ECLI:NL:RBZWB:2026:3835

ECLI:NL:RBZWB:2026:3835

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/02/445982 / FA RK 26-1302
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

VIBS, instelling is niet de juiste plek voor betrokkene

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445982 / FA RK 26-1302

Datum uitspraak: 7 april 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

nu verblijvende in [accommodatie] ,

advocaat mr. S.J. Nijssen uit Goes.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026;

de beschikking van de rechtbank van 18 maart 2026.

Op 18 maart 2026 heeft de eerste mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat de instelling waar betrokkene verblijft niet aansluit bij de problematiek van betrokkene en dat betrokkene niet kan terugkeren naar zijn woning. De rechtbank heeft daarop het verzoek aangehouden zodat bezien kan worden waar betrokkene wel goed zou kunnen passen en of de WZD nog steeds de juiste juridische context biedt.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Nijssen;

dr. [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;

mevrouw [persoon 2] , casemanager [hulpverlening] ;

mevrouw [persoon 3] , mentor van betrokkene;

mevrouw [persoon 4] , senior verpleegkundige;

[persoon 5] , physician van de afdeling.

2. Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft de inbewaringstelling op 12 maart 2026 afgegeven.

Bij beschikking van 18 maart 2026 is een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor betrokkene tot en met 8 april 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.

3. Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank het resterende deel van de machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen.

4. De standpunten

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij het goed vindt om naar de zorgboerderij in [plaats 2] te gaan. Tot hij daar terecht kan wil betrokkene graag naar huis. Dat het hiervoor slechter ging met betrokkene komt doordat zijn buurman zich niet aan de afspraken houdt.

De specialist ouderengeneeskunde zegt tijdens de zitting dat het goed gaat met betrokkene. Hij doet zijn eigen ding op de afdeling, wast en doucht zelf en helpt mee op de afdeling. De huidige afdeling is niet passend voor betrokkene, maar het [hulpverlening] is bezig met het vinden van een passende plek voor hem. Ook is de specialist ouderengeneeskunde van mening dat naar huis gaan enkel met begeleiding van het [hulpverlening] onvoldoende veilig voor betrokkene is. De begeleiding en veilige omgeving in de instelling maken dat betrokkene het goed doet.

De casemanager van het [hulpverlening] vult aan dat betrokkene in de instelling tot rust is gekomen, maar dat zijn woning onveranderd is. In zijn woning zal hij de nodige prikkels ervaren die zullen leiden tot escalaties en er loopt op dit moment een procedure tot uithuiszetting wegens overlast. De afgelopen drie weken heeft de casemanager gezocht naar passende andere locaties voor betrokkene, maar drie weken is daarvoor te kort gebleken. Bovendien is de zoektocht lastig gezien de problematiek van betrokkene en zijn wens om in Zeeland te willen blijven. In [plaats 2] is er mogelijk een plek voor betrokkene gevonden waar hij binnenkort gaat kijken.

De mentor van betrokkene geeft aan blij te zijn dat hij is opgenomen omdat hij gestabiliseerd is en in de instelling verder kan aansterken. In de thuissituatie werd betrokkene getriggerd door de buurt, was zijn huis onbewoonbaar en is er geen 24-uurs zorg. Op de afdeling functioneert betrokkene erg goed, maar de mentor is bang dat als betrokkene naar huis gaat hij terugvalt in zijn oude functioneren.

De advocaat bepleit afwijzing van het resterende deel van het verzoek van het CIZ omdat er geen sprake meer is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene laat zien dat het met de nodige begeleiding goed met hem gaat. Volgens de advocaat moet het gaan om de situatie nu en niet om wat er mogelijk kan gebeuren. Daarnaast is gebleken dat de huidige instelling niet geschikt is voor betrokkene en het is niet de bedoeling dat betrokkene in een instelling verblijft die niet passend is voor hem.

5. De beoordeling

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken op de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene in de thuissituatie oplopend onrustig en overprikkeld is. Betrokkene veroorzaakt overlast in zijn buurt en hij heeft recentelijk de ramen van een buurman ingegooid. Vanwege de overlast dreigt betrokkene uit huis te worden gezet.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap. Bij betrokkene is sprake van niet-aangeboren hersenletsel (NAH).

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verwacht wordt dat de situatie bij een terugkeer naar huis verder zal escaleren.

Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene naar huis wil totdat er een geschiktere plek beschikbaar is.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

6. De beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 april 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Meyboom

Griffier

  • mr. Van Dijke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand