ECLI:NL:RBZWB:2026:3896

ECLI:NL:RBZWB:2026:3896

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 09-05-2026
Zaaknummer C/02/446539 / FA RK 26-1610
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Rechterlijke machtiging Wzd

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446539 / FA RK 26-1610

Datum uitspraak: 8 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonende te [plaats 1] ,

verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] , [adres]

,

advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;

mevrouw [persoon 2] , teamleider.

De jongste dochter van betrokkene heeft de rechtbank verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld telefonisch aan de mondelinge behandeling ter zitting deel te nemen. Betrokkene heeft daartegen bezwaar gemaakt. De behandelend rechter heeft vervolgens besloten dat de dochter van betrokkene niet tot de behandeling ter zitting wordt toegelaten.

2. Wat vaststaat

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling verleend tot en met 2 april 2026.

3. Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4. De standpunten

Betrokkene geeft desgevraagd aan de behandelend rechter een uiteenzetting van zijn dagstructuur in de zorgaccommodatie. Hij herkent zich absoluut niet in het van hem in de medische verklaring geschetste beeld, waarin is vermeld dat sprake zou zijn van een sterk vermoeden van vasculaire dementie met daarbij paranoïde gedachten. Hij benoemt in dat verband dat hij in de zorgaccommodatie een aantal huishoudelijke en ook technische taken op zich heeft genomen, die door hem geheel zelfstandig en op eigen initiatief worden verricht. Gevoelsmatig functioneert hij beter dan ooit. Binnen zijn familiekring zijn de opvattingen daarover verdeeld. Dit heeft hem doen besluiten zich daarvan afzijdig te houden. Waar hij op dit moment met name tegenaan loopt is dat hij zoveel mogelijk bij zijn echtgenote wil (kunnen) zijn. Het liefst zou hij met zijn echtgenote in een tweekamerwoning een nieuwe start willen maken. Zo lang dit niet het geval is wenst hij in elk geval de vrijheid te hebben om met zijn echtgenote vaker en ook buiten de zorgaccommodatie contact te hebben. Echter zo lang de poort gesloten blijft ontbreekt het hem daarvoor aan mogelijkheden.

De specialist ouderengeneeskunde brengt naar voren dat betrokkene in de zorgaccommodatie is opgenomen in het kader van een crisissituatie. Er was bij betrokkene sprake van toenemende achterdocht, die maakte dat hij niet of nauwelijks meer at, waardoor hij kampte met een vitaminetekort en hij de hem voorgeschreven medicatie niet langer gebruikte. Ook waren er steeds vaker conflicten tussen hem en zijn echtgenote. Sinds de opname van betrokkene in de zorgaccommodatie wordt een aanmerkelijke verbetering gezien. Betrokkene eet weer, hij kleedt en wast zichzelf en hij neemt de hem voor-geschreven medicatie in. Hoewel betrokkene dus veel taken zelfstandig zonder aansturing verricht wordt ook gezien dat hij de door de zorgaccommodatie geboden zorg en structuur nodig heeft, met name voor die momenten waarop er sprake is van toenemende achterdocht en wantrouwen. Betrokkene beschikt verder over de mogelijkheid om met zijn echtgenote en met (één van) zijn dochters tijd in de brasserie door te brengen. Een terugkeer van betrokkene naar huis ziet zij niet als een reële optie, dit omdat zij de kans groot acht dat betrokkene dan opnieuw ontregeld zal raken. Ook kan zijn echtgenote dit niet meer aan, zij loopt in dat geval het risico overbelast te raken. Daarvan uitgaande heeft het de voorkeur dat betrokkene in de zorgaccommodatie opgenomen blijft en dat zijn echtgenote, die in [plaats 2] woont, betrokkene regelmatig komt bezoeken. Dit strookt tevens met de zienswijze van zijn echtgenote. Hoewel ook betrokkene zelf zich in deze situatie lijkt te kunnen vinden wordt daarnaast gezien dat hij door de verschillende opvattingen binnen zijn familiekring soms uit zijn evenwicht wordt gebracht en dit vervolgens op zijn standpunt van invloed is. Ten slotte wenst zij op te merken dat zij de wens van betrokkene dat hij over ruimere vrijheden zou willen beschikken om contact te hebben met zijn echtgenote zeker begrijpt. Er worden daartoe ook mogelijkheden gezien, die nader worden onderzocht.

De teamleider sluit zich aan bij dat wat door de specialist ouderengeneeskunde naar voren is gebracht.

De advocaat van betrokkene voert aan dat in zijn opvatting uit de medische verklaring niet of althans in onvoldoende is gebleken van een psycho geriatrische stoornis bij zijn cliënt, nu daarin alleen over een sterk vermoeden van vasculaire dementie wordt gesproken. Ook in overig opzicht is hem uit de stukken en het verhandelde ter zitting niet gebleken dat in de gegeven omstandigheden een verplichte zorgopname, die bovendien als ultimum remedium te gelden heeft, bezien uit oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit strikt noodzakelijk is. Hij wijst in dat verband op de mogelijkheid dat zijn cliënt vrijwillig in de zorgaccommodatie opgenomen blijft en intussen gezocht blijft worden naar andere ruimere mogelijkheden om contact tussen betrokkene en zijn echtgenote te laten plaats vinden. Met deze toelichting stelt hij zich namens zijn cliënt op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.

5. De beoordeling

Hoewel de rechtbank op zichzelf en ook in de ontkenning van betrokkene dat er bij hem van een stoornis sprake is, geen reden ziet om aan de medische verklaring te twijfelen, is naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en het verhandelde ter zitting ook voldoende gebleken dat met de tot dusver in de zorgaccommodatie geboden zorg betrokkene aanmerkelijk beter functioneert, zodanig dat zo lang betrokkene die zorg en structuur blijft accepteren en daaraan vrijwillig blijft meewerken er geen of althans in onvoldoende mate sprake is van (het risico op) ernstig nadeel, zoals in de medische verklaring beschreven. Dit maakt dat de situatie zich voordoet dat sprake is van een minder bezwarend alternatief, dat hetzelfde beoogde effect heeft. Hieruit volgt dat aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf niet wordt voldaan. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Willemsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand