RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445787 / JE RK 26-396
Datum uitspraak: 3 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] (België),
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. Y.I.B. Grosfeld uit Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
de Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
2. De feiten
Bij beschikking van 13 juli 2023 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant.
[minderjarige] verblijft op een behandelgroep in [plaats] .
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Namens de GI is naar voren gebracht dat [minderjarige] bescherming nodig heeft vanuit een gesloten kader. Haar veiligheid moet gegarandeerd worden. Het gaat weliswaar nu redelijk op de open groep, maar dat is omdat het gaat zoals [minderjarige] het wil. Ze gaat nu niet naar school, heeft geen dagbesteding en ze houdt zich niet aan afspraken. Het is niet duidelijk in hoeverre haar groepsleiding hierin een aandeel heeft. De accommodatie waar [minderjarige] nu verblijft is niet SKJ-gecertificeerd en niet gecontracteerd. Verder is gebleken dat [minderjarige] daar geen passende behandeling kan krijgen. Ook zullen er strakke afspraken nodig zijn, onder meer over het gebruik van haar telefoon. Bij toewijzing van het verzoek zal [minderjarige] in de week na de zitting bij Almata worden geplaatst. [minderjarige] kan direct op het terrein van de instelling naar school en er kan passende behandeling worden ingezet.
Door en namens [minderjarige] is aangevoerd dat het goed met haar gaat op de groep. Zij verblijft nu in [plaats] en is recent overgeplaatst omdat er sprake was van ongedierte op de vorige locatie. Het was daar echt vies, aldus [minderjarige] . Ook waren daar geen andere jongeren en was zij daar alleen met begeleiding. [minderjarige] heeft daar vanaf december gezeten. Nu zit zij op een betere plek. Het is er schoon en ze heeft een eigen douche en wc op haar kamer. Er zijn ook andere jongeren. [minderjarige] vindt het lastig om over dingen te praten. Zij vindt een gesloten plaatsing wel een brug te ver op dit moment. Er zitten daar jongeren die heftige dingen hebben meegemaakt en zij is bang dat zij door die jongeren negatief beïnvloed wordt. [minderjarige] is in haar leven al veel overgeplaatst geweest. Dit zou de zoveelste overplaatsing worden. [minderjarige] wil graag blijven op de huidige groep. Vanuit de instelling wordt een stapsgewijze verbetering gezien. Dat [minderjarige] niet naar school gaat komt niet voort uit onwil, er is simpelweg geen plaats op de scholen die zijn benaderd. Een gesloten plaatsing is een ultimum remedium en dat is hier niet aan de orde. Namens [minderjarige] wordt verzocht om het verzoek van de GI af te wijzen. Wel kan worden ingestemd met een voorwaardelijke machtiging, echter dat verzoek is niet aan de rechtbank voorgelegd.
De moeder heeft verklaard dat zij, hoewel zij dat ontzettend moeilijk vindt, instemt met het verzoek van de GI. De moeder is erg geschrokken van de plek waar [minderjarige] heeft verbleven. Ze heeft filmpjes gekregen dat de muizen over haar bed liepen en het was er extreem vervuild. De moeder heeft verschillende keren contact gezocht met de groepsleiding hierover maar kreeg geen gehoor. De moeder is ook helemaal niet op de hoogte gebracht van de overplaatsing van [minderjarige] . Afspraken over weekendverlof worden niet goed nagekomen. Zo kwam [minderjarige] door toedoen van de groepsleiding pas uren later bij de moeder aan en hebben zij het ook niet voor elkaar gekregen om [minderjarige] op tijd bij het Civiel Trajectberaad te laten aansluiten. Dit was een belangrijk gesprek over de mogelijkheden bij [accommodatie] . Omdat [minderjarige] dit heeft gemist, heeft zij nu veel weerstand om naar [accommodatie] te gaan. Hierin is helaas een patroon waarneembaar. Er lopen veel dingen mis en afspraken worden niet nagekomen. Inmiddels is het dag- en nachtritme van [minderjarige] omgedraaid omdat ze alle ruimte krijgt om ’s nachts te leven. De moeder wil dat [minderjarige] zo snel mogelijk weg gaat van de huidige groep zodat er gewerkt kan worden aan haar toekomst.
Namens de Raad is naar voren gebracht dat een overplaatsing naar [accommodatie] het meest passend is voor [minderjarige] . [minderjarige] doet met haar gedrag een schreeuw om hulp. Er zijn veel dingen gebeurd in haar verleden, buiten haar schuld om. Daardoor loopt ze vast. Ze heeft de juiste hulp nodig en de setting waar zij nu verblijft kan haar dit niet bieden. [accommodatie] kan [minderjarige] deze behandeling wel bieden, evenals onderwijs. De Raad hoopt dat [minderjarige] hiermee de stappen kan zetten die nodig zijn om goed op te groeien.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
[minderjarige] heeft in de afgelopen periode op veel verschillende plekken verbleven. Op de meeste plekken lukt het niet om de zorg voor [minderjarige] te dragen vanwege heftige incidenten en/of weglopen waarbij er ook sprake is van agressie en vernielingen. Nadat duidelijk wordt dat [minderjarige] op 5 december 2025 geplaatst kan worden in [plaats] loopt zij opnieuw weg. Er zijn zorgen over het feit dat zij zich in een zorgelijk (loverboy)circuit bevindt. Een van de adressen waar zij regelmatig verblijft is een adres wat in dat kader bekend is bij de politie. Uiteindelijk is zij gevonden door de politie en alsnog geplaatst in Nijmegen. Hier blijven de zorgen aanwezig. [minderjarige] vertoont sterk zelfbepalend gedrag. Zij gooit met spullen en stelt zich niet begeleidbaar op. Een gesloten plaatsing is, ondanks alle pogingen deze te voorkomen, op dit moment onafwendbaar. Alle plekken waar [minderjarige] heeft verbleven hebben helaas geen stabiele setting kunnen realiseren, van waaruit behandeling heeft kunnen plaatsvinden.
De kinderrechter machtigt de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De kinderrechter spreekt daarbij de hoop uit dat [minderjarige] hier een plek kan vinden waar zij scholing en behandeling krijgt. Binnen [accommodatie] kan [minderjarige] doorstromen van gesloten, naar hybride, naar open. Over de groep waar [minderjarige] nu verblijft, maakt de kinderrechter zich grote zorgen. Uit wat [minderjarige] en haar moeder hebben verteld, ontstaat sterk de indruk dat het verblijf, de begeleiding en zorg ver benedenmaats zijn en niet voldoen aan de kwaliteit die daarvan verwacht mag worden. Bovendien is de instelling niet SKJ-geregistreerd. De kinderrechter vindt dit onacceptabel, zeker nu hier zeer kwetsbare kinderen worden geplaatst. Gezien de uiterst zorgelijke signalen over deze jeugdzorginstelling verzoekt de kinderrechter de GI met klem om in het vervolg eerst grondig te onderzoeken of plaatsing van een kind daar wel veilig en verantwoord is en of de instelling volledig voldoet aan alle geldende eisen, normen en voorwaarden.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp met ingang van 3 april 2026 tot 3 oktober 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 9 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.