ECLI:NL:RBZWB:2026:3838

ECLI:NL:RBZWB:2026:3838

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/02/443631 / JE RK 26-6
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2026:3040

Samenvatting

Herstelbeschikking

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/443631 / JE RK 26-6

Herstelbeschikking van 7 april 2026

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZEELAND-WEST-BRABANT,

hierna te noemen: de Raad,

locatie Middelburg,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat mr. A.J.C. Nuijten uit Bergen op Zoom.

Als informanten zijn in de procedure betrokken:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Etten-Leur.

1. Het nadere verloop van de procedure

Het nadere verloop van de procedure bestaat uit:

de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank met kenmerk C/02/443631 / JE RK 26-6, in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026;

een brief van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 23 maart 2026.

De Raad en de ouders zijn op 23 maart 2026 schriftelijk in de gelegenheid gesteld om zich binnen twee weken uit te laten over het verzoek van de GI. Zowel de Raad als de ouders hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De verdere beoordeling

Bij beschikking van de kinderrechter van 16 maart 2026 is het verzoek van de Raad tot de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor een periode van een jaar toegewezen, te weten met ingang van 2 maart 2026 en tot 2 maart 2027.

De GI geeft in de onder rechtsoverweging 1.1. genoemde brief aan dat in rechtsoverweging 6.1. van de beschikking van 16 maart 2026 per abuis is vermeld dat de ondertoezichtstelling van de minderjarigen is uitgesproken met ingang van 2 maart 2026 en tot 2 maart 2027. Er is immers tijdens de zitting op 2 maart 2026 niet direct mondelinge uitspraak gedaan. De uitspraak is gedaan op 16 maart 2026. In plaats van ‘stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 16 maart 2026 en tot 16 maart 2027’ is ‘stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 maart 2026 en tot 2 maart 2027’ in het dictum van de beschikking vermeld. De GI verzoekt de rechtbank het dictum aan te passen en de beschikking te herstellen.

De kinderrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de kinderrechter op verzoek van een partij een kennelijke, voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fouten. De kinderrechter overweegt dat is gebleken dat de door de kinderrechter in deze zaak gegeven beschikking van 16 maart 2026 een kennelijke fout bevat. In het dictum van deze beschikking is per abuis ‘stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 maart 2026 en tot 2 maart 2027’ vermeld, in plaats van ‘stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 16 maart 2026 en tot 16 maart 2027’. De kinderrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout en dat deze voor eenvoudig herstel vatbaar is. De kinderrechter zal de beschikking van 16 maart 2026 dan ook verbeteren, als hierna te melden.

3. De beslissing

De kinderrechter:

bepaalt dat het dictum van de beschikking van 16 maart 2026:

“6.1. stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 maart 2026 en tot 2 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.”

wordt gewijzigd in:

“6.1. stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 16 maart 2026 en tot 16 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.”

Deze beslissing is gegeven door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van Den Boer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open. Deze beschikking brengt geen wijziging in de mogelijkheden en/of de termijn van hoger beroep tegen de beschikking die thans is verbeterd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand