ECLI:NL:RBZWB:2026:3807

ECLI:NL:RBZWB:2026:3807

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-05-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer 26/2249 PW VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vovo,. Spoedeisendheid onvoldoende toegelicht. Afgewezen.

Uitspraak

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake de wijziging van zijn contactpersoon.

Bij brief van 6 november 2025 heeft het college aan verzoeker doorgegeven dat zijn contactpersoon is gewijzigd. Tegen deze brief heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Bij beslissing op bezwaar van 9 december 2025 is dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing heeft verzoeker op 6 januari 2026 beroep ingesteld. Tevens heeft verzoeker op 16 april 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift van 16 april 2026 aangegeven dat het college hem laat communiceren met onbevoegde functionarissen, wat leidt tot voortdurende schending van de Awb en de AVG. Verzoeker stelt dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig door het college worden verwerkt, ondanks zijn herhaalde verzoeken om dit te stoppen. Ook zou verzoeker geen toegang krijgen tot een bevoegde, gemandateerde ambtenaar, waardoor zijn rechtspositie wordt geschaad. Dit zou leiden tot voortdurende psychische belasting, stress, onduidelijkheid, onzekerheid en verergering van verzoekers gezondheidsklachten.

De griffier heeft verzoeker bij brief van 21 april 2026 gevraagd om het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening nader toe te lichten. Daarbij is verzoeker verzocht om zijn stelling dat het laten voortbestaan van deze situatie verdere schade veroorzaakt te onderbouwen met bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld een verklaring van een arts of behandelaar voor wat betreft de gestelde gezondheidsklachten.

Verzoeker heeft op 24 april 2026 gereageerd op het verzoek van de griffier. Verzoeker wijst naar de door hem overgelegde Functionele Mogelijkheden Lijst uit 2022 waaruit volgens hem zou blijken dat hij vanwege zijn medische situatie niet belastbaar is in conflictsituaties, stressvolle communicatie of onduidelijke besluitvorming. Verzoeker heeft aangegeven bekend te zijn met ernstige angst- en paniekklachten en een autismespectrum-stoornis, waardoor zijn belastbaarheid beperkt is. Volgens verzoeker veroorzaakt de huidige situatie een zodanige psychische overbelasting dat zijn draagkracht volledig wordt overschreden. Door de voortdurende druk en het ontbreken van een bevoegde contactpersoon zonder adequate begeleiding zou verzoekers psychische toestand de afgelopen maanden aanzienlijk zijn verslechterd.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door verzoeker aangevoerde omstandigheden niet tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van een spoedeisende situatie die het treffen van een voorlopige voorziening gedurende de beroepsprocedure noodzakelijk maakt. De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker, ondanks uitdrukkelijk verzoek, zijn stellingen niet nader heeft onderbouwd met medisch objectiveerbare gegevens, zoals een verklaring van een behandelaar. Weliswaar heeft verzoeker de rechtbank toestemming gegeven om contact op te nemen met zijn huisarts, maar daarmee is niet voldaan aan het verzoek van de griffier. Het is aan verzoeker zelf om met een toelichting van zijn huisarts te komen.

De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beroepsprocedure niet kan worden afgewacht.

Conclusie en gevolgen

3. Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 7 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Constant

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand