RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446609 / FA RK 26-1644
Datum uitspraak: 8 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] , [accommodatie] , [adres] ,
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [persoon 1] , psychiater.
Tevens was aanwezig:
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 4 juni 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [accommodatie] .
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van vierentwintig maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene geeft op vrolijke toon aan dat zij veel baat heeft bij de zorg, waaronder ook de medicatie, die zij bij [accommodatie] geboden krijgt. Dit merkt zij ook aan de vrijheden, die zij intussen heeft opgebouwd, waardoor zij in de gelegenheid is om binnen de GGz instelling en ook daarbuiten activiteiten te ondernemen. Zij heeft daarom geen bezwaar tegen voortzetting van deze zorg en ook niet tegen een zorgmachtiging voor de duur van vierentwintig maanden als verzocht. Betrokkene herhaalt dit nogmaals en vraagt vervolgens of zij de verhoorruimte mag verlaten, omdat zij graag buiten wil zijn. De behandelend rechter verleent daarvoor toestemming.
De psychiater brengt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een schizofrenie-spectrumstoornis, een verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van alcohol en amfetamine. Betrokkene is erg afhankelijk van sturing en structuur, er is sinds circa 2010 sprake van klinische GGZ zorg, waaronder medicatie toediening, te weten Clozapine. De medicatie toediening is noodzakelijk om te voorkomen dat betrokkene ontregeld raakt. In geval van ontregeling ontstaat er een verhoogd risico op zelfverwaarlozing en op agressief gedrag van betrokkene naar personen en/of materialen, maar ook op seksueel grensover-schrijdend gedrag en daarmee samenhangend gevaar voor uitbuiting en fysieke schade. Gezien is in de afgelopen jaren dat betrokkene perioden kent, waarin zij stopt met het medicatiegebruik. Het is van belang dat, zodra daarvan sprake is, er verplichte zorg kan worden toegepast om ervoor te zorgen dat betrokkene de haar voorgeschreven medicatie alsnog krijgt toegediend, ofwel opnieuw klinisch op medicatie kan worden ingesteld. Met deze toelichting kan zij achter het verlenen van een zorgmachtiging staan voor de aldus verzochte duur. Dit met dien verstande, dat zij op dit moment strikt genomen niet de noodzaak ziet tot het verplicht (kunnen) toedienen van vocht en voeding en voor het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij al langere tijd bekend is met haar cliënt en met haar situatie. Ook heeft zij gesproken met de mentor van haar cliënt. Uit dit gesprek is haar niet van bijzondere aandachtspunten gebleken. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt zij vast dat de situatie van haar cliënt in de afgelopen jaren niet is verbeterd, maar ook niet is verslechterd. Haar cliënt is nog steeds aangewezen op verplichte zorg, ook in die zin valt er weinig verandering te verwachten. Met deze toelichting kan zij namens betrokkene instemmen met een zorgmachtiging voor wat betreft de zorgvormen en voor een duur, zoals ter zitting besproken.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene heeft laten zien dat zij periodes kent, waarin zij stopt met het gebruik van de haar voorgeschreven medicatie. De medicatie toediening is noodzakelijk om te voorkomen dat betrokkene ontregeld raakt. Tijdens eerdere momenten van ontregeling was er sprake van zelfwaarlozing en van agressief gedrag van betrokkene naar personen en/of materialen. Daarnaast liep betrokkene door haar seksueel grensoverschrijdend gedrag het risico op uitbuiting en het oplopen van fysieke schade.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat bij betrokkene sprake is van onvoldoende intrinsieke motivatie om de zorg, die nodig is ter afwending van het hiervóór beschreven ernstig nadeel te accepteren en daaraan mee te werken, indien er van een vrijwillig kader sprake is. Verplichte zorg is daarom nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van vierentwintig maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 april 2028;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 17 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.