ECLI:NL:RBZWB:2026:3901

ECLI:NL:RBZWB:2026:3901

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 09-05-2026
Zaaknummer C/02/444819 / KG ZA 26-68
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding. Afwijzing vordering tot vervangende toestemming vakantie. Onvoldoende (zwaarwegend) belang om af te wijken van de door de bodemrechter bepaalde verdeling van de vakanties.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaakgegevens: C/02/444819 / KG ZA 26-68

Datum uitspraak: 8 april 2026

Vonnis in kort geding tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor een buitenlandse vakantie(reis)

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaat: mr. R.I. Lagerweij te Veenendaal,

tegen

[de man] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde,

advocaat: mr. J.C. Hissink te Tilburg.

over de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen geadviseerd.

1. De procedure

In het procesdossier zitten de volgende stukken:

de op 16 februari 2026 betekende dagvaarding, met producties 1 t/m 10;

de op 20 maart 2026 ontvangen conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 17.

Op 25 maart 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak mondeling ter zitting behandeld met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarige en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn partijen verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast was er een vertegenwoordigster namens de Raad aanwezig.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. [minderjarige] is tijdens het huwelijk van partijen geboren.

Bij beschikking van deze rechtbank van [datum 1] 2025 is in het huwelijk van partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op [datum 2] 2025 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente Tilburg.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

In voormelde echtscheidingsbeschikking is, voor zover hier nu van belang, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over [minderjarige] bepaald dat [minderjarige] volgens een tweewekelijks schema afwisselend bij de man dan wel bij de vrouw verblijft. Daarnaast is een uitgebreide verdeling van de (school)vakanties, de feestdagen en andere bijzondere dagen bepaald. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat het vanzelfsprekend is dat partijen over en weer toestemming verlenen voor een vakantie samen met [minderjarige] , waarbij geldt dat de vakantie plaats moet vinden in een zogenaamd veilig land en dat partijen elkaar over en weer moeten laten weten in welk land en op welke locatie de vakantie zal plaatsvinden. Partijen moeten ervoor zorgen dat zij steeds voor de andere ouder bereikbaar zijn. Tot slot heeft de rechtbank partijen verwezen voor het doorlopen van een zorgtraject in het kader van het uniform hulpaanbod (UHA). In afwachting van het verloop en het resultaat daarvan, is de beslissing over het bepalen van het hoofdverblijf van [minderjarige] aangehouden.

3. De vordering en het verweer daartegen

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

haar toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om samen met [minderjarige] in de periode van 29 mei 2026 tot en met 5 juni 2026 naar Spanje te reizen en daar te verblijven;

te bepalen dat [minderjarige] van woensdag 27 mei 2026 tot en met zondag 7 juni 2026 bij de vrouw verblijft;

de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Door en namens de vrouw is daartoe, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

De vrouw is, net als vorig jaar, voornemens om in voormelde periode, rondom haar eigen verjaardag, samen met [minderjarige] en haar familie naar Spanje te gaan voor een vakantie. De vrouw wil de vakantie in voormelde week vieren, omdat de ervaring leert dat het in die periode mooi weer is op de vakantiebestemming. Daarnaast is het goedkoper om buiten de schoolvakanties om, op vakantie te gaan. Op dit moment gaat [minderjarige] nog niet naar school en is hij dus niet gebonden aan de schoolvakanties. De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking een uitgebreide verdeling van de (school)vakanties bepaald en daarbij overwogen dat zij ervan uitgaat dat partijen over en weer toestemming zullen verlenen om samen met [minderjarige] op vakantie te kunnen gaan. De vrouw heeft deze beslissing geïnterpreteerd, in die zin dat de verdeling van de (school)vakanties pas geldt vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat, maar dat de overweging dat partijen over en weer toestemming voor vakanties zullen verlenen, nu ook al geldt. Een jaar geleden heeft de vrouw haar voornemen voor de vakantie(reis) al met de man gedeeld. Aangezien de vrouw ervan uitging dat de man zijn toestemming zou geven, is de vakantie inmiddels al geboekt en betaald. Op 21 juli 2025 heeft de vrouw per e-mail aan de man om zijn toestemming voor de vakantie(reis) gevraagd. In de maanden daarna heeft de vrouw een herinnering gestuurd. De man weigert echter tot op heden om zijn toestemming voor de voorgenomen vakantie(reis) te verlenen. De vrouw ziet deze weigering als een manier van de man om haar te dwarsbomen, zoals hij in het verleden vaker heeft gedaan met betrekking tot een vakantie(reis) van de vrouw samen met [minderjarige] naar Turkije en bij een dagtrip naar Plopsaland in België, bij het afgeven van het paspoort van [minderjarige] en bij de aanmelding van [minderjarige] bij de peuterspeelzaal. De man gaat hiermee volledig voorbij aan de belangen van [minderjarige] . Nu de voorgenomen vakantie(reis) van de vrouw en [minderjarige] naar Spanje in het belang van [minderjarige] moet worden geacht en de man zijn toestemming hiervoor weigert, vordert de vrouw om haar vervangende toestemming voor de vakantie(reis) te verlenen. De vrouw vordert daarnaast om te bepalen dat [minderjarige] vanaf twee dagen voorafgaand aan de dag van vertrek naar Spanje en tot twee dagen na afloop van de dag van terugkomst in Nederland bij de vrouw zal verblijven, zodat zij samen rustig op vakantie kunnen gaan en daarvan kunnen terugkomen. Nu de vakantie(reis) over een aantal weken gepland staat, heeft de vrouw een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Nu de man misbruik maakt van zijn ouderlijk gezag door voortdurend zijn toestemming en/of medewerking aan gezagszaken te weigeren, met als gevolg dat deze zaken niet (tijdig) geregeld kunnen worden, zag de vrouw zich genoodzaakt om dit kort geding te starten en vordert zij om de man te voordelen in de kosten van dit geding.

De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van die vorderingen, en de vrouw te veroordelen in de kosten van de man in deze procedure.

Door en namens de man is daartoe, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De rechtbank heeft in voormelde echtscheidingsbeschikking onder meer een uitgebreide verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over [minderjarige] met betrekking tot de (school)vakanties bepaald, juist om discussies van partijen hierover te voorkomen. Nu de verdeling ziet op de (school)vakanties, stelt de man zich op het standpunt dat de verdeling zowel ziet op de vakanties als op de schoolvakanties, dus ook op de verdeling van de vakanties zolang [minderjarige] nog niet naar school toe gaat. De overweging van de rechtbank dat zij ervan uitgaat dat partijen over en weer toestemming aan elkaar zullen verlenen om met [minderjarige] op vakantie te kunnen gaan, moet naar de mening van de man dan ook in het verlengde van die bepaling worden gezien. De vrouw wil binnenkort, in afwijking van de door de rechtbank vastgestelde verdeling van de vakanties, in een andere week met [minderjarige] op vakantie gaan. Deze wens heeft de vrouw slechts vijf weken na de datum van de echtscheidingsbeschikking per e-mail tegen de man geuit. De man kan hieruit niet anders concluderen dan dat de vrouw bewust een conflict met hem opzoekt. Het is niet zo dat de man het [minderjarige] en de vrouw niet gunt om samen op vakantie te gaan. Het gaat de man erom dat beide partijen zich aan de door de rechtbank bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken houden, zodat hierover voor beide partijen - en in de eerste plaats voor [minderjarige] - duidelijkheid bestaat en dat discussies en conflicten hierover tussen partijen worden voorkomen. Om die reden persisteert de man bij zijn weigering om toestemming te verlenen aan de vrouw voor de voorgenomen vakantie(reis) met [minderjarige] en concludeert hij tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw in dit geding. Nu de vrouw een, naar de mening van de man, kansloze kortgedingprocedure is gestart, vordert de man om de vrouw te veroordelen in de kosten van de man in deze procedure.

4. De beoordeling

De eerste vraag die de voorzieningenrechter heeft te beantwoorden, is of de vrouw een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft (artikel 254 Rv). Nu de voorgenomen vakantie(reis) van de vrouw samen met [minderjarige] over een aantal weken al gepland staat, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. De voorzieningenrechter zal de vorderingen daarom hierna inhoudelijk beoordelen en vervolgens daarop beslissen.

De Raad heeft ter zitting, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Vooropgesteld vindt de Raad het in het belang van [minderjarige] om samen met (een van) zijn ouders op vakantie te gaan. Voor [minderjarige] maakt het niet uit of hij tijdens de meivakantie (zoals bepaald in de echtscheidingsbeschikking) of dat hij een aantal weken later (zoals nu door de vrouw is gevorderd) op vakantie zal gaan. Het meest in het belang van [minderjarige] zou zijn, als partijen in goed onderling overleg tot een overeenstemming komen over de voorgenomen vakantie(reis) van de vrouw met [minderjarige] naar Spanje. Het is in ieder geval niet in het belang van [minderjarige] dat hij hierover onduidelijkheid en spanningen ervaart. Wat dat betreft is het kwaad nu al geschiedt. Of de voorzieningenrechter een vervangende toestemming zal verlenen aan de vrouw of niet, de andere partij zal hoe dan ook teleurgesteld zijn. De Raad vindt het bovendien zorgelijk dat het UHA-traject waar partijen naartoe zijn verwezen, inmiddels vroegtijdig en zonder een positief resultaat is beëindigd en dat partijen momenteel dus niet werken aan het verbeteren van de onderlinge communicatie en samenwerking.

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking van [datum 1] 2025 de zorg- en opvoedingstaken tussen partijen over [minderjarige] op een gedetailleerde manier verdeeld. In rechtsoverweging 4.33 van deze beschikking heeft de rechtbank de verdeling van de vakanties puntsgewijs uiteengezet. Als inleiding bij die verdeling van de vakanties, heeft de rechtbank, voor zover hier nu van belang, het volgende overwogen: “De rechtbank zal hierna de door partijen naar voren gebrachte (school)vakanties bespreken en daarbij beslissen op de tussen partijen bestaande geschilpunten.”. De vrouw stelt dat zij in de veronderstelling was dat deze regeling pas ingaat vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat en dat deze regeling, omdat [minderjarige] momenteel nog niet naar school gaat, thans nog niet geldt. De man stelt dat hij daarentegen ervan uitgaat dat de verdeling van de vakanties geldt vanaf het moment van de datum van voormelde beschikking. De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank in voormelde beschikking geen nadere uitleg heeft gegeven over wat zij heeft bedoeld met de (school)vakanties. Nu de rechtbank in voormelde overweging het woord school tussen haakjes heeft gezet, is de voorzieningenrechter, door deze overweging grammaticaal uit te leggen, van oordeel dat de door de rechtbank bepaalde verdeling ziet op de vakanties én op de schoolvakanties. De voorzieningenrechter concludeert hieruit dat de verdeling van de vakanties is ingegaan op de datum van de beschikking van de rechtbank en dus niet pas op het moment dat [minderjarige] naar school zal gaan. De voorzieningenrechter is daarnaast van oordeel, door voormelde beschikking grammaticaal uit te leggen en omdat daarover in deze beschikking geen nadere uitleg is gegeven, dat de overweging over de verdeling van de (school)vakanties en de overweging dat partijen over en weer toestemming dienen te verlenen om samen met [minderjarige] op vakantie te gaan, naast elkaar bestaan. Oftewel, partijen dienen zich te houden aan de door de rechtbank bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en tegelijkertijd wordt van hen verwacht dat, als een ouder voornemens is om in de periode dat [minderjarige] volgens die verdeling bij hem of haar verblijft samen met [minderjarige] op vakantie te gaan, dat de andere ouder dan zijn of haar toestemming daarvoor zal verlenen.

Het voorgaande betekent, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, dat de door de rechtbank in voormelde echtscheidingsbeschikking bepaalde verdeling van de (school)vakanties door beide partijen moet worden nagekomen, tenzij partijen hierover in onderling overleg een afwijkende afspraak maken of de rechtbank vervangende toestemming verleent om van die regeling af te wijken. De vrouw wil graag in voormelde periode, buiten de door de rechtbank bepaalde verdeling van de (school)vakanties om, samen met [minderjarige] op vakantie gaan naar Spanje. Nu de man hier niet mee instemt, dienen partijen de door de rechtbank vastgestelde verdeling van de vakanties dan ook in beginsel na te komen, tenzij de (voorzieningen)rechter vervangende toestemming verleent aan de vrouw om daarvan af te wijken.

De voorzieningenrechter overweegt in dat verband als volgt. Vooropgesteld vindt de voorzieningenrechter het in het belang van [minderjarige] dat hij met (een van) zijn ouders op vakantie kan gaan. In dit geval is de vrouw voornemens om samen met [minderjarige] op een vakantie(reis) te gaan, samen met andere familieleden, om haar verjaardag te vieren en om samen leuke dingen te ondernemen. De belangen van [minderjarige] zouden het meest worden gediend, als partijen in staat zouden zijn geweest om op een goede manier met elkaar te communiceren en afspraken te maken over [minderjarige] en om elkaar over en weer wat te gunnen, zodat [minderjarige] vrijelijk contact kan hebben met zijn beide ouders en dat hij, als hij de mogelijkheid heeft om buiten de geldende afspraken om wat leuks te ondernemen met een van zijn ouders, dat hij dat kan doen. Gebleken is echter dat partijen daartoe niet in staat zijn. In deze situatie acht de voorzieningenrechter het daarom het meest in het belang van [minderjarige] dat hij duidelijkheid en rust ervaart over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en dat discussies en conflicten tussen partijen hierover zoveel als mogelijk worden voorkomen. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel, overeenkomstig het standpunt van de man, dat het belang dat [minderjarige] duidelijkheid en rust ervaart prevaleert boven het belang van de vrouw en [minderjarige] om buiten de tussen partijen geldende verdeling om met elkaar op vakantie te gaan naar Spanje. Hetgeen door en namens de vrouw is aangevoerd, namelijk dat de voorgenomen vakantie(reis) in het belang van [minderjarige] moet worden geacht, dat het in de geplande periode mooi weer is op de vakantiebestemming en dat het goedkoper is om buiten de schoolvakanties om op vakantie te gaan, maakt dit niet anders.

Gezien het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door de bodemrechter bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tijdens de vakanties door beide partijen moet worden nagekomen. Niet gebleken is van feiten en/of omstandigheden waardoor het in het (zwaarwegende) belang van [minderjarige] moet worden geacht dat van de door de bodemrechter bepaalde verdeling moet worden afgeweken. De voorzieningenrechter zal daarom de vordering van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen voor de voorgenomen vakantie(reis) samen met [minderjarige] naar Spanje en tot aanpassing van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de periode rondom deze vakantie, afwijzen.

Gezien deze uitkomst van dit geding ziet de voorzieningenrechter tot slot geen aanleiding om de man als gedaagde partij te veroordelen in de kosten van dit geding. De voorzieningenrechter zal de daartoe strekkende vordering van de vrouw daarom eveneens afwijzen. Anderzijds ziet de voorzieningenrechter in hetgeen door en namens de man is aangevoerd geen aanleiding om de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding en daarmee af te wijken van het uitgangspunt in familie- en jeugdzaken dat de proceskosten van partijen tussen hen worden verdeeld, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter zal de proceskosten tussen partijen daarom op deze manier tussen hen verdelen.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen af;

verdeelt de kosten van partijen in deze procedure tussen hen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026 door mr. Sumner, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Wallerbos als griffier. De voorzieningen

Griffier

  • mr. Wallerbos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand