ECLI:NL:RBZWB:2026:3910

ECLI:NL:RBZWB:2026:3910

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-05-2026
Zaaknummer C/02/442887 / FA RK 25-6366
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vervangende toestemming verhuizing verleend - brief aan kind opgenomen

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/442887 / FA RK 25-6366

Datum uitspraak: 9 april 2026

Beschikking over vervangende toestemming verhuizing

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [plaats 1] , gemeente Drimmelen,

advocaat: mr. G.A.P. Avontuur in Oosterhout,

tegen

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [plaats 1] , gemeente Drimmelen,

advocaat: mr. P.J.M. Groenhuis-Kools in Breda,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011, hierna: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014, hierna: [minderjarige 2] ,

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2017, hierna: [minderjarige 3] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 10 december 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het op 29 januari 2026 ontvangen verweerschrift met bijlage;

- de brief van mr. Groenhuis-Kools van 30 januari 2026;

- de brieven met bijlagen van mr. Avontuur van 6 februari 2026, 9 februari 2026 en

10 februari 2026;

- de brief, inhoudende een aanvullend subsidiair verzoek, van mr. Avontuur van

6 februari 2026;

- de brief met bijlagen van mr. Avontuur van 3 maart 2026.

Op de zitting van 12 maart 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de verzoeken, met gesloten deuren, mondeling behandeld. Bij die behandeling zijn verschenen en gehoord:

de vrouw, bijgestaan door mr. Avontuur;

de man, bijgestaan door mr. Groenhuis-Kools;

een vertegenwoordigster namens de Raad.

De minderjarigen, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , zijn gelet op hun leeftijd in staat gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. Zij hebben op 11 maart 2026 alle drie apart een gesprek gehad met de kinderrechter. De kinderrechter heeft hiervan tijdens de zitting een terugkoppeling gegeven en de betrokkenen hebben hierop kunnen reageren.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van

1 november 2024 is de echtscheiding uitgesproken, welke daarna op 2 december 2024 in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente is vermeld.

Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geboren.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de vrouw.

Partijen hebben samen het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

Bij voormelde beschikking van 1 november 2024 zijn partijen verwezen voor een (jeugd)hulptraject naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-Oost. In die beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen te verhuizen afgewezen.

Bij beschikking van 6 februari 2026 heeft de rechtbank bepaald dat de man en de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

- de ene week op vrijdag van 14.00 uur tot 19.00 uur;

- de andere week op zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur.

Voor [minderjarige 1] is geen zorgregeling vastgesteld.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, te bepalen:

Primair:

haar vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing met de minderjarigen naar [plaats 2] , [plaats 3] , [plaats 4] of [plaats 5] ;

Subsidiair:

haar vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing met de minderjarigen naar [plaats 2] of [plaats 4] .

De man is het niet eens met het verzoek van de vrouw en verzoekt dit verzoek af te wijzen.

4. De standpunten

De vrouw

Door en namens de vrouw is ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, het volgende aangevoerd.

Eerder heeft de rechtbank in de echtscheidingsprocedure een verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming voor een verhuizing afgewezen, onder verwijzing naar het hulpverleningstraject dat opgestart zou worden bij [hulpverlening 1] . Inmiddels is gebleken dat er, ondanks de intensieve inzet van de hulpverlening, slechts een zeer beperkte contactregeling mogelijk is tussen de man en twee van de drie kinderen, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . [minderjarige 1] heeft nog steeds geen contact met de man. Gelet op de persoonlijke problematiek van de man zijn er geen mogelijkheden om het contact uit te breiden. Zelfs aan het verzoek van de vrouw om de kinderen in het weekend contact te laten hebben met de man wil hij slechts zeer beperkt tegemoet komen. Er is derhalve sprake van een wijziging van omstandigheden ten opzichte van de beschikking van 21 november 2024, waaruit duidelijk blijkt dat de verwachtingen van het contactherstel tussen de man en de kinderen veel hoger waren dan wat nu is gerealiseerd. Dat maakt dat de vrouw kan worden ontvangen in haar beroep.

De vrouw draait alleen op voor de zorg voor de kinderen, waarbij zij zo goed als niets te verwachten heeft van de man. Er is geen enkel perspectief dat dit binnen afzienbare termijn verandert. Derhalve heeft de verhuizing geen invloed op de zorgregeling tussen de man en de kinderen, hetgeen het voornaamste criterium is in de Nederlandse jurisprudentie over verhuizingen. De vrouw zou graag ontlast worden in de zorg voor de kinderen, maar dat is in de huidige situatie niet mogelijk. Het netwerk van de vrouw bevindt zich in [plaats 2] en omgeving. Vanwege de afstand kan de vrouw daar geen beroep op doen. Nu de vrouw de enige is die voor de kinderen zorgt en kan zorgen, is het van groot belang dat zij op de been blijft. Zij wil dan ook verhuizen naar [plaats 2] , [plaats 4] , [plaats 5] of [plaats 3] . De vrouw is aangewezen op een huurwoning in de sociale sector. Zij kan pas reageren op een woning wanneer zij vervangende toestemming heeft.

De vrouw kan van haar netwerk in [plaats 2] ondersteuning krijgen bij het regelen van het vervoer van de kinderen naar [plaats 1] om uitvoering te geven aan de zorgregeling. Zowel zij als haar partner hebben een eigen auto, maar mocht er iets tussen komen dan heeft zij in [plaats 2] een netwerk om op terug te vallen. De man draagt feitelijk niets bij in de zorg voor de kinderen. Het komt de vrouw dan ook niet onredelijk voor dat hij de heen- of terugreis van de kinderen voor zijn rekening neemt.

De kinderen zijn weliswaar opgegroeid in [plaats 1] , maar daar dient geen doorslaggevende betekenis aan toe te komen. Het primaire belang van de kinderen is dat de vrouw op de been blijft als opvoeder en goed in haar vel zit. Daarvoor is nodig dat zij terug kan vallen op haar netwerk in [plaats 2] en omgeving bij de zorg voor de kinderen.

Gelet op het beperkte contact tussen de man en twee van de drie kinderen is er geen sprake van inbreuk op de contactrechten. De vrouw beroept zich op de Aanbeveling van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 28 mei 2025. Hierin zijn richtlijnen opgenomen over verhuizingen met kinderen. Randnummer 67 geeft aan dat er geen algemeen uitgangspunt voor of tegen verhuizingen mag zijn, omdat dit zich niet (goed) zou verhouden tot het feit dat bij beslissingen over kinderen hun belang de eerste afweging hoort te zijn. Volgens de tweede volzin bij randnummer 67 dient er een beoordeling plaats te vinden waarbij in de afweging betrokken moet worden het recht om te verhuizen van ouders, het belang van het kind en het respect voor gezinsleven met de ‘achterblijvende’ ouder. Bij de voorgenomen verhuizing van de vrouw dient de belangenafweging in het voordeel van de vrouw uit te vallen. Het is van belang dat zij eindelijk ook eens lucht krijgt. Daarbij is van belang dat volgens de Aanbeveling bij de invulling van het ‘ [plaats 3] interests’ criterium grote betekenis wordt toegekend aan de geschiedenis van de zorg. De vrouw heeft altijd de zorg voor de kinderen gehad. De man heeft geen positieve bijdrage geleverd, zelfs niet toen de vrouw net een zware operatie had ondergaan. Juist toen is het geweld van de man naar de vrouw ernstig geëscaleerd, hetgeen heeft geleid tot beëindiging van de samenwoning van partijen.

Als reactie op het verweer van de man heeft de vrouw aanvullend aangevoerd dat de man weliswaar aangeeft dan hij een aandeel in de zorg voor de kinderen wil dragen, maar dat hij het in de praktijk laat afweten. Zo weigerde hij met [minderjarige 3] naar de tandarts te gaan tijdens een contactmoment op vrijdag. De vrouw wijt dit aan de persoonlijke problematiek waar de man mee kampt. De man bagatelliseert zijn gedrag aan het eind van de relatie en de impact die dit gedrag op de vrouw en de kinderen heeft gehad. Het zou wenselijk zijn als de vrouw een EMDR-behandeling zou krijgen, in het bijzonder voor de niet-fatale verwurging door de man, maar omdat zij nog in de woning blijft waar dit zich heeft afgespeeld, is dit niet zinvol. Bovendien is er rust nodig voor een dergelijke behandeling. Door de zorg voor de kinderen is die rust er niet. De vrouw benoemt de personen die in [plaats 2] en omgeving tot haar netwerk behoren. De man is hier deels mee bekend.

Wanneer de rechtbank van oordeel is dat het door de vrouw genoemde zoekgebied te ruim is, is de vrouw bereid dit, subsidiair, te beperken tot [plaats 2] en [plaats 4] .

Ten aanzien van het netwerk van de kinderen geeft de vrouw aan dat zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] worden gepest op school. Bij [minderjarige 3] zijn er vermoedens van ADHD in combinatie met hoogbegaafdheid. Hier wordt op korte termijn een onderzoek naar gestart. De vrouw houdt er rekening mee dat [minderjarige 3] zal worden verwezen naar speciaal onderwijs, zodat hij sowieso op een nieuwe school moet beginnen.

De vrouw vindt het redelijk dat de man ook zijn aandeel neemt in het reizen van de kinderen. Hij heeft onlangs een dure auto gekocht en beschikt over de nodige financiële middelen, getuige het feit dat hij regelmatig op vakantie gaat en substantiële bedragen spendeert aan de uitjes met de kinderen.

Tijdens de zitting is door en namens de vrouw aanvullend aangevoerd dat er geen reden is om te veronderstellen dat de vrouw niet mee zou willen werken aan het in stand houden van een zorgregeling nadat zij met de kinderen is verhuisd. De vrouw heeft ten tijde van de echtscheiding zelf het initiatief genomen om wekelijks contact te laten plaatsvinden, in plaats van het voorgestelde tweewekelijkse contact. Ook tijdens vakanties heeft de vrouw regelmatig aan de man gevraagd of hij meer contact met de kinderen wilde. Het idee was dat de contactregeling uitgebreid zou worden. Inmiddels is er echter al een behoorlijke tijd verstreken. Duidelijk is geworden dat de man vanwege zijn eigen problematiek niet veel meer kan bieden dan de nu vastgestelde regeling. De vrouw heeft recent contact gehad met het CJG. Zij heeft vernomen dat er nu opvoedondersteuning bij de man is betrokken vanuit [hulpverlening 2] , maar dat men heeft geconstateerd dat er een zwaardere interventie nodig is. De man is nu in afwachting hiervan.

Ook heeft de vrouw ter zitting aangegeven dat de kinderen graag naar een andere woning zouden willen verhuizen, vanwege de gebeurtenissen tijdens het huwelijk in de huidige woning. [minderjarige 2] heeft vaak nachtmerries over het incident met de niet fatale verwurging.

De man

Door en namens de man is in verweer aangevoerd dat de man zich na de scheiding in [plaats 1] heeft gevestigd om dichtbij de kinderen te kunnen wonen. In de echtscheidingsprocedure heeft de vrouw eveneens verzocht om vervangende toestemming voor een verhuizing naar [plaats 2] . Dit is door de rechtbank afgewezen. De man verwijst naar het verweer dat hij in voormelde procedure heeft gevoerd. Hij herhaalt met klem dat hij betwist dat er sprake zou zijn geweest van een niet-fatale verwurging, zoals de vrouw stelt. De man geeft aan dat de toestemming voor een verhuizing destijds niet alleen is geweigerd omdat dit de gestarte hulpverlening zou doorkruisen. Er zijn door de rechtbank ook andere gronden voor de weigering genoemd. Ook nu weer wordt door de vrouw geen concrete informatie verstrekt over de plaats waar zij zich met de kinderen zou willen gaan vestigen. De door haar genoemde gemeenten zijn erg verschillend en ook de afstand van [plaats 1] tot de vier gemeenten verschilt. De vrouw heeft de verhuizing dan ook niet goed doordacht of voorbereid. Onbekend is welke school de kinderen bij een eventuele verhuizing zouden kunnen gaan bezoeken en welke voorzieningen er in de nieuwe woonplaats aanwezig zijn. De vrouw laat voorts na aan te geven en/of te onderbouwen op welke wijze haar zoektocht naar een woning is vormgegeven. Ook verstrekt zij geen concrete informatie welke personen zij met haar netwerk bedoelt. De man meent dat de vrouw de noodzaak van de gewenste verhuizing onvoldoende heeft onderbouwd. Hij erkent dat de vrouw belast is met het grootste deel van de zorg voor de kinderen. Hij begrijpt dat zij dit als een zware last ervaart en dat zij het fijn zou vinden als zij een keer een weekeinde voor zichzelf zou hebben. De man meent echter dat er geen verhuizing naar een van de vier genoemde gemeenten nodig is om een vrij weekend voor de vrouw te faciliteren. Anders dan de vrouw stelt, is het wat de man betreft wel degelijk mogelijk dat de huidige contactregeling binnen afzienbare tijd wordt uitgebreid. De man heeft meermaals aangegeven en aangeboden dat hij de vrouw zou kunnen ondersteunen op de doordeweekse dagen. Dit wilde de vrouw pertinent niet. De man heeft tevens aangegeven positief te staan tegenover een uitbreiding van de contactregeling met [minderjarige 3] en [minderjarige 2] in het weekend. Dat het nu nog niet zover is, rechtvaardigt niet de conclusie van de vrouw dat dit niet meer gaat gebeuren. De vrouw stelt ten onrechte dat de vraag of een verhuizing invloed zal hebben op een bestaande zorgregeling het belangrijkste criterium is in de Nederlandse jurisprudentie over verhuizingen. Het belang van het kind dient een overweging van de eerste orde te zijn.

De man stemt niet in met een verhuizing van de kinderen naar [plaats 2] , [plaats 4] , [plaats 3] of [plaats 5] . Het verzoek van de vrouw dient te worden afgewezen omdat het niet voldoende is onderbouwd. Het belang van de vrouw om zich te vestigen op een plaats naar keuze weegt niet op tegen de andere belangen die bij de beoordeling van het verzoek dienen te worden betrokken. De communicatie tussen partijen loopt nog steeds bijzonder stroef. De ouders zijn nog steeds niet in staat om zonder tussenkomst van hulpverlening met elkaar te communiceren en te overleggen. De man vreest dat een verhuizing van de kinderen tot gevolg zal hebben dat er helemaal geen communicatie en/of overleg meer zal plaatsvinden over de kinderen. Dit klemt temeer omdat er op dit moment geen contact is tussen de man en [minderjarige 1] .

De kinderen hebben hun hele leven in [plaats 1] gewoond. Zij hebben hier hun volledige sociale leven. De man meent dat de vrouw niet of nauwelijks stil heeft gestaan bij de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen. Anders dan de vrouw meent, zal de contactregeling tussen de man en de kinderen wel degelijk worden beïnvloed door een verhuizing. Partijen zijn in dat geval meer tijd kwijt met halen en brengen. De vrouw geeft aan dat zij het redelijk zou vinden dat de man bij een verhuizing de heen- of terugreis voor zijn rekening zou nemen. De man ziet hier de redelijkheid niet van in, gelet op het feit dat de reistijd en de reiskosten op dit moment nihil zijn. Bovendien is niet bekend waar naartoe/vandaan gereisd zal moeten worden. De man heeft er bovendien geen vertrouwen in dat er nog structureel uitvoering aan de contactregeling zal worden gegeven als de vrouw zelfs voor het vervoer ondersteuning nodig heeft van haar netwerk. De man vreest dat het contact met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dan opnieuw onder druk zal komen te staan. De gewenste verhuizing zal nadelige financiële gevolgen hebben wanneer er reiskosten gemaakt moeten worden voor de contactregeling. Het inkomen van zowel de man als de vrouw is hiervoor ontoereikend. Ook de reistijd zal zowel voor partijen als de kinderen behoorlijk belastend zijn.

Wanneer de vrouw zou persisteren in haar wens om te gaan verhuizen, terwijl de toestemming ontbreekt, is de man meer dan bereid om de zorg voor de kinderen op zich te nemen. Het recht van de vrouw om met de kinderen te verhuizen wordt in algemene zin beperkt door de rechten en belangen van de kinderen en van de man. De man meent dat een verhuizing niet in het belang van de kinderen is. Het verzoek van de vrouw dient dan ook te worden afgewezen.

Tijdens de zitting is door en namens de man aanvullend aangevoerd dat hij zich iets kan voorstellen bij de wens van de vrouw om de voormalig echtelijke woning te verlaten en dus te verhuizen. Hij meent echter dat een andere woning ook binnen [plaats 1] kan worden gevonden. Het is immers de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ouders om bij elkaar in de buurt te blijven wonen, zodat zij samen de zorg voor de kinderen kunnen dragen. De contactregeling met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verloopt goed. De man komt [minderjarige 1] zo nu en dan tegen op straat. Het contact verloopt dan heel ontspannen. Dit zou volgens hem een opening kunnen zijn voor een contactregeling in de toekomst. De man is bang dat hij de kinderen kwijt raakt wanneer zij naar de regio [plaats 2] zullen verhuizen. Hij is bekend met het feit dat de kinderen gepest worden. Een verhuizing is volgens hem niet de oplossing hiervoor. Er is reeds hulpverlening bij de kinderen betrokken. Voor [minderjarige 3] is een breed psychologisch onderzoek gestart en zal EMDR plaatsvinden. De man meent dat de ingezette hulpverlening moet worden gecontinueerd. Het is voor de kinderen schadelijk als dit wordt doorbroken met een verhuizing. De veerkracht om te verhuizen ontbreekt bij hen.

[minderjarige 1]

heeft bij de kinderrechter, samengevat, aangegeven dat zij graag wil verhuizen naar [plaats 2] of omgeving. Zij wordt al sinds de basisschool veel gepest en zij gaat daardoor niet graag het huis uit. Zij wil heel graag een nieuwe start maken in de omgeving van [plaats 2] . Zij heeft daar al gekeken naar scholen. [minderjarige 1] zou haar familie die in [plaats 2] en omgeving woont, vaker willen zien. Zij heeft geen contact met haar vader, behalve een enkele keer via WhatsApp wanneer zij zijn toestemming voor iets nodig heeft. Zij heeft geen behoefte aan contact met haar vader, vanwege vervelende ervaringen uit het verleden.

[minderjarige 2]

heeft bij de kinderrechter, samengevat, aangegeven dat ook zij graag wil verhuizen. Zij heeft veel last van nachtmerries die te maken hebben met de ruzies die er tussen haar ouders zijn geweest. Zij slaapt tegenover de kamer waar er nare dingen zijn gebeurd. Zij gaat elke week naar haar vader, maar zou liever om de week op zondag gaan. [minderjarige 2] zou graag naar een andere omgeving verhuizen om een nieuwe start te kunnen maken. Zij wordt nu gepest op school en kan niet veilig buiten spelen. Zij zou ook haar familie, die in de buurt van [plaats 2] woont, graag vaker zien.

[minderjarige 3]

heeft bij de kinderrechter, samengevat, aangegeven dat hij graag wil verhuizen zodat hij dichter bij zijn familie woont. Hij vindt het wel jammer dat hij dan naar een andere school moet, want hij heeft het wel naar zijn zin op zijn huidige school. Door alles wat er gebeurd is vindt [minderjarige 3] het huis waar hij nu woont niet fijn. Hij vindt het huis ook te klein en zou graag een eigen kamer hebben. Hij geeft aan dat hij een vol hoofd heeft door alles wat er is gebeurd. Hij zou graag om de week op zondag naar zijn vader gaan. Bij zijn vader kan hij dan leuke dingen doen.

De Raad

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een verhuizing van de vrouw met de minderjarigen, zoals verzocht. De wens van de vrouw en ook de kinderen om te verhuizen komt voort uit het turbulente verleden tussen partijen, waar de kinderen getuigen van zijn geweest. Zij moeten de gevolgen hiervan dragen en dat is niet altijd makkelijk. De kinderen zijn mogelijk minder weerbaar en de oudste twee hebben te maken met heftig pestgedrag. Daarnaast wonen de vrouw en de kinderen in een kleine woning, waar zij veel negatieve herinneringen aan hebben. Beide ouders erkennen dat een verhuizing naar een andere woning goed zou zijn. De Raad begrijpt de wens van de vrouw om buiten [plaats 1] en in de omgeving van haar netwerk te willen wonen. Daarbij ziet de Raad geen belemmering om toestemming te geven voor de vier door de vrouw genoemde mogelijke woonplaatsen. Wanneer de vrouw is verhuisd, blijft het haar verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de bestaande zorgregeling uitgevoerd kan blijven. Bij de keuze van de scholen kan de man worden betrokken. Gelet op de leeftijd van de kinderen is hun wens daarbij bepalend. Daarnaast is voor [minderjarige 3] de uitkomst van het onderzoek bepalend. Het is belangrijk dat partijen samen afspraken gaan maken wanneer er meer duidelijk is over de nieuwe woonplaats. Dit kan eventueel via bemiddeling van het CJG of de advocaten. De Raad denkt dat een toewijzing van het verzoek bij de vrouw (en ook de kinderen) meer ruimte gaat geven, waardoor de veerkracht automatisch toeneemt. Afhankelijk van het verloop van het persoonlijke traject van de man is er in de toekomst mogelijk ruimte bij hem voor een ruimere contactregeling. Daarbij moet de wens van de kinderen worden betrokken. Het is belangrijk dat dit onderwerp van gesprek blijft.

5. De beoordeling

Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en dat brengt met zich mee dat de vrouw voor een verhuizing met de kinderen de toestemming van de man nodig heeft. Indien partijen als ouders het hierover niet eens worden, kan het geschil, op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijke Wetboek (BW), worden voorgelegd aan de rechter. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

Overeenkomstig vaste rechtspraak (HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901 en HR 26 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ0293) dient de rechter bij zijn beslissing over een kwestie zoals de onderhavige alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen. In de rechtspraak zijn criteria ontwikkeld aan de hand waarvan een verzoek tot vervangende toestemming tot verhuizing kan worden beoordeeld. Deze criteria zijn:

- de noodzaak om te verhuizen;

- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;

- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing van de minderjarigen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;

- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;

- de rechten van de andere ouder en de minderjarigen op contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;

- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;

- de frequentie van het contact tussen de minderjarigen en de andere ouder voor en na de verhuizing;

- de leeftijd van de minderjarigen, hun omgeving en de mate waarin de minderjarigen geworteld zijn in hun omgeving;

- de (extra) kosten van de contactregeling na de verhuizing.

Het belang van het kind dient daarbij een eerste overweging te zijn. Hieruit mag niet worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over de gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen andere belangen zwaarder wegen.

De rechtbank stelt voorop dat de vrouw het recht heeft haar verblijfplaats te kiezen en een nieuw leven op te bouwen. De vrijheid van de vrouw om met de kinderen te verhuizen, kan echter worden beperkt op een wijze die in de wet is voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, waaronder ook het advies van de Raad, zal de rechtbank de vrouw de verzochte toestemming verlenen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking het belang van stabiliteit in het functioneren van de vrouw en de kinderen. De rechtbank acht het aannemelijk dat een verhuizing voor de vrouw noodzakelijk is. De huidige woning is te klein voor het gezin en zowel de vrouw als de kinderen hebben hier traumatische ervaringen opgedaan. Daarnaast speelt een rol dat de twee oudste kinderen al lange tijd fors worden gepest. De gevolgen van dit pestgedrag zijn zeer schadelijk voor hun ontwikkeling. [plaats 1] is een klein dorp, een verhuizing binnen [plaats 1] zal naar het oordeel van de rechtbank niet afdoende zijn om te voorkomen dat de kinderen blootgesteld blijven aan dit pestgedrag. De vrouw heeft immers al op verschillende manieren geprobeerd om hier een oplossing voor te vinden. Dit is helaas niet gelukt.

De rechtbank ziet de noodzaak om vervangende toestemming te verlenen voor een verhuizing naar een breed gebied, zoals primair verzocht. Dit maakt de kans groter om een passende woning te vinden en aansluitend passend onderwijs voor alle drie de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat de voorbereiding die door de vrouw is gedaan, gezien de mogelijkheden die er zijn in de huidige woningmarkt, voldoende zijn. De bestaande contactregeling met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt niet belemmerd door de verhuizing. Deze kan in de toekomst eventueel zelfs wat worden uitgebreid, rekening houdend met wat de kinderen en de man hierin aan kunnen. De man stelt overigens terecht dat hij na een verhuizing geen kans meer heeft om [minderjarige 1] toevallig tegen te komen. De rechtbank begrijpt dat hij dit moeilijk vindt, echter, zij stelt vast dat het contact dat hij op dit moment met haar heeft via andere middelen, zoals sociale media, met een verhuizing niet wordt belemmerd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [minderjarige 1] heeft aangegeven niet open te staan voor andersoortige contacten en zeker niet voor een reguliere contactregeling met de man.

Ten aanzien van het vervoer van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] na de verhuizing in het kader van de contactregeling is de rechtbank van oordeel dat het uitgangspunt hierbij is dat de kinderen door de vrouw worden gebracht naar de man en dat de man hen aan het einde van het contact terugbrengt. Op deze wijze laten beide ouders zien dat er emotionele toestemming bestaat voor het contact met de andere ouder. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt.

De rechtbank wijst er ten slotte op dat er reeds hulpverlening is betrokken bij partijen voor de onderlinge communicatie. Dit kan worden voortgezet in de regio waar de vrouw gaat wonen. De resultaten van het huidige ingezette onderzoek bij [minderjarige 3] kunnen hierin worden meegenomen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat er met de verhuizing meer rust ontstaat bij de vrouw en de kinderen. Ook voor de man zal er meer duidelijkheid zijn. Mogelijk ontstaat er in deze situatie meer ruimte om tot een vorm van oudercommunicatie te komen.

Proceskosten

Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de vrouw. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

Brief aan [minderjarige 3]

Zoals beloofd zal de kinderrechter [minderjarige 3] een brief sturen met uitleg over de genomen beslissing. In deze brief staat het volgende:

Beste [minderjarige 3] ,

Op 11 maart 2026 heb jij een gesprek gehad met de kinderrechter, meneer Van Gessel. Je hebt toen met hem gesproken over de wens van je moeder om te gaan verhuizen. Jouw zussen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , hebben die dag ook met deze rechter gesproken. Op 12 maart 2026 heeft er een zitting plaatsgevonden, waarbij deze rechter met nog twee andere rechters met jouw ouders en hun advocaten heeft gesproken. Daarbij was ook een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Wij, de drie rechters, hebben samen een beslissing genomen over de vraag van jouw moeder.

Jij hebt mij verteld dat jullie nu in een klein huis wonen. Er zijn in dat huis nare dingen gebeurd tussen je ouders, waardoor jij er niet graag meer woont. Jij zou graag dichter bij je familie willen wonen en zou dan om de week op zondag naar je vader willen gaan.

Wij hebben goed geluisterd naar wat iedereen heeft verteld. Wij hebben beslist dat jouw moeder met jullie mag gaan verhuizen naar [plaats 2] , [plaats 3] , [plaats 4] of [plaats 5] , zoals je moeder heeft gevraagd. Wij vinden het belangrijk dat jullie een nieuwe start kunnen gaan maken in een nieuwe omgeving. Het is nog niet helemaal duidelijk waar jullie precies gaan wonen, omdat je moeder nog een huis moet vinden. Als je moeder een huis heeft gevonden zal zij ook, samen met jullie een school voor jullie gaan zoeken. Jij kunt gewoon met [minderjarige 2] naar je vader blijven gaan, zoals je nu doet.

Wij hopen dat deze beslissing voor jullie allemaal rust en duidelijkheid zal geven.

Met vriendelijke groet,

De rechters

6. De beslissing

De rechtbank:

geeft aan de vrouw – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man – toestemming om met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verhuizen naar [plaats 2] , [plaats 3] , [plaats 4] of [plaats 5] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026 door mr. Van Gessel, voorzitter, mr. Phillips en mr. Skrotzki, allen kinderrechters, in aanwezigheid van Van Beijsterveldt, griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Van Gessel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand