RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11770472 \ CV EXPL 25-3291
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. B.F. Desloover,
tegen
1. ADECCO HR SOLUTIONS B.V.,
te Zaltbommel,
gemachtigde: mr. M.J.P. Flipsen,2. TESLA MOTORS NETHERLANDS B.V.,
te Amsterdam,
gemachtigde: mr. P. van Huizen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Adecco en Tesla.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 11;
- de akte aanvullende productie 12 van [eiseres] ;
- de conclusie van antwoord van Adecco met producties 1t/m5;
- de conclusie van antwoord van Tesla met producties 1 t/m 3;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte aanvullende productie 13 van [eiseres] ;
- de akte aanvullende producties 4 t/m 10 van Tesla;
- de akte aanvullende productie 11 t/m 14 van Tesla;
- de akte aanvullende productie 15 van Tesla;- de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van Adecco;
- de pleitnota van Tesla.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
Het gaat in deze zaak om de vraag of Adecco en/of Tesla aansprakelijk is/zijn op grond van een incident dat heeft plaatsgevonden, waarbij [eiseres] schade heeft opgelopen. [eiseres] was op dat moment werkzaam op de werkvloer van het magazijn van Tesla, terwijl zij in loondienst van Adecco was en werd uitgeleend aan Tesla. De kantonrechter is van oordeel dat Tesla op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor het incident en de als gevolg daarvan door [eiseres] geleden en nog te lijden schade en wijst de gevorderde verklaring voor recht toe. De vordering jegens Adecco wordt afgewezen. Hieronder wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
3. De feiten
[eiseres] was op 31 mei 2024 werkzaam op de werkvloer van het magazijn van Tesla. Zij was op dat moment in loondienst van Adecco en werd uitgeleend aan Tesla.
Terwijl [eiseres] haar werkzaamheden op 31 mei 2024 uitvoerde, is een collega van [eiseres] , de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), die aan het werk was als bestuurder van een zogenaamd “man-up” voertuig, in botsing gekomen met het door [eiseres] geparkeerde voertuig, een zogenaamde “reachtruck”.
De teamleider heeft direct na de botsing de situatie geïnspecteerd.
[eiseres] heeft na het incident niet meer gewerkt en is eerder naar huis gegaan.
Naar aanleiding van het incident is door Tesla een intern incidentenrapport opgemaakt. Hierin staat – voor zover van belang – het volgende:
“Two vehicles collided with each other, one vehicle was a reach truck that
associate A was driving and parked in front of the staging area's blocking
the road while the incident occured with the other vehicle a man-up.
Associate A claims that her foot got stuck between the picking container
from reach truck and an empty picking container where she was
standing in between. (area where we put our empty picking containers
for pickers to take)”.
(…)
“EHS Help Reason
Told associate to get extra rest after checking with her feet, at the time we didn’t see any critical injury at her feet and she could walk. After our last break 21:00 i’ve checked with associate on how much her feet hurts, and decided that associate could leave earlier from work to take more time to recover her feet and to prevent any further injuries with her feet”.
Op 3 juni 2024 is [eiseres] naar de huisarts gegaan, die haar heeft doorverwezen naar het ziekenhuis.
Het huisartsenjournaal vermeldt op de datum 3 juni 2024 het volgende:
“Vrijdag ongeval op werk. R voet tussen 2 machines gekregen. Blauw en gezwollen. Kan wel lopen. Sinds het ongeval rust gehouden en niet meer gewerkt
veel pijn R MT 5. aldaar ook hematoom; in mindere mate ook op voorvoet en mediaal (…)
trauma R voet, fractuur MT5?”
De brief van 15 oktober 2024 van de huisarts van [eiseres] vermeldt het volgende:
“Patiente is bekend met aanhoudende pijnklachten na een crush letsel van de voet. Dit is door de orthopeed geduid als mogelijk toch een getraumatiseerde artrose MTP 1. Zij krijgt op het moment injecties in de hoop de pijn iets te verminderen”.
Een collega die op het moment van het incident aanwezig was op de werkvloer, [naam 2] , heeft het volgende bericht aan [eiseres] gestuurd:
“Sorry [eiseres] I was busy
But yes this guy trouble you
I saw it, I saw how you were unloading the cage and this guy smash your reachtruck passing by you without any care
I think he was with the earphones
And worst was him reaction before
Acting like it wasn’t him fault
How is your leg?
He should to say to you sorry for that and not came with this attitude
But yeah I hope the hit in your leg it wasn’t much
Good luck with it”.
Op 9 september 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] Tesla – en enige tijd later ook Adecco – aansprakelijk gesteld voor de schade die [eiseres] lijdt als gevolg van het ongeval op 31 mei 2024.
[eiseres] heeft geen inhoudelijke reactie op de aansprakelijkheidstelling ontvangen van Tesla en Adecco.
[naam 1] heeft op 15 juli 2025 de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:
“2. Incident Details
1. Shift context:
o The incident occurred during my shift last year. I don't recall the exact shift
pattern. On that day, [eiseres] was working on our shift for some reason, she
originally comes from the opposite shift.
2. Location & duties:
o I was operating the man-up near the coordinators’ station and staging line (where
outbound packing occurs).
o [eiseres] was staging items in outbound, in the area of the reach-truck but behind it.
3. Truck positioning:
o [eiseres] had parked the reach-truck slightly off target.
o I was trying to pass her reach-truck with the man-up, moving very slowly
(approximately 2 km/h). In doing so, I lightly contacted its corner.
o The reach-truck is heavier than the man-up, so there was no impact or damage
shown on the reach truck, it didn’t even move the truck.
4. Immediate aftermath:
o Many colleagues were nearby, but all occupied with their own tasks. None
commented or reacted at the time of the crash.
o The team leader came over to inspect the scene.
o [eiseres] was behind my reach-truck right at the moment my truck touched the
corner, then walked around from behind.
o She then claimed that I had hit her.
o She remained on site for approximately two hours following the incident, after
which she allegedly left home on her bike.
5. Medical check & cooperation:
o When offered by the team leader, she refused a medical examination of her legs
and declined transport to a doctor.
o I remained on-site with me for the rest of our shift.
6 . Evidence of no injury:
o There was no damage to the reach-truck.
o I observed her at Eindhoven Airport later last year and she appeared to be
walking normally; I will look back on photos to confirm the exact date and time.
3. Summary of Facts
afterward.
No visible damage to equipment or evidence of injury”.
4. Het geschil
[eiseres] vordert voor recht te verklaren dat Adecco en/of Tesla al dan niet hoofdelijk aansprakelijk is/zijn jegens [eiseres] voor de als gevolg van het (arbeids)ongeval van 31 mei 2024 geleden en nog te lijden schade, met veroordeling van Adecco en/of Tesla in de kosten van deze procedure, inclusief nakosten.
[eiseres] legt – samengevat – de navolgende stellingen aan haar vordering ten grondslag. [eiseres] heeft in de uitoefening van haar werkzaamheden schade opgelopen, als gevolg van een fout die is veroorzaakt door een ondergeschikte. Het gedrag van die ondergeschikte ( [naam 1] ), te weten het onzorgvuldig besturen van de reachtruck en het aanrijden van [eiseres] , als gevolg waarvan zij schade heeft geleden, kwalificeert als een fout in de zin van artikel 6:170 BW. De aansprakelijkheid rust op de werkgever van de ondergeschikte. Zolang onduidelijk is wie als werkgever moet worden aangemerkt, is het gerechtvaardigd om zowel Adecco als Tesla aan te spreken.
Verder geldt dat het laten verrichten van werkzaamheden in een omgeving waarin met zwaar materieel wordt gewerkt, zoals in casu met een reachtruck, de kans op fouten zoals de onderhavige vergroot. Daarmee is ook voldaan aan het vereiste functioneel verband.
Daarnaast is zowel Adecco als Tesla – ieder afzonderlijk en gezamenlijk – tekortgeschoten in de op hen rustende zorgplicht van artikel 7:658 BW, doordat zij hebben nagelaten voldoende veiligheidsmaatregelen te treffen ter voorkoming van het ongeval en/of om adequaat toezicht te houden op het veilig uitvoeren van werkzaamheden met de reachtruck. Het ongeval had voorkomen kunnen worden door voor reachtrucks een andere route te maken en voor men die aan het werk was een andere. Het ongeval vond plaats in een werkomgeving waar met zwaar materieel werd gewerkt, zonder duidelijke fysieke scheiding tussen voertuigen en voetgangers. Het ontbreken van verkeersmaatregelen of instructies – zoals aparte looppaden of waarschuwingssystemen – levert strijd op met de zorgplicht. Tijdens de zitting heeft [eiseres] aanvullend gesteld dat [naam 1] op het moment van het ongeval veel te hard reed en aan het bellen was en/of In-ear oortjes inhad. Door dit te gedogen/accepteren en niet voldoende toezicht te houden heeft Tesla haar zorgplicht geschonden.
Voorts is op grond van artikel 6:162 BW Tesla aansprakelijk voor de schade wegens het laten voortbestaan van een gevaarlijke situatie, zonder afdoende maatregelen of waarschuwingen. Tesla had een verkeerssituatie op de werkvloer moeten inrichten die ongelukken voorkomt. Door nalatig beleid of nalatig toezicht heeft Tesla jegens [eiseres] een onrechtmatige daad gepleegd. Verder hebben zowel Adecco als Tesla de aansprakelijkheidsstellingen van [eiseres] structureel genegeerd, hetgeen in strijd is met goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW.
Conform artikel 6:102 BW zijn zowel Adecco als Tesla aansprakelijk en [eiseres] mag de volledige schade verhalen op beiden. Partijen dienen onderling regres te nemen.
Adecco en Tesla voeren ieder afzonderlijk verweer.
Adecco voert – samengevat – het volgende verweer. Adecco stelt dat de vorderingen voor zover gebaseerd op artikel 6:170 BW niet kunnen slagen, omdat de collega van [eiseres] die de fout zou hebben gemaakt, geen ondergeschikte is van Adecco. Daarnaast betwist Adecco dat er sprake is van een fout in de zin van artikel 6:170 BW en dat er sprake is van functioneel verband. Voorts voert Adecco aan dat de dagelijkse leiding en het toezicht volledig bij Tesla berustten, waardoor Adecco als formeel werkgever geen zeggenschap had over de arbeidsomstandigheden en de veiligheidsinstructies. Voor zover zij daarin enige verantwoordelijkheid droeg, heeft zij aan haar zorgplicht voldaan.
Tesla voert – samengevat – het volgende verweer. Primair betwist Tesla dat er op 31 mei 2024 sprake is geweest van een ongeval waarbij [eiseres] gewond is geraakt. Subsidiair stelt Tesla dat zij niet aansprakelijk is voor de schade van [eiseres] omdat haar ondergeschikte als bestuurder van de reachtruck geen fout heeft gemaakt en omdat Tesla haar zorgplicht niet heeft geschonden.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Adecco is niet aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW
[eiseres] stelt zich op het standpunt dat de collega van [eiseres] ( [naam 1] ), als ondergeschikte, een fout heeft gemaakt. Tijdens de zitting is komen vast te staan dat [naam 1] , die het ongeval volgens [eiseres] heeft veroorzaakt, geen ondergeschikte is van Adecco, maar van Tesla. Gelet hierop kan geen sprake zijn van ondergeschiktheid in de zin van artikel 6:170 BW, zodat dit artikel niet op Adecco als formeel werkgever van toepassing is. Dit betekent dat de vordering jegens Adecco, voor zover gegrond op artikel 6:170 BW, moet worden afgewezen.
Adecco heeft haar zorgplicht niet geschonden
Voor zover de vordering jegens Adecco is gegrond op artikel 7:658 BW, moet deze eveneens worden afgewezen. [eiseres] heeft namelijk niet betwist dat de dagelijkse leiding en het toezicht volledig bij Tesla berustten, waardoor Adecco als formeel werkgever geen zeggenschap had over de arbeidsomstandigheden en de veiligheidsinstructies. Evenmin heeft [eiseres] betwist dat voor zover Adecco daarin enige verantwoordelijkheid droeg, zij heeft voldaan aan haar zorgplicht. In dit kader heeft Adecco gesteld dat zij over een VCU-certificering, dit is een norm die aantoont dat een uitzendbureau een goed systeem voor veiligheid en gezondheid heeft, waardoor het personeel veilig kan werken in risicovolle sectoren, zoals fabrieken. Specifiek voor plaatsingen bij Tesla heeft Adecco de Global EHS&S Policy voorafgaand aan de eerste werkdag aan [eiseres] toegestuurd. Dit beleid beschrijft de basisverwachtingen die gelden op Tesla-werklocaties wereldwijd waar gebruik wordt gemaakt van machines, apparatuur of gereedschappen. Daarnaast beschikte [eiseres] over de certificaten veilig werken met de heftruck, de reachtruck en de elektrische pallettruck. Tot slot heeft Adecco gesteld en onderbouwd dat [naam 1] ook de nodige trainingen/cursussen heeft gevolgd en certificaten heeft behaald. De kantonrechter is van oordeel dat voor zover er een zorgplicht op Adecco rustte, zij aan deze zorgplicht heeft voldaan.
Tesla is aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW
[eiseres] heeft aan haar vordering jegens Tesla ten grondslag gelegd dat Tesla aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 lid 4 BW en op grond van artikel 6:170 BW. Zoals hiervoor overwogen is tijdens de zitting komen vast te staan dat [naam 1] ondergeschikte was van Tesla. Voor zover [eiseres] haar vordering baseert op artikel 6:170 BW, wordt het volgende overwogen.
Op grond van artikel 6:170 BW is voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.
Er is sprake van schade
Tussen partijen is niet in geschil dat er op 31 mei 2024 een incident heeft plaatsgevonden in het magazijn van Tesla, waarbij een collega van [eiseres] , [naam 1] , al rijdend in zijn man-up voertuig, de geparkeerde reachtruck van [eiseres] heeft geraakt. Partijen zijn echter verdeeld over de vraag of [eiseres] bij dat ongeval schade heeft opgelopen. Volgens Tesla is dat niet het geval.
Tesla heeft er op gewezen dat de verklaringen van [eiseres] over de toedracht van het ongeval uiteenlopen. Op de dag van het incident heeft zij verklaard dat haar voet door de botsing vast kwam te zitten tussen het krat dat op de reachtruck lag en een leeg krat daarnaast, waar zij tussenin zou hebben gestaan. Aan de huisarts heeft zij vervolgens verklaard dat zij tussen twee machines terecht was gekomen. In de eerste aansprakelijkstelling staat echter dat met de reachtruck over de voet van [eiseres] was heengereden.
Tesla betwist verder dat [naam 1] met de man-up direct of indirect [eiseres] heeft geraakt of verwond.
De kantonrechter leidt uit de ingenomen stellingen van partijen in de processtukken en ook uit hetgeen zij tijdens de zitting over het incident op 31 mei 2024 hebben verklaard, dat zij twisten over de toedracht van de botsing. De vraag die beantwoord dient te worden is echter een andere, namelijk of [eiseres] als gevolg van het incident schade heeft geleden.
De kantonrechter oordeelt dat voldoende is komen vast te staan dat [eiseres] schade heeft opgelopen als gevolg van het ongeval. Uit het door Tesla na het incident opgemaakte incidentenrapport volgt dat [eiseres] direct na het incident klaagde over pijn aan haar voet en dat zij na het incident niet meer heeft gewerkt. [eiseres] is op aanraden van een leidinggevende naar huis gegaan, om haar voet rust te geven, zodat deze kon herstellen en erger letsel (injuries) zou kunnen worden voorkomen. Vaststaat dat [eiseres] direct na het weekend op maandag de huisarts heeft bezocht, die een hematoom heeft geconstateerd aan de rechtervoet van [eiseres] . De huisarts heeft waargenomen dat de voet blauw en gezwollen was, waarna zij is doorverwezen naar het ziekenhuis om foto’s te maken van haar voet. Tesla heeft niet weersproken dat [eiseres] zich na het incident heeft ziekgemeld en niet meer is komen werken. Dit alles maakt de suggestie van Tesla dat er andere oorzaken voor haar letsel zijn (of kunnen zijn) niet aannemelijk. Dat partijen van mening verschillen over de precieze toedracht van het letsel, maakt niet dat ervan uit moet worden gegaan dat zij geen letsel heeft opgelopen tijdens het incident. Dit alles leidt tot de conclusie dat [eiseres] als gevolg van het incident op 31 mei 2024 schade heeft geleden.
Er is sprake van een fout door de ondergeschikte
Op grond van voornoemd artikel kan Tesla slechts aansprakelijk zijn indien de schade is veroorzaakt door een 'fout' van [naam 1] . Een 'fout' in deze zin is een toerekenbare onrechtmatige daad. De kantonrechter is van oordeel dat er inderdaad sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad van [naam 1] jegens [eiseres] , ook als wordt uitgegaan van de stellingen van Tesla over de toedracht van de aanrijding. Wat [naam 1] over zijn handelen heeft verklaard, komt er op neer dat hij – in tegenstelling tot [eiseres] heeft gesteld – met heel lage snelheid de reachtruck van [eiseres] is genaderd met de bedoeling er langs te rijden, maar dat hij bij het passeren van de reachtruck deze toch heeft geraakt. Volgens [naam 1] stond de reachtruck van [eiseres] buiten het daarvoor bedoelde parkeervak geparkeerd.
De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat niet de enkele mogelijkheid dat een gevaar zich verwezenlijkt dat gedrag al onrechtmatig maakt, maar dat zulk gevaarscheppend gedrag pas onrechtmatig is als de mate van waarschijnlijkheid dat het gevaar zich door dat gedrag verwezenlijkt zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Daarbij moet niet alleen worden gelet op de kans op schade, maar ook op de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen.
Uit het door [naam 1] gestelde relaas volgt dat [naam 1] heeft gezien dat het voertuig van [eiseres] gedeeltelijk op de route stond die [naam 1] wilde nemen. Naar het oordeel van de kantonrechter had [naam 1] zich behoren te realiseren dat hij door zijn route te vervolgen de reachtruck van [eiseres] kon raken en tevens dat dit een mogelijke aanrijding tot gevolg zou kunnen hebben. Bovendien had hij zich moeten realiseren dat een aanrijding kon leiden tot letsel bij [eiseres] , aangezien zij naast haar voertuig stond. Voor wat betreft de in dit geval vereiste mate van waarschijnlijkheid ligt het niet in de rede hoge eisen te stellen. Risico's zoals de onderhavige vloeien voort uit de werksituatie waarbij collega’s voorzichtigheid dienen te betrachten, zeker bij het gebruik van rijdend materieel, zoals hier het geval. Werkgevers kunnen dit soort risico's zoveel mogelijk beheersen door de voor hen werkzame werknemers deugdelijk te instrueren en door toezicht te houden op correcte naleving van die instructies. Bovendien kunnen en plegen werkgevers zich ter afdekking van dit soort aansprakelijkheidsrisico's te verzekeren. De verzekeringspremies die werkgevers daarvoor betalen maken deel uit van de normale bedrijfskosten. Er bestaat in deze context, anders dan in geval van bijvoorbeeld een ongeval tijdens belangeloze hulpverlening van de ene particulier aan de ander, of bij sport- en spelsituaties, geen reden om een hoge drempel voor het aannemen van aansprakelijkheid te hanteren. In dit kader is mede van belang dat de draagplicht ter zake van de schade in de verhouding tussen de ondergeschikte die de fout maakte en degene in wiens dienst hij stond in beginsel op de laatste rust (artikel 170 lid 3 BW), op wiens weg het ligt om voor verzekeringsdekking zorg te dragen.
Het had verder op de weg van [naam 1] gelegen om uit zijn voertuig te stappen en te kijken of hij er wel langs zou kunnen en bij twijfel een andere route te nemen, danwel [eiseres] te verzoeken haar voertuig te verplaatsen. Het is niet gebleken dat deze voorzorgsmaatregelen in de omstandigheden van het geval bezwaarlijk waren.
Door in de gegeven omstandigheden toch langs het voertuig van [eiseres] te rijden, handelde [naam 1] jegens [eiseres] in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en daarmee onrechtmatig. Daarbij kan in het midden worden gelaten of [naam 1] te hard reed of gebruik maakte van zijn telefoon en/of in ear oortjes.
Het beroep dat Tesla tijdens de zitting heeft gedaan op jurisprudentie waarin is geconcludeerd dat er geen aansprakelijkheid werd gevestigd, gaat niet op. Van een ongelukkige samenloop van omstandigheden die zich in werksituaties, maar ook elders waarbij mensen in elkaars nabijheid verkeren kan voordoen, is naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval geen sprake.
Het beroep op eigen schuld faalt
De stelling van Tesla dat [eiseres] eigen schuld is te verwijten omdat [eiseres] haar voertuig verkeerd had geparkeerd, zodat de vergoedingsplicht van Tesla dient te worden verminderd op grond van artikel 6:101 BW slaagt niet. [naam 1] heeft verklaard dat [eiseres] haar voertuig ‘slightly of target’ had geparkeerd. [eiseres] heeft dit niet betwist, zodat de kantonrechter daarvan uit zal gaan. Tesla heeft niet toegelicht hoe dit heeft bijgedragen aan het ontstaan van de aanrijding, in die zin dat zij niet heeft toegelicht in hoeverre het enigszins verkeerd geparkeerd staan invloed heeft gehad op bijvoorbeeld de manoeuvreerruimte van [naam 1] . Dat er sprake is van een aan [eiseres] toerekenbare omstandigheid die ook heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade staat daarom nog niet vast. Indien echter zou worden aangenomen dat de wijze van parkeren heeft bijgedragen aan het ontstaan van de aanrijding en dus aan de schade, heeft te gelden dat er sprake is van een zodanig uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten (enigszins verkeerd parkeren tegenover het geparkeerde voertuig zien en toch aanrijden), dat de vergoedingsplicht van Tesla geheel in stand moet blijven.
De kantonrechter is van oordeel dat ook voor het overige is voldaan aan de vereisten die artikel 6:170 BW stelt voor het aannemen van aansprakelijkheid van Tesla. [naam 1] heeft een fout als de onderhavige kunnen maken juist doordat hij op het werk is tewerkgesteld en Tesla had bovendien zeggenschap over het gedrag van [naam 1] op het werk.
Conclusie
Voorgaande leidt tot de conclusie dat aansprakelijkheid van Tesla voor het incident op 31 mei 2024 op grond van artikel 6:170 BW kan worden aangenomen. Of Tesla (ook) aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 lid 4 BW kan daarmee in het midden blijven.
Proceskosten
Tesla is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
148,04
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.102,04
Nu de vordering jegens Adecco wordt afgewezen, moet [eiseres] de proceskosten (inclusief nakosten) van Adecco betalen. De proceskosten van Adecoo worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten × € 360,00)
- nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing)
--------------------------
€ 864,00
6. De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat Tesla aansprakelijk is jegens [eiseres] voor de als gevolg van het (arbeids)ongeval van 31 mei 2024 geleden en nog te lijden schade,
veroordeelt Tesla in de proceskosten van [eiseres] van € 1.102,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tesla niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van Adecco van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Tesla niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het anders of meer gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.