RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446557 / FA RK 26-1617
Datum uitspraak: 8 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats] ,
verblijvende te [accommodatie 1] , [adres] ,
advocaat mr. W. van der Sande te Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon 1] , psychiater;
mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist GGZ;
de heer [persoon 3] , huisarts in opleiding;
mevrouw [persoon 4] , arts ( [hulpverlening] ) via een beeldbelverbinding.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 20 maart 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene merkt op dat sinds vorige week haar situatie in positieve zin is veranderd. De suïcidale gedachten, waar zij aanvankelijk aan vast hield, staan nu niet meer op de voorgrond. Verder eet en drinkt zij weer en weet zij haar leven voorzichtig op te pakken. Ook staat zij open voor behandeling, dit vanuit de hoop dat die haar zal helpen om verder te herstellen.
De verpleegkundig specialist brengt naar voren dat betrokkene, na te hebben verbleven bij [accommodatie 2] en bij [hulpverlening] , is opgenomen op de [afdeling] van het [accommodatie 1] . Betrokkene was gestopt met te eten en te drinken. Gezien wordt dat betrokkene inmiddels weer zelfstandig eet en drinkt en dat zij daardoor fysiek opknapt. Wel is er nog sprake van een psychiatrisch ziektebeeld, wat maakt dat betrokkene nog steeds kwetsbaar is en klinische behandeling op dit moment nog nodig is. Zij kan daarom achter het verzoek staan. Dit met dien verstande dat zij strikt genomen op dit moment niet de noodzaak ziet voor het verplicht (kunnen) verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening en voor het uitoefenen van toezicht op betrokkene.
De psychiater, de huisarts in opleiding en de arts, verbonden aan [hulpverlening] sluiten zich aan bij dat wat door de verpleegkundig specialist naar voren is gebracht.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar uit het voorgesprek is gebleken dat haar cliënte het liefst zou willen terugkeren naar huis. Echter realiseert zij zich ook dat dit op dit moment niet haalbaar is. Zij zal eerst met de haar geboden zorg en behandeling moeten (blijven) werken aan verder herstel. Dit betekent dat als er een zorgmachtiging, zoals ter zitting besproken, wordt verleend cliënt zich daar bij neerlegt.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn .
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene sinds circa een jaar kampt met extreme somberheid, disfunctioneren en passiviteit en dat sprake is van suïcidale gedachten en van zelfbeschadiging. Betrokkene heeft ook op enig moment op het werk haar ontslag ingediend en besloten te stoppen met eten en drinken, bedoeld om uiteindelijk te overlijden. Gebleken is dat betrokkene met de tot dusver geboden klinische zorg en behandeling weer is gaan eten en drinken en dat sindsdien er een voorzichtige verbetering van haar fysieke toestand wordt gezien. Dit neemt niet weg dat in de visie van haar behandelaar er bij betrokkene nog steeds van instabiliteit en van psychische kwetsbaarheid sprake is.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene ook op dit moment nog zorg nodig.
Betrokkene heeft ter zitting aangegeven weer open te staan voor zorg en behandeling, dit in de hoop dat zij daarmee verder zal kunnen herstellen. Echter is dit naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf onvoldoende om op dit moment uit te kunnen gaan van voldoende werkelijke intrinsieke motivatie bij betrokkene om de door haar behandelaar nog noodzakelijk geachte klinische zorg ter verdere stabilisatie te blijven accepteren en daar consequent aan te blijven meewerken. Daarvan uitgaande ziet de rechtbank geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis, wat betekent dat verplichte zorg nodig is.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te
verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met haar
ambulant behandelteam;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van 6 maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.