RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/425505 FA RK 24-3702
datum uitspraak: 7 april 2026
nadere beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. C.A.E.C.J. Hooft,
waargenomen door mr. R.G.J. van Kerkhof,
en
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. F.J. Koningsveld.
1. Het procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de rechtbank van 19 maart 2025 en alle daarin vermelde stukken;
- het op 26 november 2025 ontvangen rapport van de zorgaanbieder met bijlage;
- het F9-formulier van mr. Van Kerkhof van 2 januari 2026;
- het F9-formulier van mr. Koningsveld van 2 januari 2026;
- het F9-formulier van mr. Van Kerkhof van 28 januari 2026;
- de brief van mr. Hooft van 12 maart 2026 met als bijlage het (originele) door partijen ondertekende ouderschapsplan.
2. De nadere beoordeling
Bij voormelde beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarnaast zijn partijen en hun minderjarige kinderen voor een (jeugd)hulpverleningstraject doorverwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten, regio West-Brabant-Oost. Verder is bepaald dat de man en de minderjarigen voorlopig, in afwachting van de uitkomst van dat traject, gerechtigd zijn tot contact met elkaar vier keer per maand een hele dag.
Bij F9-formulieren van 2 januari 2026 en 28 januari 2026 is namens de vrouw bericht dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling en dat deze overeenstemming is vastgelegd in een ouderschapsplan. Gelet op de overeenstemming wijzigt de vrouw haar verzoek. Zij verzoekt nu om de door partijen getroffen regelingen in de beschikking op te nemen. Haar oorspronkelijke verzoek tot vaststelling van een zorgregeling is door de vrouw ingetrokken. De zaak kan wat de vrouw betreft schriftelijk worden afgedaan.
Bij F9-formulier van 2 januari 2026 is namens de man bevestigd dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.
Uit voormelde brieven volgt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. Deze overeenstemming komt de rechtbank in het belang van de minderjarige en niet ongegrond voor. Het gewijzigde verzoek van de vrouw wijst de rechtbank daarom toe.
Nu het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling is ingetrokken, kan dit verzoek niet meer worden onderzocht en zal het worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het als bijlage toegevoegde ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, en, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. Maas-Klink, in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.