrouw nog onzeker, omdat haar huidige partner in detentie verblijft en het onduidelijk is welke rol hij gaat vervullen, op het moment dat hij vrij komt. De man maakt zich grote zorgen over deze partner. Ten aanzien van de woonsituatie van de man geeft de Raad aan, dat deze verre van ideaal is, omdat hij voor [minderjarige] geen eigen slaapkamer heeft. [minderjarige] slaapt nu nog bij de man in bed, wat gelet op haar leeftijd en haar behoefte aan privacy niet geschikt is. De huidige woningmarkt is echter zeer gespannen, waardoor het voor de man niet eenvoudig is om aan passende woonruimte te komen. De Raad verwacht dat er door de inzet van een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] meer rust zal ontstaan en het onderlinge contact tussen partijen zal verbeteren. Voor uitbreiding van de huidige regeling is het immers noodzakelijk dat partijen meer met elkaar overleggen en gaan afstemmen over de dagelijks activiteiten van [minderjarige] en de opvoeding. Door de huidige regeling tot die tijd te continueren, ontstaat er voor [minderjarige] continuïteit en voorspelbaarheid. De Raad acht de GI in staat om de rechtbank over negen maanden te informeren over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, maar is bereid om indien gewenst opnieuw een advies uit te brengen.

De vrouw begrijpt het advies van de Raad, maar zij geeft toch de voorkeur aan een eindbeslissing in deze procedure. Volgens de vrouw wordt [minderjarige] belast door alle procedures die er over haar gevoerd worden. De huidige voorlopige regeling verloopt volgens de vrouw naar behoren en kan als definitieve regeling worden vastgesteld. [minderjarige] voelt zich prettig bij deze regeling. Door deze procedure te beëindigen, zal er volgens de vrouw rust tussen partijen ontstaan. In het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] kunnen partijen werken aan Solo Parallel Ouderschap en het maken van duidelijke afspraken.

De man vraagt de rechtbank om de behandeling van de verzoeken aan te houden. Hij hoopt dat de contactregeling tussen hem en [minderjarige] in de toekomst verder uitgebreid kan worden. De man zoekt naar een meer geschikte woning, waarin hij voor [minderjarige] een eigen slaapkamer kan realiseren. In de huidige woningmarkt is dat echter geen gemakkelijke opgave. De man zoekt ook in de nabijheid van de woning van de vrouw, zodat hij een grotere rol kan spelen in het leven van [minderjarige] . De man vreest dat de kans op uitbreiding van de contactregeling verdwijnt, op het moment dat de huidige regeling definitief wordt vastgesteld. Volgens de man moet er een mogelijkheid blijven om daarover te overleggen. Hij is dan ook fel tegen een eindbeschikking in deze procedure.

De GI staat achter het advies van de Raad. De GI acht zich in staat om over negen maanden een advies te kunnen geven over een definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

5. De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de inhoud van de stukken en de standpunten tijdens de zitting is het volgende gebleken. Partijen voeren de voorlopige regeling tot op heden naar behoren uit. Hierdoor is er voor [minderjarige] meer duidelijkheid gekomen. De partner van de vrouw zal echter in juli 2026 in vrijheid worden gesteld. Dit brengt voor [minderjarige] onrust met zich mee, omdat nog onduidelijk is welke rol hij in het leven van [minderjarige] zal spelen. De man maakt zich hierover grote zorgen, omdat hij door die partner vanuit detentie is bedreigd. Dat betekent dat er over de nieuwe situatie duidelijke afspraken moeten worden gemaakt, om er voor te zorgen dat de contactregeling tussen de man en [minderjarige] op onbelaste wijze kan worden voortgezet. Daar komt bij dat ook in de opvoedsituatie bij de man een wijziging aanstaande is, omdat hij op zoek is naar meer geschikte woonruimte. Door de beslissing in deze procedure aan te houden, krijgt de man hiervoor meer tijd. De rechtbank neemt daarbij ook nog in aanmerking dat [minderjarige] onder toezicht is gesteld (C/02/444017 / JE RK 26-74) en dat de GI met partijen gaat werken aan verbetering van de oudercommunicatie. Hierdoor is te verwachten dat er tussen partijen meer rust zal komen en er wellicht kan worden gewerkt aan een uitbreiding van het contact met de man. De rechtbank acht zich dan ook onvoldoende geïnformeerd om op de voorliggende verzoeken een definitieve beslissing te geven. De rechtbank zal de voorlopige regeling, zoals deze nu tussen partijen feitelijk wordt uitgevoerd, opnieuw vaststellen. Het is voor [minderjarige] van groot belang dat zij in de uitvoering van die regeling continuïteit en voorspelbaarheid ervaart.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar éénmaal per twee weken van vrijdag na school tot maandagochtend naar school;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing op de verzoeken met betrekking tot de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor de duur van negen maanden (tot 5 januari 2027 Pro Forma) aan in afwachting van het bericht van de GI over het verloop van de ondertoezichtstelling en het advies hierover. De advocaten van partijen zullen daarna de gelegenheid krijgen om hierop schriftelijk te reageren en zich uit te laten over de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in aanwezigheid van Joosen, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand