ECLI:NL:RBZWB:2026:3843

ECLI:NL:RBZWB:2026:3843

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/02/445564 / JE RK 26-348
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verzoek ondertoezichtstelling, verzoek toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445564 / JE RK 26-348

Datum uitspraak: 7 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 2] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Middelburg.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 februari 2026;

het bericht van vader met bijlagen, ontvangen op 22 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

Bij beschikking van deze rechtbank van 18 april 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd tot 18 april 2024.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige] geeft in het gesprek met de kinderrechter aan dat het bij de vader thuis goed gaat. Hij is vier van de veertien dagen bij vader. Hij voelt zich op gemak bij de vader en [minderjarige] kan alles met hem bespreken, ook over seksualiteit. Dat vindt [minderjarige] fijn. Bij de vader krijgt [minderjarige] meer vrijheden dan bij de moeder. [minderjarige] stelt dat het bij de moeder redelijk goed gaat, maar hij loopt bij de moeder meer op zijn tenen. Bovendien heeft hij bij met de moeder meer ruzie dan met de vader. Soms worden er grapjes of opmerkingen door de moeder of haar partner gemaakt die [minderjarige] vervelend vindt. Hij zou graag de ruzies met de moeder goed uitpraten, hetgeen niet altijd gebeurt. [minderjarige] geeft aan dat de ouders niet vaak negatief over elkaar praten. Als dit toch voorkomt, dan trekt [minderjarige] zich daar weinig van aan. [minderjarige] heeft het gevoel dat de kindbehartiger de kant van zijn moeder kiest en hij voelt zich hier niet prettig bij. [minderjarige] heeft aangegeven een nieuwe kindbehartiger te willen, maar aan deze wens is tot op heden geen gehoor gegeven. Verder heeft [minderjarige] veel hobby’s, waarvoor hij bij beide ouders de ruimte krijgt. Ook zijn vrienden kan hij bij beide ouders uitnodigen.

De Raad handhaaft het verzoek en verwijst te onderbouwing van het verzoek naar het raadsrapport van 27 februari 2026. [minderjarige] heeft kindeigenproblematiek, een lage intelligentie, zit in de puberteit en is grenzen aan het aftasten. Het is nodig dat regels en grenzen duidelijk zijn en dat hier door beide ouders hetzelfde op wordt gereageerd. Op dit moment groeit [minderjarige] op in verschillende opvoedomgevingen, waarbij de ouders op een andere manier omgaan met grenzen en regels. De ouders keuren elkaar af en de vader diskwalificeert de moeder. Hierdoor komt [minderjarige] klem te zitten tussen de ouders en wordt hij genoodzaakt om de kant van de vader te kiezen. Dat is niet goed voor [minderjarige] zijn ontwikkeling. De door ouders ingezette hulp heeft de afgelopen jaren tot onvoldoende resultaat geleid en is gestagneerd. Daarnaast is de communicatie tussen de ouders moeilijk, is het ouderschapsplan niet ondertekend en worden afspraken over vakanties en toestemming vragen niet nageleefd. Dit zorgt voor onrust bij [minderjarige] en voor verheviging van de strijd tussen de ouders. Bij de vorige ondertoezichtstelling heeft [minderjarige] meer rust ervaren. De Raad denkt dat deze rust door middel van strakke kaders voor de ouders weer bereikt kan worden. De Raad wil daarmee voorkomen dat [minderjarige] uit huis wordt geplaatst, hetgeen meer schade voor [minderjarige] zou opleveren.

De moeder geeft aan achter de ondertoezichtstelling te staan. Tijdens de vorige ondertoezichtstelling is parellel solo-ouderschap ingezet. Dit zorgde uiteindelijk voor rust waardoor [minderjarige] tot ontwikkeling kwam. De moeder doet haar best voor [minderjarige] . [minderjarige] heeft bij de moeder een veilige woonomgeving en hij kan zijn wie is. Als uiteindelijk een uithuisplaatsing in het belang van [minderjarige] blijkt te zijn, kan de moeder hierachter staan. De moeder vreest echter dat de vader bij een uithuisplaatsing het (netwerk)pleeggezin diskwalificeert, hetgeen hij ook bij haar doet.

De vader heeft in zijn bericht laten weten dat hij niet achter een ondertoezichtstelling staat. Samengevat weergegeven, voelde de vader zich tijdens de vorige ondertoezichtstelling niet gehoord en werd het belang van [minderjarige] niet vooropgesteld.

De GI voorziet veel uitdagingen in de uitvoering van de ondertoezichtstelling. De opvoedomgevingen van de ouders verschillen enorm. Het is voor [minderjarige] , mede door zijn lage intelligentieniveau, moeilijk om zich aan te passen aan deze verschillende opvoedomgevingen. Dit is tijdens zes jaar ondertoezichtstelling niet gelukt. De GI betwijfelt ten zeerste of dat binnen een nieuwe ondertoezichtstelling wel zal lukken. De GI vraagt zich af wat de ouders zelf aan de situatie kunnen en willen veranderen. De GI denkt daarom dat, zonder verandering, een neutrale plek of netwerkgezin voor [minderjarige] de beste optie is.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter ziet de krachten in de opvoedomgeving van [minderjarige] . Zo krijgt [minderjarige] bij beide ouders de ruimte om hobby’s uit te voeren en om vrienden over de vloer te hebben. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt echter ernstig bedreigd, omdat er ook grote zorgen zijn over de opvoedomgeving van [minderjarige] . [minderjarige] heeft vanwege zijn kindeigenproblematiek en zijn lage intelligentieniveau behoefte aan structuur en duidelijke grenzen. [minderjarige] groeit op in twee verschillende opvoedomgevingen, waarbij de ouders grenzen op verschillende manieren hanteren. Bij de vader ervaart [minderjarige] meer vrijheid dan bij de moeder. [minderjarige] heeft veel moeite met de grenzen die de moeder stelt. De kinderrechter vindt het heel zorgelijk dat het de ouders na al die jaren nog steeds niet lukt om op één lijn te komen over hetgeen [minderjarige] nodig heeft in de opvoeding. Bovendien worden de afspraken uit het ouderschapsplan niet nageleefd door de ouders. Dit zorgt voor veel onrust bij [minderjarige] . [minderjarige] zit klem tussen zijn ouders. Doordat de ouders het opvoedgedrag van de andere ouder impliciet of expliciet afkeuren is het voor [minderjarige] steeds lastiger om onbelast van beide ouders te mogen houden. [minderjarige] lijkt met name zijn moeder steeds meer af te wijzen. Dit vindt de kinderrechter zorgelijk. Het is verder van belang dat wordt gekeken of de huidige kindbehartiger de geschikte persoon is voor [minderjarige] . Indien dat niet het geval blijkt, moet gekeken worden naar een andere kindbehartiger. Het is dan belangrijk dat de ouders zich onthouden van commentaar op deze persoon. De kindbehartiger is er voor [minderjarige] . De GI heeft op de zitting hun voorkeur voor een machtiging tot uithuisplaatsing uitgesproken. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat het niet zover hoeft te komen dat [minderjarige] niet meer thuis kan wonen, maar begrijpt de zorgen van de GI wel. Het is nodig dat het huidige patroon van de ouders definitief doorbroken wordt. Daarvoor is het van belang dat de ouders gaan werken aan parallel solo-ouderschap.

De kinderrechter betreurt het dat de vader niet op de zitting aanwezig was. Het is namelijk belangrijk dat de ouders verantwoordelijkheid nemen en zo goed mogelijk proberen aan te sluiten bij wat [minderjarige] nodig heeft. De kinderrechter geeft aan de vader mee dat het diskwalificeren van de moeder of het doen van uitspraken over het ontbreken van een band tussen moeder en [minderjarige] zeer ongewenst en schadelijk voor [minderjarige] is. Daarnaast moet de vader ervoor waken dat [minderjarige] niet blijft hangen in dingen uit het verleden. Ook is het erg belangrijk dat de vader hulpverlening toelaat, ook al heeft hij daar in zijn beleving in het verleden geen goede ervaring mee gehad. Aan de moeder geeft de kinderrechter mee dat zij er rekening mee moet houden met dat grapjes hard kunnen aankomen bij [minderjarige] . Indien mensen in haar omgeving ongepaste opmerkingen of grappen richting [minderjarige] maken dan dient zij daar tegen op te treden. Daarnaast heeft [minderjarige] meer dan gemiddeld de behoefte om dingen uit te praten. Zonder daarin door te slaan, moet daarvoor ruimte zijn.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ingezette hulpverlening afgelopen jaren door de ouders onvoldoende is benut en stagneert. De ouders komen door hun verschillende visies niet tot overeenstemming over wat [minderjarige] nodig heeft. Er is neutrale regie nodig om het belang van [minderjarige] voorop te zetten, hulpverlening te monitoren en afspraken bij te sturen en te bekrachtigen.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van negen maanden.

De kinderrechter geeft aan de GI de opdracht mee om aan de volgende doelen uitvoering te geven:

[minderjarige] mag van zijn vader en moeder houden, kan open over hen spreken en onbelast contact hebben;

[minderjarige] ervaart duidelijkheid en structuur in zijn opvoedomgeving en in de

contacten met zijn ouders;

[minderjarige] heeft een neutrale hulpverlener waarin hij in vertrouwen open en eerlijk zijn verhaal mag doen, zonder dat ouders van alles op de hoogte worden gebracht;

[minderjarige] leert zijn emoties op passende wijze te uiten, leert te signaleren wanneer de emoties te hoog oplopen en weet tijdig passende oplossingen toe te passen.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 7 april 2026 tot 7 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026, in aanwezigheid van Den Boer, griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand