beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/413073 / FA RK 23-3931
datum uitspraak: 9 april 2026
nadere beschikking over omgang
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. W.H.P. de Jongh uit Roosendaal,
tegen
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende in [plaats 2] , gemeente Halderberge,
advocaat: mr. J.J.R. Albicher uit Roosendaal,
betreffende de minderjarige:
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. Het verdere procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 3 april 2024 en alle daarin vermelde stukken;
- het e-mailbericht van 23 december 2025 van de jeugdprofessional van de
gemeente Roosendaal met bijlage;
- het e-mailbericht van de Raad van 30 december 2025;
- de brief van de Raad van 3 februari 2026;
- de brief van mr. De Jongh van 25 februari 2026;
- het F5-formulier van mr. Albicher van 11 maart 2026;
- de brief van mr. De Jongh van 24 maart 2026.
2. De nadere beoordeling
Bij beschikking van 3 april 2024 heeft de rechtbank partijen en [minderjarige] verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-West voor een hulpverleningstraject in het kader van het Uniform Hulpaanbod (UHA). De beslissing op het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van kinderalimentatie is afgewezen. De beslissing op het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling is aangehouden tot7 januari 2025 pro forma in afwachting van de UHA-rapportage.
Partijen en [minderjarige] zijn op 9 januari 2025 gestart met een hulpverleningstraject bij zorgaanbieder [zorgaanbieder].
Op 23 december 2025 is het hulpverleningstraject van [zorgaanbieder] negatief terug gemeld bij de rechtbank en de Raad. De Raad heeft de zaak gescreend en heeft geadviseerd om de zaak op zitting (verder) te behandelen.
Bij brief van 25 februari 2026 heeft mr. De Jongh namens de vrouw verzocht om de zaak na de eindexamens van [minderjarige] , te weten na 23 juni 2026, op zitting te behandelen.
Bij F5-formulier van 11 maart 2025 heeft mr. Albicher namens de man het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] ingetrokken. Verzocht wordt om de zaak schriftelijk af te doen. Er bestaat geen behoefte aan een zitting.
Bij brief van 24 maart 2026 heeft mr. De Jongh aan de rechtbank laten weten dat de vrouw zich niet verzet tegen de intrekking van de man van zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige] . De zaak kan schriftelijk worden afgedaan.
Nu de man zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling heeft ingetrokken, ligt dit verzoek niet meer ter beoordeling aan de rechtbank voor en kan de rechtbank dit verzoek niet langer onderzoeken. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling af;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Tempel en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026 in aanwezigheid van mr. Snatersen, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.