ECLI:NL:RBZWB:2026:3725

ECLI:NL:RBZWB:2026:3725

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer C/02/446264 / KG ZA 26-143
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding. Vervangende toestemming inschrijving school.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/446264 / KG ZA 26-143

Datum uitspraak: 3 april 2026

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiser,

advocaat: mr. B.P.A. van Beers te Roosendaal,

tegen

[de vrouw] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

gedaagde,

advocaat: mr. F.J. Koningsveld te Breda.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna: de Raad, de voorzieningenrechter over de vordering geadviseerd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de ter zitting door mr. Koningsveld overgelegde brief van mevrouw [persoon] , begeleidster van de vrouw van [safehouse] en het concept raadsrapport van 18 maart 2026.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen de man, bijgestaan door mr. Van Beers, en mr. Koningsveld namens de vrouw. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger van de Raad.

2. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats] .

De man heeft de minderjarige erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.

Sinds 13 november 2025 verblijft [minderjarige] bij de man.

Bij vonnis in kort geding van 27 januari 2026 is [minderjarige] voorlopig toevertrouwd aan de man. Ook is er een voorlopige zorgregeling vastgesteld tussen de vrouw en [minderjarige] en een onderzoek door de Raad gelast naar het hoofdverblijf en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De Raad is verzocht het rapport van het onderzoek in te brengen in de nog door de vrouw (binnen twee weken) aanhangig te maken bodemprocedure.

3. De vordering

De man vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ook ten aanzien van de kosten, aan de man vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op [basisschool] in [plaats 1] .

Door en namens de man is daartoe in de stukken en tijdens de zitting, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. [minderjarige] verblijft sinds 3 november 2025 bij de man in [plaats 1] . De man had gehoopt in overleg met de vrouw en de hulpverlening tot afspraken te komen over de inschrijving van [minderjarige] op een basisschool in [plaats 1] . Dat is helaas niet gelukt. De man is financieel niet in staat de reiskosten voor [minderjarige] van en naar haar school in [plaats 2] te betalen, aangezien hij in verband met schulden onder bewind staat en moet rondkomen van € 70,= leefgeld per week. In overleg met de school van [minderjarige] gaat zij nu drie dagen per week naar school in [plaats 2] . Dit om de reistijd en de reiskosten te beperken. De vrouw is inmiddels opgenomen in een kliniek in [plaats 3] en het is nog onbekend hoe lang deze opname zal duren. De verwachting is dan ook dat de huidige woonsituatie van [minderjarige] bij de man voorlopig nog zal voortduren. Gezien alle omstandigheden vindt de man het daarom in het belang van [minderjarige] dat zij wordt ingeschreven op [basisschool] in [plaats 1] , zodat zij voltijds naar school kan gaan, terwijl zij niet belast wordt met veel reistijd en zij bovendien volop sociale contacten kan aangaan met klasgenootjes. [minderjarige] kan per direct instromen op de [basisschool] .

De vrouw voert verweer tegen de vordering van de man en concludeert tot afwijzing van die vordering.

Ter onderbouwing van haar verweer wordt namens de vrouw door mr. Koningsveld het navolgende aangevoerd. Mr. Koningsveld is na het vonnis van 27 januari 2026 het contact met de vrouw verloren. Achteraf is gebleken dat de vrouw was opgenomen bij [safehouse] , een safehouse gericht op verslavingsproblematiek. In de eerste fase van het traject kon de vrouw weinig contact hebben met de buitenwereld. Mr. Koningsveld heeft wederom contact gezocht met de vrouw nadat mr. Van Beers hem op de hoogte stelde van dit kort geding. Pas vorige week heeft mr. Koningsveld contact kunnen krijgen met de vrouw. Het gaat goed met haar en zij maakt een gemotiveerde indruk. Mr. Koningsveld is nog geen bodemprocedure gestart. De vrouw heeft recent de concept raadsrapportage ontvangen. De Raad adviseert [minderjarige] onder toezicht te stellen. In dat licht vindt de vrouw het te ver gaan om nu te wisselen van school en vindt zij het wenselijk dat het geschil rondom de school wordt meegenomen in de ondertoezichtstelling. De vrouw wil op termijn de zorg voor [minderjarige] weer op zich nemen.

Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de man bij zijn vordering vast. [minderjarige] wordt op 19 april 2026 vijf jaar en is vanaf dat moment leerplichtig.

Tijdens de zitting heeft de Raad, kort samengevat, naar voren gebracht dat het raadsonderzoek inmiddels is verricht en een conceptrapport is uitgebracht. De Raad adviseert [minderjarige] onder toezicht te stellen. De Raad vindt het belangrijk dat de ondertoezichtstelling snel kan starten. Wellicht is het nodig om het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling los te koppelen van de nog door de vrouw te starten bodemprocedure. [minderjarige] verblijft inmiddels al geruime tijd bij de man. In het raadsrapport wordt geadviseerd om [minderjarige] voorlopig in [plaats 1] naar school te laten gaan. Het is ook nog onduidelijk hoe lang de behandeling van de vrouw gaat duren. Los van de leerplicht vindt de Raad het belangrijk dat een kind (ongehinderd) naar school kan gaan.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Het is in het belang van [minderjarige] dat zij zich kan ontwikkelen door volledig naar school te gaan en op die manier ook sociale contacten met leeftijdsgenoten aan te gaan. Zij woont inmiddels al enkele maanden bij de man en zijn partner in [plaats 1] en wordt op dit moment door de man en zijn partner drie dagen per week naar school in [plaats 2] gebracht. Van de man kan niet langer gevergd worden dat hij [minderjarige] , die binnenkort leerplichtig wordt en dan 5 dagen per week naar school moet, naar haar school in [plaats 2] blijft brengen in de hoop dat de vrouw spoedig herstelt en dan - eventueel - de zorg voor [minderjarige] weer op zich kan nemen. Er is ook nog geen zicht op het einde van de behandeling van de vrouw. Ook [minderjarige] kan er niet op wachten totdat de vrouw haar zaken weer op orde heeft. Het is in het belang van haar ontwikkeling dat zij zo snel mogelijk volledig en op onbelaste wijze, dus zonder lange reistijd, naar school kan gaan en daar vriendinnetjes kan gaan maken. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering van de man toewijzen.

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

verleent de man -ter vervanging van de toestemming van de vrouw- toestemming om [minderjarige] in te schrijven op [basisschool] in [plaats 1] ;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Triest, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van Van Diepen, griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand