RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11517483 \ MB VERZ 25-95
CJIB-nummer: [CJIB-nummer]
uitspraakdatum: 12 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Adviesbureau Skandara B.V.)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Jacob Obrechtlaan te Bergen op Zoom op 19 augustus 2023 om 14:00 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete onevenredig hoog is en niet langer in verhouding staat tot de ernst van de verweten gedraging. Derhalve verzoekt betrokkene om het sanctiebedrag enigszins te matigen. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden. Gemachtigde verzoekt om deze reden de sanctie met 25% te matigen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het sanctiebedrag staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de gedraging. De veiligheid van het verkeer wordt met deze gedraging rechtstreeks in gevaar gebracht. Het sanctiebedrag is dan ook niet onevenredig. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn. De boete dient daarom met 25% gematigd te worden.
Overwegingen
Verhoging boetebedrag per 1 januari 2024
Betrokkene heeft aangevoerd dat de verhoging van de boetebedragen per 1 januari 2024 in strijd is met de wet en een aantal algemene rechtsbeginselen, omdat die verhoging mede is gebaseerd op een financiële taakstelling van de overheid.
Deze grond slaagt niet. Zoals het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een arrest van 31 juli 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:4719) heeft overwogen, is een verhoging van boetebedragen (mede) vanwege een financiële taakstelling van de overheid geoorloofd.
In navolging van dit arrest zal de kantonrechter ook beoordelen of de opgelegde boete van € 389,- voor de gedraging waar het hier om gaat niet onevenredig is. Dit is een terughoudende toetsing. Daarbij gaat het erom dat de hoogte van de boete in redelijke verhouding moet staan tot de aard en de ernst van de gedraging, waarbij het doel van de boete is het sanctioneren van strafwaardig gedrag en het dienen van (onder andere) de belangen die zijn genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Naar het oordeel van de kantonrechter is een boete van € 389,- voor als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden niet onevenredig. Het boetebedrag staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van deze gedraging. De veiligheid van het verkeer wordt met deze gedraging rechtstreeks in gevaar gebracht.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Omdat de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Verder is de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing.
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift 1 punt + zitting 1 punt = 2 punten x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 233,50.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 285,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 95,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: