ECLI:NL:RBZWB:2026:3880

ECLI:NL:RBZWB:2026:3880

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 09-05-2026
Zaaknummer C/02/431369 / FA RK 25-496
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Vervroegd uitspreken ES. OPL overgelegd maar geen zorgregeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaak-/rekestnummer: C/02/431369 / FA RK 25-496

beschikking d.d. 8 april 2026

in de zaak van

[de vrouw] (hierna te noemen: de vrouw),

wonende te [plaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. M.C.M.E. Schijvenaars, kantoorhoudende te Vlissingen,

tegen

[de man] (hierna te noemen: de man),

wonende te [plaats] ,

verweerder,

advocaat: mr. W. Tiggelaar, kantoorhoudende te Middelburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. De procedure

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

het op 30 januari 2025 ontvangen verzoekschrift tot echtscheiding, met producties;

het op 11 april 2025 ontvangen verweerschrift, tevens houdend zelfstandig verzoek;

het op 14 mei 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek tevens houdende wijziging alimentatieverzoek;

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025;

het F9-formulier d.d. 26 augustus 2025 van mr. Schijvenaars, met als bijlage een door beide partijen op 23 augustus 2025 ondertekend ouderschapsplan;

het op 13 oktober 2025 ontvangen aanvullend verzoekschrift verdeling en verrekening, met producties;

het op 30 december 2025 ontvangen verweerschrift naar aanleiding van aanvullend verzoek verdeling en verrekening, met bijlagen.

2. De feiten

Partijen zijn op [datum] 2015 met elkaar gehuwd te [plaats] .

Uit dit huwelijk zijn geboren de navolgende, thans nog minderjarige, kinderen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2019 te [geboorteplaats] .

Beide partijen zijn met het ouderlijk gezag over de minderjarigen belast.

De minderjarigen verblijven bij de vrouw.

3. Het verzoek en de beoordeling daarvan

De vrouw heeft, thans na wijziging, de rechtbank verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

tussen partijen de echtscheiding uit te spreken in hun op [datum] 2015 in [plaats] gesloten huwelijk;

te bepalen dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals die in het nog te overleggen ouderschapsplan zijn opgenomen, onderdeel uitmaken van de te geven beschikking;

te bepalen dat de huwelijksgoederengemeenschap van partijen wordt verdeeld zoals omschreven in een nog nader in te dienen verzoek.

De man heeft verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vrouw en concludeert tot afwijzing van die verzoeken met uitzondering van het verzoek tot echtscheiding. Bij wijze van zelfstandig verzoek heeft de man verzocht om bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad:

tussen partijen, getrouwd op [datum] 2015 te [plaats] de echtscheiding uit te spreken;

te bepalen dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals die in het nog te overleggen ouderschapsplan zijn opgenomen, onderdeel uitmaken van de te geven beschikking en partijen te bevelen om de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen althans subsidiair, ingeval geen door beide partijen ondertekend ouderschapsplan overgelegd zal worden:

- te bepalen dat de kinderen wisselend hun hoofdverblijf hebben bij beide ouders;

- te bepalen een zorgregeling, waarbij de zorg voor de kinderen bij helfte tussen partijen wordt gedeeld zodra beide partijen beschikken over eigen woonruimte, in die zin dat de kinderen de ene week (7 aaneengesloten dagen/nachten) bij de ene ouder en de andere week (7 aaneengesloten dagen//nachten) bij de andere ouder verblijven en de reguliere schoolvakanties en erkende feestdagen bij helfte worden verdeeld;

- te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van partijen met een bijdrage van € 130,- per kind per maand;

- althans een of meerdere zodanige regelingen als de rechtbank in het belang van de kinderen acht;

te bepalen dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen ter zake de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, zoals die zijn opgenomen in een nog te overleggen echtscheidingsconvenant, in de door de rechtbank te wijzen beschikking zullen worden opgenomen, en partijen in de gelegenheid te stellen om binnen een door de rechtbank te bepalen termijn na de door de rechtbank te wijzen echtscheidingsbeschikking voornoemd echtscheidingsconvenant te overleggen althans subsidiair de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden vast te stellen op een door de man in een nog in te dienen formulier ‘Verdelen en verrekenen ’alsmede aanvullende verweerschrift aangegeven wijze, dan wel op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen wijze en daartoe de man in de gelegenheid te stellen zijn verzoek met betrekking tot de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden verder aan te vullen.

Bij voornoemde proces-verbaal van 14 augustus 2025 zijn partijen, kort samengevat, overeengekomen dat zij binnen zes weken een ouderschapsplan zullen overleggen onder gelijktijdig verzoek aan de rechtbank om de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken. In dit ouderschapsplan zullen alle afspraken zijn opgenomen, zoals opgenomen in artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van de afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de minderjarigen. Over deze verdeling zullen partijen nader overleg voeren, al dan niet met behulp van de hulpverlening in de vorm van ouderschapsbemiddeling. Tevens zijn partijen overeengekomen dat zij een door hen beiden ondertekend echtscheidingsconvenant, waarin zij de financiële en vermogensrechtelijke gevolgen van hun echtscheiding hebben vastgelegd, op zo korte mogelijk termijn doch uiterlijk op 30 september 2025 zullen overleggen.

Bij F9-formulier d.d. 26 augustus 2025 heeft mr. Schijvenaars namens de vrouw een door beide partijen op 23 augustus 2025 ondertekend ouderschapsplan overgelegd. Namens de vrouw wordt verzocht te bepalen dat het ouderschapsplan onderdeel uitmaakt van de door de rechtbank te geven beschikking.

Echtscheiding (bij vervroeging)

Zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025 en benoemd in het proces-verbaal hebben partijen verzocht de echtscheiding bij vervroeging en zonder mondelinge behandeling uit te spreken, omdat partijen daarbij een belang hebben.

Op grond van artikel 815, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtswetvordering (Rv), voor zover hier van belang, dient een (inleidend) verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in een dergelijk verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv).

Namens de vrouw is een door beide partijen op 23 augustus 2025 ondertekend ouderschapsplan overgelegd. De rechtbank constateert, zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling van 14 augustus 2025 en benoemd in het proces-verbaal van 14 augustus 2025, dat in dit ouderschapsplan alle afspraken zijn opgenomen, zoals opgenomen in artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van de afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de minderjarigen. Gebleken is dat partijen niet in staat zijn om gezamenlijk afspraken over de minderjarigen te maken betreffende de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de minderjarigen die in een ouderschapsplan kunnen worden opgenomen. Het lukt hen zelf niet om tot overeenstemming te komen. Vandaar dat partijen hebben aangegeven hulp nodig te hebben van een professional en zij zich zullen wenden tot de gemeente.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen voldoende onderbouwd dat het voor hen op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is om een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan te overleggen, waarin ook dit laatste onderdeel, de zorgregeling, is opgenomen. De rechtbank zal het verzoek tot echtscheiding dan ook ontvankelijk verklaren.

Tevens is de rechtbank van oordeel dat partijen, gelet op het tijdsverloop en hetgeen zij daarover hebben aangevoerd, een wezenlijk belang hebben bij het vervroegd uitspreken van de echtscheiding. Gelet hierop en gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen met betrekking tot de ontvankelijkheid van het echtscheidingsverzoek, zal het verzoek tot echtscheiding als onweersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

Daarnaast zal de rechtbank, conform het verzoek van partijen, bepalen dat de onderlinge regelingen van het ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking, nu de belangen van de minderjarigen zich hiertegen niet verzetten. De rechtbank zal tevens, zoals onweersproken verzocht, partijen bevelen de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen.

Overige verzoeken

De rechtbank houdt de zaak ten aanzien van de overige verzoeken die nog voorliggen aan tot een nog nader te bepalen mondelinge behandeling. De advocaten van beide partijen worden daartoe verzocht hun verhinderdata voor de maanden april, mei en juni 2026 over te leggen.

4. De beslissing

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2015 met elkaar gehuwd te [plaats] ;

bepaalt dat de onderlinge regelingen uit het aangehechte ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking en beveelt partijen om de verplichtingen uit het ouderschapsplan na te komen;

verwijst de zaak voor wat betreft de overige verzoeken naar een nader te bepalen mondelinge behandeling, zulks met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 3.11. is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 in tegenwoordigheid mr. De Haard, griffier.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan – uitsluitend door een advocaat – hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld, zulks door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Hopmans

Griffier

  • mr. De Haard

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand