ECLI:NL:RBZWB:2026:3917

ECLI:NL:RBZWB:2026:3917

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 10-05-2026
Zaaknummer C/02/446907 / JE RK 26-612
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Spoedmachtiging uithuisplaatsing pleeggezin zonder verhoor belanghebbenden

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446907 / JE RK 26-612

Datum uitspraak: 9 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Eindhoven,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

met een briefadres ingeschreven te [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .

[minderjarige 1] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 26 september 2023 is (de toen nog ongeboren) [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 26 september 2023 en tot 26 september 2024. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, laatstelijk tot 9 december 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van vier weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Daarnaast verzoekt de GI om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening van pleegzorg te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Bovendien verzoekt de GI om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling

Uit het verzoek van de GI blijkt dat de moeder, na een langdurig traject in een moeder-kindhuis, sinds juli 2025 onbegeleid in een eigen woning met [minderjarige 1] verblijft. De moeder krijgt ambulante hulpverlening vanuit [accommodatie] . De betrokken hulpverlening heeft ervoor gezorgd dat de moeder op een geheim adres is komen te wonen, zodat de moeder en [minderjarige 1] worden beschermd tegen de vader. De moeder heeft haar geheime adres echter tegen de afspraken in gedeeld met de vader. Vervolgens heeft er drie weken nadat moeder naar dit adres was verhuisd, tussen de ouders een (gewelds)incident plaatsgevonden, waardoor de moeder blauwe plekken heeft opgelopen. [minderjarige 1] was daarbij in de woning aanwezig.

Gedurende de ondertoezichtstelling is gebleken dat de ouders zich structureel niet aan de veiligheidsafspraken houden, ondanks herhaalde vastlegging, begeleiding en het inzetten van schriftelijke aanwijzingen. De ouders vertonen onvoldoende openheid en transparantie richting de GI en de hulpverlening, handelen regelmatig in strijd met afspraken en zien de zorgen van de betrokken hulpverlening onvoldoende in.

De vader is halverwege maart 2026 vrijgekomen en komt, tegen de afspraken in, bij de moeder over de vloer. Zo is de betrokken hulpverlening op 8 april 2026 op onverwachts huisbezoek gegaan bij de moeder. Een begeleider zag toen dat de vader zich onder een deken verstopte op het balkon. De vader rook op dat moment naar alcohol en uitte dreigementen. Nadat de vader door de politie uit het gebouw is gehaald en de moeder en [minderjarige 1] een nachtje bij [accommodatie] verbleven, blijkt uit camerabeelden dat de vader later die dag alsnog de woning is binnengekomen en de sleutel heeft. Daarnaast is gebleken dat de moeder onvoldoende weerstand kan bieden tegen de invloeden van de vader. De moeder geeft aan verslaafd te zijn aan de vader en van hem afhankelijk te zijn, met als gevolg dat zij zichzelf en [minderjarige 1] in onvoorspelbare en onveilige situaties brengt. Er zijn grote zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige 1] , vooral in het bijzijn van de vader.

Het is de kinderrechter verder gebleken dat de GI op 7 april 2026 een melding heeft ontvangen van de pleegmoeder van de minderjarige broer van [minderjarige 1] ( [minderjarige 2] ). [minderjarige 2] is stiekem bij de vader op bezoek geweest en heeft van de vader bier gekregen. Tijdens dit bezoek heeft ook een gewelddadig incident plaatsgevonden, waarbij de vader [minderjarige 2] op de grond heeft vastgehouden op een manier waardoor [minderjarige 2] bijna geen lucht meer kreeg. De moeder was van dit incident op de hoogte, maar heeft dit niet gemeld bij de betrokken instanties.

De moeder ziet tevens niet de risico’s in van onbegeleid contact tussen de vader en [minderjarige 1] . [minderjarige 1] is, gelet op haar jonge leeftijd, zeer kwetsbaar, waarbij het ervaren van basisveiligheid een vereiste is. De vader is onvoorspelbaar en bedreigend gebleken en het lukt de moeder niet om voor [minderjarige 1] blijvende veiligheid te creëren. De moeder blijft immers, ondanks haar toezeggingen het in de toekomst beter te doen, tegen de veiligheidsafspraken in contact zoeken met de vader, de vader opzoeken en de vader toelaten in de woning en is hierover niet open naar de betrokken hulpverlening. De moeder blijkt derhalve onvoldoende leerbaar, hulpverlening en toezicht worden stelselmatig omzeild of ondermijnd en afspraken en waarschuwingen hebben niet tot verandering geleid. Er is hierdoor een groot risico op herhaling en escalatie en daarmee een groot risico op een onveilige situatie voor [minderjarige 1] .

Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige 1] met spoed uit huis wordt geplaatst. De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] . De situatie is structureel en acuut onveilig, nu er geen direct toezicht is in de woning van de moeder en de vader beschikt over de sleutels van de woning. Er bestaat ook een reëel risico dat de moeder [minderjarige 1] zal onttrekken aan het toezicht. Er moet worden voorkomen dat [minderjarige 1] uit beeld verdwijnt of opnieuw aan ernstige risico’s wordt blootgesteld. De kinderrechter zal daarom een spoedmachtiging verlenen om [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van twee weken, met ingang van 9 april 2026 en tot 23 april 2026, onder aanhouding van het restant.

Aan de moeder zal een advocaat worden toegevoegd. De GI, de moeder (en de nog te benoemen advocaat) en de vader worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven tijdens de nader te noemen mondelinge behandeling.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 9 april 2026 en tot 23 april 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2026 om [uur] voor de duur van 45 minuten ten overstaan van mr. Van de Merbel, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de moeder (en haar advocaat) en de vader;

behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven door mr. Zuijdweg, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand