Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-821229-17
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 7 mei 2026
op vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
verblijvende te: [adres], (instelling: FPC [kliniek]),
hierna: betrokkene,
raadsman mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken;
2. Procesverloop
Bij beslissing van deze rechtbank van 1 mei 2018 is betrokkene wegens doodslag veroordeeld tot tbs met verpleging van overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is op 16 mei 2018 aangevangen. De tbs is bij beslissing van 2 mei 2025 laatstelijk verlengd voor een termijn van 1 jaar.
De rechtbank heeft op 25 maart 2026 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 23 april 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. I. Peters, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman.Voorts is digitaal als deskundige gehoord mevrouw drs. [deskundige].
3. Adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 6 maart 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met 1 jaar en heeft daartoe – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van schizofrenie en een stoornis in cannabisgebruik. Het proces kent een fluctuerend verloop van fases van stabiliteit, een toenemende ziektebesef en acceptatie afgewisseld met overprikkeling, betrekkingsideeën en achterdocht. Tijdens het schrijven van het advies zegt betrokkene afspraken af en trekt hij zich meer terug, waarbij hij vervalt in piekeren. Door de medicatie is de psychische kwetsbaarheid weliswaar voldoende onder controle, maar is er sprake van een broze balans waarbij zowel externe als interne omstandigheden gemakkelijk tot verstoring van het evenwicht kunnen leiden. Bij het wegvallen van het tbs-kader is het risico op herhaling van delictgedrag vanuit psychotische beleving hoog. Centraal hierbij zijn realiteitsverstoring in combinatie met cannabisgebruik en gevoel van afwijzing. Betrokkene heeft de neiging om zichzelf te overschatten en zal hierom mogelijk onvoldoende hulp inschakelen en onzorgvuldig met zijn medicatie omgaan. Hij is wisselend in zijn motivatie om bij het einde van de tbs-maatregel medicatie te blijven gebruiken. De kans op psychotische decompensatie is laag, zolang hij medicatie gebruikt en geen middelen neemt. Er zijn plannen om toe te werken naar vervolgstappen. Die zijn nog niet voltooid. Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging wordt ten tijde van het advies ingeschat als hoog. Het functioneren van betrokkene bij RIBW blijft broos. De reclassering zal gevraagd worden onderzoek te doen naar het vormgeven van proefverlof als eerstvolgende stap in het toewerken naar een voorwaardelijke beëindiging. Het verblijft bij RIBW moet worden voortgezet en er moet doorlopend onderzocht worden hoe betrokkene zich daar beter gaat voelen en hoe zijn stabiliteit bevorderd kan worden. Er moet gewerkt worden aan maatschappelijke inbedding en daarbij passende daginvulling. In aansluiting hierop dient te worden onderzocht wat nodig is om de dwangverpleging te beëindigen.
De deskundige heeft in aanvulling hierop mondeling het advies ter terechtzitting gewijzigd. Gelet op de recente positieve ontwikkelingen adviseert de deskundige om een 2-sporenbeleid uit te zetten waarbij, voor zover mogelijk, wordt geadviseerd om de beslissing op de vordering aan te houden, zodat de weg van de zorgmachtiging kan worden bewandeld. Indien dit niet tijdig lukt, zou alsnog de stap naar een voorwaardelijke beëindiging kunnen worden gemaakt, waarbij de kliniek een stap terug zal doen en de reclassering het toezicht overneemt. Proefverlof wordt in beginsel niet noodzakelijk geacht nu het al langere tijd stabiel met betrokkene gaat en dit feitelijk niets toevoegt indien de route van een zorgmachtiging wordt gevolgd. Feitelijk zal er niet veel veranderen in de dagelijkse omstandigheden van de terbeschikkinggestelde. Het enige voordeel is dat de tbs sneller stopt, maar hij zal op dezelfde plek blijven wonen. Ook de begeleiding zal op eenzelfde manier worden vormgegeven. Bij verlenging van de maatregel kan hij deze stap pas over een jaar zetten. De extreme somberheid en depressieve klachten die eerder werden waargenomen, zijn niet meer te zien. De seizoenen en de interne- en externe factoren spelen hierbij een rol en dit beeld zal blijven fluctueren, maar het betreft een stabiel fluctuerend beeld. Er is voldoende zicht op betrokkene. Er zijn na de laatste terugval geen incidenten meer geweest, noch waren er time-outs noodzakelijk. Daarom kan er worden toegewerkt naar de volgende stap. Om ervoor te zorgen dat er op langere termijn sprake blijft van medicatiegebruik en dat er hulpverlening betrokken blijft, is een zorgmachtiging noodzakelijk. Hiervoor zal aanvullend een WLZ-indicatie moeten worden afgegeven. Dit dient nog te worden geregeld, maar hiervoor was onvoldoende tijd voorafgaand aan de zitting. Indien dit binnen de termijn van een aanhouding niet tijdig lukt, dan zal de reclassering alsnog worden verzocht om een voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
Advies psychiater
Uit het rapport van psychiater [psychiater] d.d. 4 februari 2026 blijkt – kort samengevat – het volgende. Er is sprake van schizofrenie, een persisterende depressieve stoornis en een matige stoornis in het gebruik van cannabis, welke laatste stoornis onder de huidige omstandigheden langdurig in remissie is. Betrokkene woont sinds 2 jaar naar tevredenheid bij de RIBW. Hij krijgt begeleiding van de RIBW en ambulante behandeling vanuit [zorgverlener]. De overgang naar de RIBW ging gepaard met schommelingen in psychisch functioneren. Sinds 2 september 2025 is er sprake van een fluctuerend verloop. Er is sprake van een doorlopend kwetsbaar evenwicht, zowel door externe omstandigheden in de vorm van – onder andere – een toename in werkdruk, als interne factoren, zoals piekeren. Bij de aanvraag voor de verlenging van het transmurale verlof in de huidige RIBW benoemde de verloftoetsingscommissie dat het functioneren binnen de RIBW een punt van zorg is, gelet op het ontbreken van dagbesteding en de vraag of betrokkene de hulp en ondersteuning krijgt die hij nodig heeft. De kans op herhaling in deze omstandigheden is laag met toezicht, behandeling, huisvesting, medicatie en abstinentie van middelengebruik. Deze kans neemt toe als betrokkene opnieuw psychotisch wordt. De belangrijkste onderdelen van het risicomanagement bestaan uit continuering van de antipsychotische medicatie en het monitoren van de effecten daarvan, blijvende abstinentie van cannabis en het geleidelijk aan doorlopen van de volgende stappen in de resocialisatie. Anders dan het advies van de instelling adviseert de psychiater enige intensivering van de begeleiding en de (medicamenteuze) behandeling. Daarnaast moet er aandacht zijn voor zijn dag- en weekstructuur en toeleiding naar dagbesteding omdat betrokkenen zich bij overprikkeling lijkt terug te trekken. De psychiater adviseert de tbs te verlengen met een termijn van 1 jaar, waarna in het komende jaar toegewerkt kan worden naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging.
Advies psycholoog
Uit het rapport van psycholoog [psycholoog] d.d. 5 februari 2026 blijkt – kort samengevat – het volgende. De gestelde diagnose wordt onderschreven waarbij de hoofddiagnose schizofrenie is. Verder is er sprake van een verslaving aan cannabis die door de gereguleerde omstandigheden in een langdurige remissie is. Het recidiverisico wordt binnen de huidige omstandigheden, waaronder het verblijf in een woonsituatie onder toezicht en zonder floride psychotisch toestandsbeeld, als laag ingeschat. Indien het tbs-kader zou wegvallen en daarmee ook de huisvesting, hulpverlening en het toezicht is de verwachting dat betrokkene vanwege zijn wisselende ziektebesef de medicatie zal staken en geen hulp zal zoeken, met als gevolg dat de stemmen, wanen en achterdocht meer op de voorgrond zullen komen te staan. Om die te dempen, bestaat de kans op terugval in cannabisgebruik. Vanuit psychotische toestand kan hij opnieuw tot geweld komen, waarbij afwijzing van bescherming mogelijk een trigger kan zijn, net zoals bij het indexdelict. De belangrijkste onderdelen van het risicomanagement bestaan uit continuering van de antipsychotische medicatie en abstinentie van cannabis. Tijdens het onderzoek staan negatieve symptomen als inactiviteit en somberheid op de voorgrond. Belangrijk is dat betrokkene passende daginvulling heeft passend bij zijn draagkracht en dat sociale isolatie wordt voorkomen. Gezien de instabiele fase waarin betrokkene thans verkeert, is intensivering nodig van de begeleiding vanuit de RIBW en [zorgverlener]. Een geleidelijk resocialisatietraject, waarbij hij bij iedere stap de gelegenheid krijgt om te wennen, is gelet op de beperkte draagdracht van betrokkene van belang. Bij een goed verloop van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging kan op termijn stapsgewijs toegewerkt worden naar een zorgmachtiging, waarbij steeds zorgvuldig moet worden beoordeeld hoeveel vrijheden en verantwoordelijkheden betrokkene aankan zonder psychisch uit evenwicht te raken en welke ondersteuning hij behoeft. Geadviseerd wordt de tbs te verlengen met een termijn van 1 jaar en de verpleging te continueren. Of er over een jaar kan worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging kan nu nog niet worden beoordeeld. Dit zal afhangen van het effect van de intensivering van de hulpverlening en hoe betrokkene zich het komende jaar ontwikkelt.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met 1 jaar te verlengen gebleven. De officier van justitie verzoekt om een beslissing te nemen op de vordering en de zaak niet aan te houden in afwachting van een onderzoek naar een zorgmachtiging. Een zorgmachtiging geeft immers géén zekerheid voor het verblijf bij de huidige RIBW zonder een WLZ-indicatie. Hierover bestaat nog teveel onzekerheid. Dit heeft tot gevolg dat betrokkene, indien een zorgmachtiging na verloop van drie maanden niet aan de orde is, mogelijk nog langer in de maatregel zit. De reclassering zal na een verlenging worden betrokken. Daarnaast kan gedurende het komende jaar de zorgmachtiging alsnog zorgvuldig worden onderzocht.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben naar voren gebracht dat betrokkene een positieve ontwikkeling heeft laten zien. Sinds 2024 wordt al gesproken over proefverlof. Er zijn inmiddels concrete stappen gezet. Het gewijzigde advies van de kliniek wordt onderschreven en de raadsman verzoekt om de beslissing op de vordering aan te houden in afwachting van het onderzoek naar een zorgmachtiging. Betrokkene zou graag deze kans krijgen nu hij zo snel mogelijk van de tbs-titel af wil. De betrokkene hoopt op een zorgmachtiging of op een voorwaardelijke beëindiging.
5. Beoordeling
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege doodslag als bedoeld in artikel 287 Sr. Gezien de omstandigheden en context van het indexdelict, heeft de rechtbank eerder beslist dat dit delict moet worden aangemerkt als geweldsdelict als bedoeld in artikel 38e Sr. De maatregel is daarmee opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Daarnaast stelt de rechtbank op basis van voormelde adviezen en het verhandelde ter zitting vast dat er sprake is van een hoog risico op recidive wanneer de tbs op dit moment wordt beëindigd. Nu dat recidivegevaar in verband staat met de bij de betrokkene aanwezige stoornissen, eist op dit moment de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, dat de TBS van betrokkene met verpleging van overheidswege wordt verlengd.
De vraagt die speelt is of er een alternatief voorhanden is nu is gebleken dat een zorgmachtiging mogelijkerwijs in de rede ligt en een civielrechtelijk Wvggz-kader als substituut kan dienen voor het forensisch TBS-kader. In beginsel vindt géén beëindiging van de tbs plaats wanneer de verpleging niet eerst minstens één jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest (artikel 6:2:17 lid 1 Sv). Een mogelijke uitzondering op die eis van de voorwaardelijke beëindiging is wanneer sprake is van een naadloze overgang van de tbs naar de reguliere GGZ met een zorgmachtiging (artikel 6:2:17 lid 2 Sv). Om deze mogelijkheid tot het verlenen van een zorgmachtiging te laten onderzoeken, mag de rechtbank de beslissing voor maximaal 3 maanden aanhouden.
In het kader van de beoordeling van de verlenging van terbeschikkingstelling is stilgestaan bij de vraag of een overgang naar een civielrechtelijk kader, in het bijzonder een zorgmachtiging op grond van de Wvggz, op dit moment aangewezen en haalbaar is, zoals aan de orde is gesteld door de tbs-instelling. Vooropgesteld wordt dat tussen de deskundigen overeenstemming bestaat dat een gestructureerd, juridisch geborgd en dwingend kader met medicatiegebruik noodzakelijk blijft gelet op de aard en de ernst van de problematiek van het huidig risicoprofiel van betrokkene. De rechtbank heeft oog voor de positieve ontwikkeling die zichtbaar is, maar stelt tegelijkertijd vast dat het een prille ontwikkeling betreft, die – zoals ook uit de rapportages van de deskundigen blijkt – een fluctuerend verloop kent.
De rechtbank betrekt verder in haar overweging dat de mogelijkheid van een zorgmachtiging eerst een dag voor de zitting met betrokkene is besproken en daarmee nog in een onvoldoende concreet stadium is. Het ontbreekt immers nog aan een concreet, gedragen en uitvoerbaar zorgplan dat voorziet in de noodzakelijke continuïteit van behandeling en toezicht buiten het strafrechtelijk kader. De rechtbank acht het – gelet op alle onzekerheden in dit stadium – daarom op dit moment dan ook niet aangewezen om nader onderzoek naar de mogelijkheden van een zorgmachtiging te gelasten. Het is onwenselijk om een traject richting een zorgmachtiging in gang te zetten binnen een periode van drie maanden, indien niet ook voorzienbaar is dat dit een haalbaar alternatief is en zonder dat de randvoorwaarden daarvoor voldoende zijn geconcretiseerd. Een dergelijk traject zou naar verwachting leiden tot onzekerheid en vertraging. Niet uitgesloten is immers dat de maatregel alsnog dient te worden verlengd, en dat wil de rechtbank voorkomen. Wat de rechtbank betreft ligt op dit moment de prioriteit bij het voortzetten en bestendigen van het huidige behandeltraject binnen het kader van de tbs, met als doel verdere risicoreductie en stabilisatie, zodat op een later moment een beter onderbouwde en verantwoorde afweging gemaakt kan worden.
Dit betekent dat de rechtbank overeenkomstig het aanvankelijke advies en in afwijking van het mondelinge advies, en de vordering van de officier van justitie ter zitting de termijn van de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene met één jaar zal verlengen. Het is verder aan de officier van justitie of zij, aansluitend op de verkenning van een zorgmachtiging, een onderzoek wil instellen naar een voorwaardelijke beëindiging.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. C.R.R. Loeve, voorzitter,
en mr. D.H. Hamburger en mr. R. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van L.P.C. Akkermans-Bruijs, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 mei 2026.