[belanghebbende], uit [plaats] (België), belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 5 juni 2024. Het beroep ziet op de ingehouden loonheffingen over het tijdvak 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met [loonbelastingnummer].
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. Ook heeft belanghebbende het beroep te laat ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Procesbelang
3. Belanghebbende komt in beroep, omdat belanghebbende het niet eens is met de ingehouden loonheffingen in Nederland.
De inspecteur heeft in de uitspraak op bezwaar kenbaar gemaakt dat geen aanleiding bestaat om de ingehouden loonheffingen ambtshalve aan te passen. Bij bericht van 28 november 2024 heeft de inspecteur aangegeven dat de inhoudingsplichtige de ingehouden loonheffing heeft gecorrigeerd. De afgedragen loonheffing bedraagt – na correctie van de inhoudingsplichtige – € 0,-. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanslag geen openstaand te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. Dit betekent dat er geen procesbelang meer is.
Belanghebbende is bij bericht van 11 november 2025 in de gelegenheid gesteld aan te geven wat het procesbelang bij deze procedure is. Vervolgens is belanghebbende bij bericht van 28 november 2025 nogmaals in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van het bericht te reageren. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 28 november 2025 heeft ontvangen. Belanghebbende heeft niet binnen de termijn gereageerd op het verzoek van de rechtbank.
Termijnoverschrijding
4. De rechtbank overweegt verder dat het beroepschrift buiten de beroepstermijn is ingediend. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. De dagtekening van de uitspraak op bezwaar is 5 juni 2024. De termijn voor het indienen van het beroepschrift eindigde dus op 17 juli 2024. Gelet op de poststempel gaat de rechtbank er van uit dat het beroep op 29 juli 2024 op de post is gedaan. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het eerder op de post is gedaan.
Belanghebbende heeft als reden voor de termijnoverschrijding aangevoerd dat het niet duidelijk was of het inkomen in Nederland of België belast diende te worden. De door belanghebbende genoemde reden is geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het beroep is daarom ook om die reden niet-ontvankelijk
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.