ECLI:NL:RBZWB:2026:3907

ECLI:NL:RBZWB:2026:3907

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-05-2026
Zaaknummer C/02/436277 / FA RK 25-2923 (echtscheiding)
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Echtscheiding bij vervroeging

Uitspraak

2. Wat vaststaat

Op grond van de ingediende stukken en de stellingen van partijen staat het volgende vast:

- partijen zijn met elkaar getrouwd op [datum] 1997 in [plaats 2] op huwelijkse voorwaarden;

- zij hebben allebei de Nederlandse nationaliteit;

- hun huwelijk is duurzaam ontwricht.

3. De verzoeken

De man verzoekt, samengevat:

- echtscheiding;

- primair: te bepalen dat de bepalingen van het nog over te leggen convenant integraal deel zullen uitmaken van de door de rechtbank te geven beschikking;

- subsidiair: vaststelling van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden op de wijze zoals weergegeven in alinea’s 6 tot en met 17 van zijn aanvullend verzoekschrift.

De vrouw verzoekt, samengevat:

- echtscheiding;

- vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in haar levensonderhoud van € 4.348,= per maand;

- bepaling van de waarde van de aandelen van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V. per peildatum 2 juni 2025 op basis van het rapport van de heer [persoon 1] van 8 januari 2025, met dien verstande dat de daarin opgenomen cijfers worden geactualiseerd tot en met de peildatum en met hantering van een goodwill-berekening over een periode van vijf jaar tot aan de peildatum;

- bepaling dat op grond van artikel 6 van de huwelijkse voorwaarden de man een bedrag van € 10.870,14 aan de vrouw vergoedt;

- bepaling dat op grond van artikel 5 van de huwelijkse voorwaarden de man een bedrag van € 21.745,07 aan de vrouw vergoedt.

4. De beoordeling

in de zaak met zaaknummer /436277 / FA RK 25-2923 (echtscheiding)

Echtscheiding

De man verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Hij voert aan dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. In de brief van 10 maart 2026 verzoekt hij om de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken, omdat hij bijzonder veel last ervaart van het feit dat partijen nog getrouwd zijn. De man heeft de volledige verantwoordelijkheid om zijn onderneming draaiende te houden en deze druk, in combinatie met de druk van een langslepende scheiding, breken hem volledig op. Voor de onderbouwing verwijst hij naar de ingediende medische verklaring van drs. [persoon 2] (GZ-psycholoog).

De vrouw verzoekt ook om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, maar voert gemotiveerd verweer tegen het verzoek van de man om de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken. Volgens haar is het in haar belang dat over de nevenvoorzieningen in samenhang met de echtscheiding wordt beslist.

De rechtbank overweegt dat beide partijen verzoeken om de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Daartoe stellen zij beiden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat aan de wettelijke vereisten voor de verzoeken tot echtscheiding is voldaan, staat dus niet ter discussie. In zoverre liggen die verzoeken voor toewijzing gereed.

In de door de man aangevoerde (medische) omstandigheden ziet de rechtbank een daadwerkelijk belang om de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken. Weliswaar heeft de vrouw daartegenover gesteld dat het in haar belang is om het verzoek tot echtscheiding gelijktijdig te behandelen met de overige gedane verzoeken (op de zitting van 11 juni 2026), maar die stelling heeft zij niet onderbouwd. Daarmee blijft onduidelijk waarin dat belang van de vrouw precies is gelegen, zodat de rechtbank daaraan verder voorbijgaat.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek van de man om de echtscheiding bij vervroeging uit te spreken, zal toewijzen.

in zaaknummers C/02/436277 / FA RK 25-2923 en C/02/442918 / FA RK 25-6389

Partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden

De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden tot de zitting van 11 juni 2026.

5. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, getrouwd op [datum] 1997 in [plaats 2] ;

houdt iedere verdere beslissing aan tot de zitting van 11 juni 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, voorzitter, mr. Bastiaansen en mr. De Jong, rechters, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Meyboom
  • mr. Bastiaansen
  • mr. De Jong

Griffier

  • mr. Hurkmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand