ECLI:NL:RBZWB:2026:3909

ECLI:NL:RBZWB:2026:3909

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-05-2026
Zaaknummer C/02/440257 FA RK 25-4980
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wijziging geslacht op geboorteakte naar ‘X’ ivm non-binaire genderidentiteit en wijziging voornaam. Geen positieve verplichting Staat ogv art 8 EVRM; wel ongerechtvaardigd onderscheid. Analoge toepassing art 1:28 ev. Geen deskundigenverklaring vereist.

Uitspraak

2. De feiten

In voormelde geboorteakte is opgenomen dat op [geboortedag] 2003 in de gemeente Loon op Zand is geboren [verzoeker] , van het mannelijke geslacht.

Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

3. Het verzoek

Verzoeker verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad,

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand te gelasten om aan de geboorteakte van verzoeker een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht X zal zijn;

- te bepalen dat diens voornaam gewijzigd wordt in de voornaam ‘ [voornaam] ’ en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand te gelasten om deze wijziging in de geboorteakte toe te voegen.

4. De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht om kennis te nemen van het verzoek tot wijziging van het geslacht van verzoeker en het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoeker.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant is ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het geslacht van verzoeker relatief bevoegd, nu dit verzoek ziet op wijziging van een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant is ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoeker relatief bevoegd, nu de woonplaats van verzoeker binnen haar rechtsgebied is gelegen.

Op het verzoek tot wijziging van het geslacht van verzoeker en het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoeker is Nederlands recht van toepassing, omdat verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft.

Wijziging geslacht op de geboorteakte

Verzoeker legt het volgende ten grondslag aan het verzoek tot wijziging van diens geslacht in ‘X’. Verzoeker identificeert zich als niet-binair. Een non-binaire aanduiding van diens geslachtsvermelding past hierbij het beste. Van jongs af aan voelde verzoeker zich anders dan anderen. In 2019 ontdekte verzoeker dat de term ‘non-binair’ bestaat. Verzoeker kwam toen tot de ontdekking dat die non-binair is. Vier jaar geleden heeft verzoeker diens roepnaam veranderd naar ‘ [voornaam] ’. Nu verzoeker al lange tijd door het leven gaat als ‘ [voornaam] ’, is de wijziging van dienst officiële gegevens een logische stap. Voor verzoeker is het belangrijk dat diens geboorteakte, identiteitsbewijs en officiële documenten aansluiten bij diens gevoel. Verzoeker voelt zich niet thuis in specifiek één van de hokjes ‘Man’ of ‘Vrouw’ en wil niet specifiek ‘Man’ of ‘Vrouw’ op diens identiteitsbewijs zien. De geslachtsvermelding ‘Man’ of ‘Vrouw’ komt namelijk niet overeen met de innerlijke genderbeleving van verzoeker. Toewijzing van de verzoeken zorgt bij verzoeker voor een erkenning dat die mag zijn wie die is. De aanduiding X/X bij de geslachtsregistratie op dienst identiteitsbewijs zorgt ervoor dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming is met diens innerlijke genderbeleving. Dit zal verzoeker veel rust geven. Op dit moment wordt verzoeker namelijk vaak geconfronteerd met diens officiële gegevens. Verzoeker hoopt na toewijzing van het verzoek minder vaak met een onjuiste aanspreekvorm aangesproken te worden. Voor verzoeker is het een duurzame wens om diens geslachtsvermelding te wijzigen. Er is sprake van een doorleefde overtuiging om een niet-binaire aanduiding van de geslachtsvermelding te wensen op de geboorteakte. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door verzoeker uitgedragen in contact met derden. Verzoeker heeft goed nagedacht over de impact van het verzoek en beseft dat niet iedere organisatie op dit moment een mogelijkheid heeft voor een andere registratie dan een mannelijke of vrouwelijke. Ook heeft verzoeker goed nagedacht over de consequenties van de aanduiding X/X op dienst identiteitsbewijs voor het maken van buitenlandse reizen en is verzoeker zich bewust van het feit dat die zichzelf moet aanmelding voor bevolkingsonderzoeken.

Op de zitting is door verzoeker nader toegelicht dat die al van jongs af aan voelde dat er iets niet klopte, maar dat die deze gevoelens niet in woorden kon uitdrukken. Daarbij speelt ook mee dat het begrip non-binair op dat moment nog niet bekend was en dat er nooit werd gesproken over personen die zich geen jongen en geen meisje voelen. Op de middelbare school kwam verzoeker meer in contact met mensen van diens eigen leeftijd uit de lhbtiq+-gemeenschap. Binnen die gemeenschap heeft verzoeker veel gesprekken gevoerd over genderidentiteit en is die zich daarin steeds meer gaan verdiepen. Gaandeweg is verzoeker zich gaan realiseren dat die non-binair is. De eerste jaren heeft verzoeker dat in beperkte kring uitgedragen, bij vrienden en een mentor op school, maar sinds een jaar is verzoeker daar open over. Verzoeker ervaart veel steun vanuit diens familie en werkomgeving. Vanwege de steun in zijn omgeving door de jaren heen, heeft verzoeker geen externe hulpverlening nodig gehad. Voor verzoeker is het belangrijk dat diens non-binaire genderidentiteit wordt geregistreerd op de geboorteakte en daarmee op diens identiteitsbewijs. Nu wordt verzoeker regelmatig geconfronteerd met de geregistreerde mannelijke geslachtsaanduiding, bijvoorbeeld op documenten of bij bepaalde instellingen, en dat roept bij verzoeker het gevoel op dat het niet over verzoeker zelf gaat maar over iemand anders. Het zou voor verzoeker veel betekenen als diens geslachtsaanduiding en voornaam worden gewijzigd, zodat verzoeker zich kan voorstellen als wie die werkelijk is. Ook wil verzoeker op dit punt een voorbeeld voor anderen kunnen zijn. Verzoeker heeft verder toegelicht dat die heeft onderzocht welke gevolgen een non-binaire genderidentiteit kan hebben, ook in andere delen van de wereld. Het feit dat niet meer naar bepaalde landen kan worden afgereisd, is voor verzoeker echter geen reden om de geslachtsaanduiding op diens paspoort in stand te houden. Deze landen accepteren verzoeker alleen al om diens verschijning niet, los van diens geregistreerde geslachtsaanduiding. Voor verzoeker weegt zwaarder dat die kan leven zoals die zou willen leven.

Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand geen bezwaar heeft tegen toewijzing van dit verzoek.

De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen in een non-binaire geslachtsidentiteit in de vorm van een ‘X’.

Het is in beginsel aan de wetgever om voor geslachtsneutrale registratie in de geboorteakte een voorziening te treffen. Hoewel daartoe eerder wel initiatief was genomen, is er op dit moment geen wetgevingsproces gaande betreffende de geslachtsneutrale registratie.

Zolang er geen wetgeving op dit punt is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld in de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336), recentelijk bevestigd in de prejudiciële beslissing van 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1959).

De rechtbank is, in lijn met de recente jurisprudentie, van oordeel dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in ‘X’ op dezelfde wijze dient te worden benaderd als is omschreven in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW, welke artikelen zien op personen die de overtuiging hebben tot “het andere geslacht” te behoren.

Anders dan verzoeker heeft betoogd, legt artikel 8 EVRM geen positieve verplichting aan de Staat op om non-binaire geslachtsregistratie mogelijk te maken (EHRM 31 januari 2023, ECLI:CE:ECHR:2023:0131JUD007688817; zie in dit verband ook Hof Amsterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266). Wel is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere (binaire) geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijke geslachtsaanduiding te vallen, nu de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW enkel een keuze voor ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ toestaan en niet voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding. Dit onderscheid acht de rechtbank in strijd met artikel 26 van het IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 bij het EVRM. De rechtbank zal de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW daarom analoog toepassen op het onderhavige verzoek. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat al geruime tijd sprake is van maatschappelijke erkenning en een trend naar juridische erkenning van een neutraal geslachtelijke identiteit, zoals onder meer blijkt uit de ontwikkelingen in de rechtspraak en de ondertekening van het “Regenboog Stembusakkoord 2025” door de lijsttrekkers van zeven landelijke politieke partijen, waaronder de drie huidige regeringspartijen.

Artikel 1:28a BW schrijft voor dat bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring moet worden overgelegd waaruit, kort gezegd, de overtuiging van verzoeker omtrent diens genderbeleving blijkt en dat verzoeker de gevolgen van de wijziging van de geboorteakte overziet en weloverwogen wenst.

De rechtbank stelt vast dat een dergelijke verklaring van een deskundige in de onderhavige zaak ontbreekt. De rechtbank gaat hier echter aan voorbij. De artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW zien op een procedure die bij de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gevolgd. Indien een aangifte voldoet aan de voorwaarden van genoemde artikelen, heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand geen inhoudelijke beoordelingsruimte. De rechter beschikt naar het oordeel van de rechtbank wel over voldoende ruimte om te toetsen of er bij de betreffende persoon sprake is van voornoemde overtuiging en van een weloverwogen beslissing. De rechtbank kan dit ook op een andere wijze dan met een deskundigenverklaring vaststellen, te weten aan de hand van de eigen verklaring van verzoeker en de overgelegde stukken.

Naar het oordeel van de rechtbank is met de toelichting in het verzoekschrift en de eigen verklaring van verzoeker op de zitting, zoals hiervoor weergegeven, voldoende onderbouwd dat verzoeker de duurzame overtuiging heeft een genderneutrale persoon te zijn en dat de vermelding van het mannelijke geslacht op diens geboorteakte niet met deze overtuiging in overeenstemming is. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door verzoeker uitgedragen in contacten met derden. Ook is voldoende gebleken dat het besluit om wijziging van de geboorteakte te verzoeken niet lichtzinnig is genomen en dat verzoeker heeft nagedacht over de impact en de mogelijke consequenties van een neutrale geslachtsregistratie. Een nadere deskundigenverklaring zoals bedoeld in artikel 1:28a BW vindt de rechtbank daarom niet nodig.

Gelet op al het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat verzoeker er een zwaarwegend belang bij heeft dat de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met diens non-binaire genderidentiteit. Het verzoek van verzoeker om diens geslacht te wijzigen in ‘X’ wordt daarom toegewezen.

Voornaamswijziging

Verzoeker verzoekt diens voornaam te wijzigen, in die zin dat diens voornaam voortaan luidt: ‘ [voornaam] ’. Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat de voornaam ‘ [voornaam] ’ goed past bij de (gender)identiteit van verzoeker, nu deze voornaam niet per se mannelijk of vrouwelijk is. De huidige voornamen zijn logischerwijs te mannelijk voor verzoeker. De voornaam ‘ [voornaam] ’ wordt sinds vier jaar gebruikt door mensen die dichtbij staan. Ruim een jaar geleden heeft de werkgever van verzoeker medewerking verleend aan de wijziging van diens voornaam. Inmiddels stelt verzoeker zich overal waar dat kan voor als ‘ [voornaam] ’.

Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand geen bezwaar heeft tegen toewijzing van dit verzoek.

Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoeker. Daartoe wordt overwogen dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat verzoeker de overtuiging heeft non-binair te zijn en dat verzoeker zich niet verbonden voelt met de huidige, mannelijke voornaam. Daarnaast is in aanmerking genomen dat verzoeker al enkele jaren ‘ [voornaam] ’ als voornaam gebruikt en zich kennelijk met die naam identificeert. Voldoende aannemelijk is dat verzoeker in het dagelijks leven regelmatig hinder ondervindt van het feit dat de huidige officiële voornaam afwijkt van de door verzoeker in de praktijk gehanteerde roepnaam. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek tot voornaamswijziging worden toegewezen.

Verzoeker heeft tevens verzocht de ambtenaar te gelasten een latere vermelding van de voornaamswijziging aan de akte van geboorte toe te voegen. Dit verzoek zal bij gebrek aan belang worden afgewezen, nu deze verplichting voor de ambtenaar reeds uit de wet volgt (artikel 1:4 lid 4 BW jo. 1:20, 1:20a lid 1 en 1:25b BW).

Uitvoerbaar bij voorraad

Voor zover is verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal de rechtbank dit afwijzen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen (door een latere vermelding bij de geboorteakte op te maken) wanneer de beslissing onherroepelijk is.

5. De beslissing

De rechtbank

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand om aan de akte, ingeschreven in het onder hem berustende register van geboorten van het jaar 2003 met [nummer] , een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht van verzoeker, in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand de voornaam van verzoeker, zoals vermeld in genoemde akte, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luidt ‘ [voornaam] ’;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Laenen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand