ECLI:NL:RBZWB:2026:3715

ECLI:NL:RBZWB:2026:3715

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/445789 / FA RK 26-1208
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Crisismaatregel. Volgens verzoeker niet rechtmatig opgelegd; betwisting van ernstig nadeel en psychische stoornis door verzoeker; schadevergoeding verzocht. Afwijzing door rechtbank

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445789 / FA RK 26-1208

Datum uitspraak: 3 april 2026

Beroep tegen een crisismaatregel

Beschikking van 3 april 2026 naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel en een verzoek schadevergoeding ex artikel 10:12 van de Wvggz, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom,

hierna te noemen verweerder,

vertegenwoordigd door mr. B. Wouters te Bergen op Zoom.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 maart 2026;

het verweerschrift van verweerder, overhandigd tijdens de zitting op 27 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- verweerder.

2. Wat vaststaat

Op 18 februari 2026 is door de burgemeester een beslissing genomen inhoudende het opleggen van een crisismaatregel op grond van artikel 7:1 lid 1 Wvggz.

De officier van justitie heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de crisismaatregel bij de rechtbank ingediend op 19 februari 2026.

Op 20 februari 2026 heeft de psychiater een beslissing genomen tot beëindiging van de verplichte zorg vanwege de crisismaatregel.

De officier van justitie heeft op 20 februari 2026 intrekking verzocht van het verzoekschrift tot voortzetting van de crisismaatregel, zoals ingediend bij de rechtbank op 19 februari 2026.

Bij beschikking van 20 februari 2026 heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie van 19 februari 2026 niet-ontvankelijk verklaard.

3. Beroep tegen crisismaatregel

Verzoeker verzoekt de beslissing van verweerder van 18 februari 2026 te vernietigen en het beroep van verzoeker gegrond te verklaren en voor zover mogelijk aan verzoeker een schadevergoeding toe te kennen voor een bedrag zoals de rechtbank vermeent te behoren.

Verweerder verweert zich tegen het beroep van verzoeker en verzoekt het beroep van verzoeker ongegrond te verklaren en geen schadevergoeding toe te kennen.

4. De standpunten

Door en namens verzoeker wordt tijdens de zitting het beroep gehandhaafd. Verzoeker licht verder toe dat de door verweerder opgelegde crisismaatregel onrechtmatig is genomen en om die reden dient te worden vernietigd. Verzoeker is het niet eens met het besluit van 18 februari 2026 van verweerder en meent dat er sprake is van een onzorgvuldig genomen besluit dat in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. In de eerste plaats betwist verzoeker dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Het gedrag dat aanleiding vormde voor het ingrijpen waaronder het weglopen van de politie is volgens verzoeker onjuist geïnterpreteerd en uit zijn context gehaald. Dit gedrag vond zijn oorzaak in eerdere negatieve ervaringen met de politie en kan niet zonder meer worden aangemerkt als onmiddellijk dreigend ernstig nadeel in de zin van de Wet (Wvggz). Verzoeker stelt dat er te snel de conclusie is getrokken dat er sprake was van een acute crisissituatie. In de tweede plaats betwist verzoeker dat sprake was van een vermoeden van een psychische stoornis. De medische onderbouwing daarvoor schiet volgens hem tekort. Uit de latere beoordeling door de behandelend psychiater blijkt immers dat geen sprake was van een psychotisch toestandsbeeld of enig ander acuut ernstig nadeel maar van LVB-problematiek. Dit heeft geleid tot beëindiging van alle verplichte zorg kort na de opname. Volgens verzoeker bevestigt dit dat het oorspronkelijke vermoeden van een psychische stoornis onvoldoende zorgvuldig en onvoldoende onderbouwd is geweest. Daarnaast voert verzoeker aan dat zijn gedrag ten tijde van de crisisopname mogelijk (mede) werd beïnvloed door middelengebruik wat een andere verklaring biedt voor het waargenomen gedrag. Hiermee is volgens verzoeker onvoldoende rekening gehouden bij de beoordeling. Verweerder heeft nagelaten om deze context en de reeds bekende situatie van verzoeker binnen de GGZ voldoende mee te wegen. Verzoeker wijst er bovendien op dat hij in het verleden vaker met een crisismaatregel te maken heeft gehad waarbij vervolgmaatregelen telkens zijn afgewezen of ingetrokken. Dit onderstreept volgens hem dat in zijn geval structureel te snel wordt overgegaan tot het toepassen van dwangmaatregelen zonder dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan.

Verweerder stelt dat de crisismaatregel rechtmatig is opgelegd en dat aan alle vereisten van artikel 7:1 Wvggz is voldaan. Ten aanzien van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voert verweerder aan dat hiervan duidelijk sprake was. Verzoeker vertoonde verward en ontremd gedrag op en rond station [plaats 2] en heeft zich meermalen op de treinsporen begeven wat een acuut levensgevaarlijke situatie opleverde. Dit is bevestigd door meerdere burgermeldingen en waarnemingen van de politie. Na aankomst van de politie bleef verzoeker zich onttrekken aan toezicht. Hij reageerde niet op aanspreken, rende weg en verplaatste zich over dijken en weilanden. Daarbij maakte hij een verwarde indruk en werd door de politie schuim op de mond waargenomen passend bij een toestand van ernstige ontregeling. Dit alles bevestigt volgens verweerder dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Verweerder benadrukt dat het gevaar niet alleen het weglopen van de politie was, maar dat er sprake was van een totaalbeeld van risicovol en onvoorspelbaar gedrag in een omgeving met reëel gevaar voor verzoeker en derden. Ten aanzien van het ernstig vermoeden van een psychische stoornis stelt verweerder dat dit voldoende was onderbouwd door de medische verklaring. Hierin is sprake van een psychotisch toestandsbeeld, mogelijk in het kader van een langer bestaande stoornis dan wel middelengebruik. De burgemeester mocht op deze deskundige beoordeling afgaan en hoefde hier niet aan te twijfelen. Voor zover verzoeker wijst op zijn voorgeschiedenis en eerdere contacten met politie en hulpverlening stelt verweerder dat deze voorgeschiedenis juist bevestigt dat sprake is van terugkerend ontregeld gedrag. Dat de verplichte zorg kort na de opname is beëindigd, doet niet af aan de rechtmatigheid van de genomen crisismaatregel. Verweerder stelt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard en dat er geen grond bestaat voor de toekenning van een schadevergoeding.

5. De beoordeling

Op grond van artikel 7:1 Wvggz kan een burgemeester een crisismaatregel nemen ten aanzien van een persoon die zich in zijn gemeente bevindt, indien er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt, met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen en de crisissituatie dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De burgemeester neemt een crisismaatregel niet dan nadat hij er voor zorg heeft gedragen dat een psychiater in een medische verklaring zijn bevindingen hierover en over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene vermeldt.

Op grond van artikel 7:6 lid 1 Wvggz kan een betrokkene door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop verweerder de crisismaatregel heeft genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.

De rechtbank stelt vast dat op 18 februari 2026 door verweerder een crisismaatregel is genomen ten aanzien van verzoeker. Op 19 februari 2026 is door de officier van justitie een verzoekschrift tot voortzetting van de crisismaatregel ingediend bij de rechtbank. Dit verzoekschrift is door de officier van justitie ingetrokken op 20 februari 2026. Verzoeker heeft op 4 maart 2026 beroep ingesteld tegen deze crisismaatregel. Het beroep is derhalve tijdig ingediend en verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn beroep.

De rechtbank dient te beoordelen of de ten aanzien van verzoeker genomen crisismaatregel op 18 februari 2026 onrechtmatig is geweest en of hiervoor aan verzoeker een schadevergoeding kan worden toegekend. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat aan betrokkene op 18 februari 2026 een crisismaatregel is opgelegd op basis van een medische verklaring van een (onafhankelijke) psychiater die geoordeeld heeft dat op dat moment sprake was van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en van een ernstig vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Deze is vermoedelijk te diagnosticeren als een psychotisch toestandsbeeld, vermoedelijk in het kader van schizofrenie. Differentiaal diagnostisch kan gedacht worden volgens de psychiater aan een door drugs geïnduceerde psychose. Omdat er sprake was van verzet kon volgens de psychiater het ernstig nadeel slechts worden weggenomen door het nemen van de crisismaatregel. De rechtbank kan zich in redelijkheid vinden in de kwalificatie van ernstig nadeel gelet op de situatie zoals die is geschetst. Het ging hierbij niet alleen om het ontlopen van de politie maar vooral ook het verwarde en gevaarzettende gedrag zoals op treinsporen lopen.

Verzoeker heeft naar voren gebracht dat in de medische verklaring een onjuiste diagnose is opgenomen met daaruit voortvloeiend onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dit betreft een medisch oordeel dat tot de specifieke deskundigheid van de psychiater behoort. De onafhankelijke psychiater, de heer drs. [persoon] heeft vanuit zijn deskundigheid een eigen onderzoek verricht en daarvan in de medische verklaring gemotiveerd verslag gedaan. Verweerder mocht in beginsel op dit (deskundige) oordeel van de psychiater afgaan. Alleen als er aanwijsbare redenen waren om aan de juistheid van die vermoedelijke diagnose te twijfelen en die twijfel ook gevolgen zou hebben voor de te nemen beslissing had verweerder naar die diagnose nader onderzoek moeten (laten) doen. Het is de rechtbank onvoldoende gebleken dat verweerder moest twijfelen aan de gestelde diagnose op het moment van de crisismaatregel. Daarmee is de vermoedelijke diagnose en het daaruit voortvloeiend onmiddellijk dreigend ernstig nadeel niet onbegrijpelijk en daarmee voldoende onderbouwd. Gelet op het voorgaande mocht verweerder zich bij zijn besluit tot het afgeven van de crisismaatregel baseren op de medische verklaring van de psychiater.

De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit tot het afgeven van een crisismaatrel aan betrokkene heeft kunnen komen. De beslissing was niet onrechtmatig. Gelet op het voorgaande zal het beroep ongegrond worden verklaard.

Voor wat betreft de gevraagde schadevergoeding op grond van artikel 10:12 Wvggz is namens verzoeker onvoldoende gesteld waaruit die schade heeft bestaan. Ook overigens acht de rechtbank geen gronden van billijkheid aanwezig om tot een schadevergoeding over te gaan.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep van verzoeker ongegrond;

wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier.

Tegen deze beschikking inzake de rechtmatigheid van de crisismaatregel staat het rechtsmiddel van cassatie open. Tegen de afwijzing van schadevergoeding staat hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. De Beer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand