RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11643320 \ MB VERZ 25-388
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 12 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. J. Piet (Verkeersboete.nl)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Bakhuis T-splitsing te Etten-Leur op 15 maart 2024 om 11:25 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De verbalisant heeft een foto overlegd van het voertuig van betrokkene. Het is niet duidelijk waarom de verbalisant niet de beelden heeft overlegd waarop de vermeende gedraging te zien zou zijn. Immers verklaart de verbalisant dat betrokkene erg langzaam vanuit de rechter zijstraat reed en dat hij hem “rakelings” passeerde. Dit zou te zien moeten zijn op de dashcambeelden, maar deze zijn ten onrechte niet overlegd. Bovendien wordt betrokkene in diens verdedigingsbelangen geschaad. De video kan immers opheldering geven omtrent de beoordeling van het beroep op die punten waarover twijfel bestaat. Het is onuitlegbaar dat de verbalisant kennelijk naar eigen believen bepaalt welke stukken hij deelt en welke niet. Daarnaast is betrokkene van mening dat er ten onrechte is afgezien van staandehouding. Uit de verklaring van de verbalisant, zoals weergegeven in het zaakoverzicht, volgt dat de verbalisant heeft afgezien van een staandehouding vanwege – kort gezegd – ‘eigen voertuig zonder stoptekens’. Uit de verklaring valt echter op te maken dat betrokkene zeer langzaam zou hebben gereden en bovendien in een woonwijk werd gereden. Van de verbalisant mag in zijn verklaring worden verlangd dat hij schetst waarom staandehouding leidt tot een gevaarlijke of ondoenlijke situatie. Het is niet duidelijk waar betrokkene heen reed, en/of de verbalisant met handgebaren kon staandehouden. Het rijden in een privé-voertuig, het niet beschikken over een stopbord, een andere (spoed)melding, vormt allen – zonder context – onvoldoende aanleiding om niet staande te houden. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij niet in een als zodanig herkenbaar politievoertuig reed en geen stopmiddelen voorhanden had.
Overwegingen
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een enkele verklaring de gedraging niet te hebben verricht is te summier om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant die getraind is om een dergelijke gedraging te herkennen. De boete is dus terecht opgelegd.
Staandehouding
Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat hij met een privé voertuig reed en dus niet beschikte over middelen tot staandehouding, zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen. Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: