ECLI:NL:RBZWB:2026:3858

ECLI:NL:RBZWB:2026:3858

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 11725331 MB VERZ 25-545
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Bergen op Zoom

Samenvatting

Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Bergen op Zoom

zaaknummer.: 11725331 \ MB VERZ 25-545

CJIB-nummer: [CJIB-nummer]

uitspraakdatum: 12 maart 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene] B.V.

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde] (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Rijksweg (A58) te Roosendaal op 14 december 2023 om 15:23 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat zijn telefoon op het midden console lag. Daarnaast heeft betrokkene Apple carplay, waardoor het onnodig is om gebruik te maken van een telefoon. Betrokkene stelt verder dat de verbalisant een staandehouding had kunnen verrichten, omdat betrokkene slechts 9 minuten na de vermeende gedraging is gestopt bij een tankstation. Betrokkene vraagt zich af of de verbalisant zich niet heeft vergist, omdat betrokkene 120 km/h reed en de verbalisant 90 km/h. Hierdoor kan het zijn dat de verbalisant alleen een omgedraaide telefoon heeft zien liggen. Gemachtigde stelt voorts dat er niet kan worden gesproken van ‘vasthouden’ zoals bedoeld in artikel 61a RVV. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden. Gemachtigde verzoekt om deze reden de sanctie met 25% te matigen.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij in een dienstvoertuig reed wat 90 km/h mocht. Daarnaast ontbrak er een stoptransparant. Gelet op deze omstandigheden was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Wel is er sprake van schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. De boete dient daarom tweemaal met 25% gematigd te worden.

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.

In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens het besturen van een voertuig mag nooit, ongeacht de manier van gebruik. De verboden gedraging behoort tot het risico van betrokkene.

De boete is dus terecht opgelegd.

Staandehouding

Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij in een opvallend dienstvoertuig reed, zijnde een trekker-oplegger combinatie (mobiel administratie kantoor). Gelet op de omstandigheden dat het voertuig waarin verbalisant reed maximaal 90 km/h mocht, het genoemde snelheidsverschil met betrokkene en het ontbreken van een stoptransparant is er naar het oordeel van de kantonrechter dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de redelijke termijn overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).

Schending hoorplicht

Daarnaast heeft betrokkene, via een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Er zijn aanvullende stukken toegevoegd aan het dossier en de gemachtigde heeft hier ten overstaan van de officier van justitie niet meer op kunnen reageren. Pas in beroep bij de kantonrechter kon worden geageerd tegen deze stukken. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om het sanctiebedrag nogmaals met 25% te matigen.

Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Proceskosten

Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Verder is de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing.

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 233,50.

Beslissing

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 213,75, plus € 9,- administratiekosten;

‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 166,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 233,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A. van Aardenne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand