RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446774 / FA RK 26-1721
Datum uitspraak: 7 april 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende bij [stichting] , [adres] ,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 april 2026 bij de accommodatie van [stichting] . Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
regiebehandelaar, de heer [persoon 1] .
Tevens is bij de zitting aanwezig, maar is niet gehoord, de persoonlijk begeleider van betrokkene, de heer [persoon 2] .
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de accommodatie van [stichting] te [plaats 2] .
De burgemeester van de gemeente Waddinxveen heeft de inbewaringstelling op 2 april 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
De rechtbank stelt betrokkene verschillende vragen, waarop hij kort met ‘ja’ en ‘nee’ antwoordt. Op de vraag of het voor betrokkene nu rustiger is, antwoordt hij ‘ja’.
Op de vraag van de rechtbank of betrokkene langer opgenomen wil blijven, antwoordt hij ‘ja’. Vervolgens antwoordt betrokkene ‘nee’ op de vraag of hij nog iets nodig heeft.
De regiebehandelaar verklaart, samengevat, dat het in de thuissituatie niet langer houdbaar was. Tussen betrokkene en zijn moeder was sprake van wederzijds onbegrip, wat uitliep op conflicten. Hiervan zijn vanuit de buurt zorgmeldingen gedaan bij Veilig Thuis. Op dit moment heeft betrokkene nog geen contact gehad met zijn moeder. Belangrijk is om dit zo spoedig mogelijk weer op te starten. Op de afdeling doet betrokkene het goed, al is hij wel onder de indruk van de andere cliënten. Betrokkene heeft veel begeleiding in zijn buurt om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan. Betrokkene woont in [plaats 1] . Dit is ver uit de buurt. Op korte termijn wordt er met een zorgaanbieder uit die regio, [zorgaanbieder] , bekeken hoe de hulpverlening verder kan worden vormgegeven. Het uitgangspunt is dat betrokkene terugkeert naar zijn eigen regio. De behandelaar merkt nog op dat betrokkene nu in een crisissetting verblijft. Zodra afgeschaald kan worden, zal hiertoe worden overgegaan. Naar verwachting zal dit geen zes weken duren. Een overgang zal mogelijk wel een ontregeling kunnen veroorzaken en daarom is er wel een machtiging voor de duur van zes weken nodig.
De advocaat voert, samengevat, het volgende aan. Betrokkene verzet zich niet tegen het verzoek. Aan alle wettelijke criteria wordt voldaan. Het is daarbij belangrijk dat betrokkene weer in contact komt met zijn moeder. Omdat de afstand tussen zijn woonplaats en deze accommodatie te groot is, kan de moeder niet bij betrokkene op bezoek komen. Belangrijk is dat wordt gekeken naar een passende oplossing voor betrokkene in de regio van zijn woonplaats.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat er in de thuissituatie sprake was van fysiek geweld tussen betrokkene en zijn moeder. Betrokkene heeft, in het bijzijn van een hulpverlener, geprobeerd om zijn moeder te wurgen. De moeder heeft zichzelf hiertegen moeten verdedigen. De thuissituatie wordt dan ook als onveilig aangemerkt. Er zijn daarover meerdere meldingen gedaan bij Veilig Thuis. Betrokkene kan niet alleen thuisblijven en heeft continue nabijheid van zijn moeder nodig. Na de escalatie tussen betrokkene en zijn moeder kon zij hem de nabijheid niet meer geven en was een acute opname nodig.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap. Betrokkene heeft een IQ van 48.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
De voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Hoewel betrokkene nu aangeeft akkoord te zijn met een langer verblijf bij [stichting] , betwijfelt de rechtbank in hoeverre betrokkene zijn antwoord en de gevolgen daarvan kan overzien, mede gelet op zijn verstandelijke beperking. De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Bovendien geldt dat betrokkene mogelijk zal ontregelen bij een eventuele overplaatsing. Voorkomen moet worden dat een nieuwe inbewaringstelling dan nodig is. Daarom is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gebleken is dat betrokkene intensieve begeleiding nodig heeft. In de thuissituatie kan hem dat op dit moment niet worden geboden. Vanuit de huidige setting zal onderzocht moeten worden welke hulpverlening voor betrokkene passend is en wat er vanuit de regio van zijn woonplaats kan worden georganiseerd.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 mei 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 door mr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.