ECLI:NL:RBZWB:2026:3908

ECLI:NL:RBZWB:2026:3908

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-05-2026
Zaaknummer C/02/391794 / FA RK 21-5390
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Reguliere zorgregeling vastgelegd zoals ouders ter zitting overeen zijn gekomen, over vakantieverdeling knopen doorgehakt naar aanleiding van argumenten van de ouders.

Uitspraak

2. De verdere beoordeling

Bij beschikking van 12 februari 2024 is bepaald dat de minderjarige [minderjarige] zijn hoofdverblijf heeft bij de vrouw. Ook is bepaald dat de man en voornoemde minderjarige met ingang van januari 2024 in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- één donderdag per twee weken van 14.30 uur (of indien dit vroeger is: direct uit school) tot 18.00 uur, na het avondeten, waarbij de man de minderjarige ophaalt uit school en hem terugbrengt bij de vrouw, en daarnaast:- gedurende de eerste twee omgangsweekenden: één zaterdag per twee weken van 9.00 uur tot 18.30 uur na het avondeten;- gedurende de daarop volgende drie omgangsweekenden:één weekend per twee weken van zaterdag 9.00 uur tot zondag 18.30 uur na het avondeten;-vanaf het zesde omgangsweekend: één weekend per twee weken van zaterdag 9.00 uur tot maandag naar school waarbij de man de minderjarige naar school brengt of, als het geen school is, naar de vrouw of de opvang, alsmede:

- gedurende de helft van de vakanties, door partijen in onderling overleg nader te verdelen.

Daarnaast is bepaald dat de man, voor wat betreft toekomstige termijnen bij vooruitbetaling, aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van voornoemde minderjarige een bijdrage moet voldoen van € 132,-- per maand met ingang van 24 oktober 2023 tot 1 januari 2024 en van € 140,18 per maand met ingang van 1 januari 2024.

Het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man te betalen partneralimentatie is afgewezen.

Verder zijn partijen en de minderjarige verwezen voor een (jeugd)hulptraject ten behoeve van de hierboven genoemde resultaten naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland. Het loket zal partijen en de minderjarige vervolgens via de toegang van de woonplaatsgemeente van de minderjarige verwijzen naar de zorgaanbieder. De Raad is verzocht om naar aanleiding van de UHA rapportage de rechtbank te informeren of hij aanleiding ziet een onderzoek of interventie te starten.

Iedere verdere beslissing is aangehouden.

Uit de UHA rapportage blijkt dat de ouders gedeeltelijk afspraken hebben kunnen maken, maar er omtrent de zorgregeling en dan met name de vakanties niet uitkomen. Voor de man is het niet haalbaar in verband met zijn werk om [minderjarige] de helft van de vakanties bij zich te hebben. De zorgaanbieder is van mening dat de rechtbank een beslissing moet nemen over de zorgregeling, waarbij systemische hulpverlening betrokken wordt omdat

[minderjarige] — gezien zijn jonge leeftijd — sterk afhankelijk is van zijn ouders.

De Raad adviseert in zijn rapportage van 28 november 2025 een volgende regeling vast te stellen met daarin een milde uitbreiding ten opzichte van de regeling waar de ouders nu uitvoering aan geven:

- [minderjarige] is om de week bij de man van zaterdag 9:00 uur tot zondag 16:00 uur. [minderjarige] is om de week bij de man op donderdag na school tot na het eten 18:00 uur (in vakanties/op studiedagen is [minderjarige] een hele donderdag bij vader).

Vanaf 2026 wanneer een weekend van de man in de vakantie valt, wordt dit een lang weekend. [minderjarige] is dan van vrijdag 16.30 uur tot en met maandag 18.00 uur bij de man (tenzij het die maandag weer een schooldag is).

- Zomervakantie 2026 een week bij de man (waarbij ouders afstemmen welke

week dit zal zijn).

• Zomervakantie 2027 anderhalve week bij de man (waarbij ouders afstemmen

welke week dit zal zijn).

• In de weekenden wordt gebeld wanneer [minderjarige] hier behoefte aan heeft

• In de zomervakantie één vast beeldbelmoment met de vrouw, daarnaast wanneer [minderjarige] daar behoefte aan heeft.

• Feestdagen stemmen ouders met elkaar af.

De Raad geeft daarbij aan dat in 2028 het zo kan zijn dat [minderjarige] twee weken bij de man doorbrengt, maar dit moeten de ouders dan in onderling overleg afstemmen.

Bij bericht van (zijn advocaat van) 13 januari 2026 heeft de man aanvullend verzocht om een duidelijke verdeling van de vakanties, te weten:

- te bepalen dat de man in 2026 één week zomervakantie (van 11 juli 2026 tot en met 18 juli 2026) heeft met [minderjarige] en in het jaar 2027 twee weken zomervakantie heeft en ieder ander jaar drie weken zomervakantie, waarbij de man [minderjarige] de eerste drie weken heeft en de vrouw de laatste drie weken en het jaar daarop omgekeerd;

- te bepalen dat de man omgang heeft één week in de kerstvakantie en dit ook elk jaar omwisselen en tweede kerstdag vast bij de man. Voor 2026 vanaf 19 december 2026 09.00 uur bij de man tot en met 25 december 18.00 uur;

- te bepalen dat de man omgang heeft met Oud & Nieuw en 1 januari. Het ene jaar bij de vrouw en het andere jaar bij de man vanaf 13.00 uur op 1 januari naar de andere ouder, ingaand vanaf 2027. Voor 2026 bij de vrouw gezien het feit dat week 53, 2 en 3 januari het omgangsweekend van de man is.

- te bepalen dat de man omgang heeft op vaderdag. 2026 valt in het omgangsweekend van de man dus tot 16.00 uur; mocht Vaderdag niet in het omgangsweekend vallen dan bij de man van 09.00 tot 18.00 uur;

- althans een regeling welke de rechtbank juist acht.

Bij bericht van (haar advocaat van) 6 februari 2026 heeft de vrouw verweer gevoerd tegen het aanvullende verzoek van de man. Zij verzoekt de rechtbank de verzoeken van de man af te wijzen en aanvullend de zorg- en contactregeling vast te leggen zoals omschreven conform het advies van de Raad en ten aanzien van de vakanties verzoekt de vrouw een regeling waarbij [minderjarige] op tweede kerstdag omgang met de man heeft vanaf 10.00 uur met aansluitend twee overnachtingen en dat [minderjarige] op Oud & Nieuw bij de vrouw verblijft en op nieuwjaarsdag bij de man aansluitend aan het reguliere weekend indien dit samenvalt met de reguliere omgangsperiode van de man.

Ten aanzien van Vaderdag merkt de vrouw op dat de door man voorgestelde viering van deze dag al als zodanig plaatsvindt met een overnachting extra. De vrouw verzoekt wel dat [minderjarige] dan vervolgens om 16.00 uur terug komt.

Ten aanzien van Pasen en Pinksteren verzoekt de vrouw aan te sluiten bij de reguliere weekenden. Dat betekent dat [minderjarige] de ene keer bij de vrouw verblijft en de andere keer bij de man.

Aan de rechtbank ligt nog ter beoordeling voor een definitieve beslissing te nemen op het verzoek van de man tot vaststelling van een definitieve, reguliere zorgregeling tussen de man en [minderjarige] en een vakantieregeling.

Tijdens de zitting van 12 februari 2026 hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling, in die zin dat het advies van de Raad wordt gevolgd en daarbij het tijdstip van het terugbrengen van [minderjarige] op zondag wordt aangepast naar 17.00 uur. De rechtbank zal deze (reguliere) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastleggen. De ouders zijn verder overeengekomen dat [minderjarige] op vrijdag 13 februari 2026 om 16.30 uur door de man wordt opgehaald en op zondag om 17.00 uur weer wordt thuisgebracht bij de vrouw. Dit omdat de zitting kort voor het weekend plaatsvindt en er vanwege de onduidelijkheid over de mogelijkheden van de man voor [minderjarige] al plannen zijn gemaakt.

Partijen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken ten aanzien van de verdeling van de vakanties. De rechtbank overweegt en beslist hierover als volgt.

Zomervakantie 2026

De rechtbank zal het verzoek van de man om in 2026 één week vakantie met [minderjarige] te hebben, als volgt toewijzen. [minderjarige] verblijft vanaf zondag 12 juli 2026 om 12.00 uur tot maandag 20 juli 2026 om 18.00 uur. Het tweede weekend van de zomervakantie is sowieso het weekend van de man en vanwege de vakantieperiode zou dit conform de reguliere regeling een uitgebreid weekend zijn.

Het eerste weekend heeft [minderjarige] volgens de vrouw nodig om te acclimatiseren en te schakelen naar de vakantiestand. De man heeft bij zijn verzoek geen rekening gehouden met deze behoefte van [minderjarige] . Evenmin heeft de man rekening gehouden met de reguliere regeling die gedurende de zomervakantie van 2026 doorloopt. Het is voor [minderjarige] van belang dat zijn vakantieschema en dus de uitgebreide vakantieweekenden bij de man, maar ook de volledige donderdagen (één keer in de twee weken) vooraf bij alle partijen voldoende duidelijk zijn. De rechtbank adviseert de ouders om een gezamenlijke kalender voor [minderjarige] te gebruiken, zodat iedereen van deze dagen op de hoogte is en [minderjarige] erop voorbereid kan worden, zonder achteraf teleurgesteld te worden, omdat één van de ouders geen rekening heeft (kunnen) houden met de regeling of omdat er onduidelijkheden of miscommunicaties ontstaan.

Zomervakantie 2027 en verder

De rechtbank is van oordeel dat [minderjarige] in 2027, zeker als hij al een aantal keer een week bij de man en verlengde weekenden bij de man heeft doorgebracht, een aaneengesloten periode van twee weken bij de man aan moet kunnen. Het lijkt de rechtbank verstandig om deze vakantie te beginnen in een regulier weekend van de man, waarbij de vakantie dan eindigt voorafgaand aan het daarop volgende normaal gesproken reguliere weekend van de man. De reguliere zorgregeling kan dan doorlopen met uitzondering van dat ene weekend van de man, zodat de vrouw direct aansluitend ook twee aaneengesloten weken met [minderjarige] vakantie kan hebben. Het staat partijen uiteraard vrij om hierover andere afspraken te maken. [minderjarige] heeft in ieder geval in 2027 recht op twee weken aaneengesloten contact met ieder van zijn ouders. Vanaf 2028 heeft [minderjarige] recht op drie weken aaneengesloten contact met ieder van zijn ouders, waarbij de ene ouder in de even jaren de eerste drie weken vakantie met [minderjarige] heeft en de andere ouder in de oneven jaren de eerste drie weken vakantie met [minderjarige] heeft.

Kerstvakantie, kerstdagen en Oud & Nieuw

De rechtbank zal beslissen overeenkomstig het door de Raad ter zitting gegeven advies ten aanzien van de kerstvakantie, inclusief kerstdagen en Oud & Nieuw. De ene week van de kerstvakantie verblijft [minderjarige] bij de man en de andere week bij de vrouw. Met de kerstdagen en met Oud & Nieuw zal geen rekening worden gehouden.

[minderjarige] heeft behoefte aan vastigheid en structuur. Extra wisselingen in een al drukke en voor hem heftige decembermaand zijn niet in zijn belang. Gelet op de reguliere zorgregeling, waarbij [minderjarige] in de vakanties tot maandag 18.00 uur bij de man verblijft, betekent dit voor 2026 dat [minderjarige] vanaf maandag 21 december 2026 18.00 uur tot maandag 28 december 18.00 uur bij de vrouw verblijft en van maandag 28 december 2026 tot zondag 3 januari 2026 17.00 uur bij de man.

Vaderdag

Tussen partijen is niet in geschil dat [minderjarige] , wanneer Vaderdag niet in het weekend van de man valt, bij de man mag verblijven. De rechtbank zal bepalen dat dit, zoals door de man verzocht, zal zijn vanaf 09.00 uur en tot 17.00 uur. De rechtbank sluit voor de eindtijd aan bij de reguliere eindtijd op zondag.

Pasen en Pinksteren

Ten aanzien van Pasen en Pinksteren zal de rechtbank het onweersproken verzoek van de vrouw toewijzen en bepalen dat [minderjarige] deze dagen doorbrengt bij de ouder waar hij op het moment van de reguliere zorgregeling verblijft. Gelet op het feit dat op deze dagen geen schoolvakantie volgt, zal de rechtbank bepalen dat indien tweede Paas- of Pinkersterdag aansluit op een weekend van de man [minderjarige] dan op die dag tot 17.00 uur (net zoals bij de reguliere zorgregeling) bij de man verblijft.

Het vorengaande leidt tot de navolgende beslissingen.

Uitvoerbaar bij voorraad

De rechtbank verklaart de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissingen direct gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat. De rechtbank doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarige noodzakelijk is dat de beslissingen ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kunnen worden.

3. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de man en de minderjarige [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- in de ene week op donderdag na school tot 18.00 uur, waarbij de man [minderjarige] ophaalt uit school en hem terugbrengt bij de vrouw, (in vakanties of op studiedagen is [minderjarige] een hele donderdag bij de man);

- in de andere week een weekend van zaterdag 9.00 uur tot zondag 17.00 uur en wanneer het weekend in de vakantie valt (en [minderjarige] op de maandag na het weekend van de man niet naar school hoeft), van vrijdag 16.30 uur tot en met maandag 18.00 uur bij de man (tenzij het die maandag weer een schooldag is dan is het tot zondag 17.00 uur);

- Zomervakantie 2026: [minderjarige] verblijft bij de man vanaf zondag 12 juli 2026 om 12.00 uur tot maandag 20 juli 2026 om 18.00 uur;

- Zomervakantie 2027: [minderjarige] verblijft twee aaneengesloten weken bij de man, zulks tenzij partijen anders overeenkomen aansluitend op het eerste in die vakantie vallende reguliere weekend van de man en eindigend voorafgaand aan het daarop volgende normaal gesproken reguliere weekend van de man, en vervolgens verblijft [minderjarige] twee aaneengesloten weken bij de vrouw, in de overige weken geldt de reguliere zorgregeling;

- Zomervakantie vanaf 2028 en verder: [minderjarige] verblijft de eerste drie weken bij de man en de laatste drie weken bij de vrouw in de even jaren en in de oneven jaren andersom;

- Kerstvakantie, kerstdagen en Oud & Nieuw 2026: [minderjarige] verblijft vanaf maandag 21 december 2026 18.00 uur tot maandag 28 december 18.00 uur bij de vrouw en van maandag 28 december 2026 tot zondag 3 januari 2026 17.00 uur bij de man;

- Kerstvakantie, kerstdagen en Oud & Nieuw vanaf 2027: [minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste week van de kerstvakantie bij de man en de tweede week van de kerstvakantie bij de vrouw en in de even jaren andersom;

- Vaderdag: [minderjarige] verblijft op Vaderdag, wanneer deze dag niet in het (omgangs)weekend van de man op Vaderdag bij de man van 09.00 uur tot 17.00 uur;

- Pasen en Pinksteren: [minderjarige] verblijft op tweede Paas- en of Pinksterdag bij de ouder waar hij conform de reguliere zorgregeling in dat weekend verblijft. Indien [minderjarige] bij de man verblijft, wordt [minderjarige] op maandag om 17.00 uur weer thuisgebracht.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. De Bont, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Deze beschikking brengt geen wijziging in de mogelijkheden en/of de termijn van hoger beroep tegen de beschikking die thans is verbeterd.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Bont

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand