RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
zaak/rekestnr: C/02/446275 / FA RK 26-1464
datum uitspraak: 10 april 2026
beschikking betreffende meerderjarigverklaring
op het verzoek van
[persoon] , hierna te noemen [persoon] ,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat: mr. A.A. Broekman-de Feijter te Terneuzen.
Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt:
[de grootvader] , hierna te noemen de grootvader,
wonende te [plaats 1] ,
en
[de grootmoeder] , hierna te noemen de grootmoeder,
wonende te [plaats 1] .
Als informant is in de procedure betrokken:
[de vader] , hierna te noemen de vader,
wonende te [plaats 2] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen de Raad.
1. Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 19 maart 2026 ingekomen verzoek tot meerderjarigverklaring, met bijlagen.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 april 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen [persoon] , bijgestaan door haar advocaat, en de grootmoeder. Tevens waren aanwezig de vader van het ten tijde van de zitting nog ongeboren kind en een vertegenwoordigster van de Raad.
De grootvader is, alhoewel correct te zijn opgeroepen, niet verschenen.
2. De feiten
[persoon] is geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] en is op dit moment minderjarig.
De grootvader en de grootmoeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over [persoon] .
[persoon] is zwanger van de vader en is uitgerekend in april 2026.
De vader is nog minderjarig.
3. Het verzoek
[persoon] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar op grond van artikel 1:253ha BW meerderjarig te verklaren.
[persoon] heeft tijdens de zitting het verzoek nader toegelicht.
4. De standpunten
De vader heeft aangegeven achter het verzoek van [persoon] te staan.
De grootvader en de grootmoeder hebben aangegeven in te stemmen met het verzoek.
De Raad heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen. Het is passend dat [persoon] meerderjarig wordt verklaard zodat zij het gezag over haar kind kan uitoefenen. De ouders hebben goed nagedacht over wat er moet gebeuren voor het ongeboren kind. De aanstaande ouders en de grootouders werken goed samen en er staat een betrokken netwerk rondom de vader en [persoon] heen.
5. De beoordeling
[persoon] is op dit moment minderjarig en zal ook tijdens de geboorte van het ongeboren kind minderjarig zijn. [persoon] verzoekt de kinderrechter om meerderjarig te worden verklaard omdat zij zelf alle beslissingen over haar ongeboren kind wil nemen. Met toewijzing van het verzoek is dat mogelijk omdat zij dan van rechtswege het gezag krijgt over haar kind.
Op grond van artikel 1:253ha Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de minderjarige vrouw die als degene die het gezag heeft, haar kind wenst te verzorgen en op te voeden, een verzoek indienen om meerderjarig te worden verklaard als zij de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. Dit verzoek kan voor de bevalling worden gedaan. Op grond van lid 4 van artikel 1:253ha BW willigt de kinderrechter het verzoek slechts in indien zij dit in het belang van de moeder en haar kind wenselijk oordeelt.
De kinderrechter stelt allereerst vast dat [persoon] 17 jaar oud is. Zij is dan ook ontvankelijk in haar verzoek.
[persoon] is op dit moment hoogzwanger en is in april 2026 uitgerekend. Hoewel de zwangerschap onverwachts kwam, hebben zij en de vader besloten om er samen voor te gaan met steun van hun familie. De ouders hebben de afgelopen maanden voorbereidingen getroffen voor de komst van hun kind. Zo heeft [persoon] nagedacht over de opvang van de baby en heeft zij nagedacht hoe zij haar school kan vormgeven. [persoon] heeft goede afspraken gemaakt met school over het doen van haar examen dit jaar. Als [persoon] haar school heeft afgerond wil ze eerst een jaar gaan werken en daarna aan de kappersopleiding beginnen. [persoon] en de vader hebben met beide grootmoeders afspraken gemaakt over de opvang van de baby. Ook heeft [persoon] met de betrokkenen om haar heen afspraken gemaakt over de financiële kant van het ouderschap. De kinderrechter heeft tijdens de zitting ook kunnen opmerken dat de ouders een liefdevol netwerk hebben en dat zij hier veel steun van krijgen. Zowel de grootouders moederszijde als de grootmoeder vaderszijde zijn erg betrokken en helpen de aanstaande ouders waar nodig. De grootouders moederszijde ondersteunen het verzoek van [persoon] en vinden dat zij goed in staat is om keuzes/beslissingen te maken. De kinderrechter leidt ook uit de stukken en de zitting af dat [persoon] in staat is om weloverwogen keuzes te maken voor het ongeboren kind. De kinderrechter vindt het dan ook in het belang van [persoon] en het ongeboren kind dat [persoon] meerderjarig wordt verklaard zodat zij van rechtswege het gezag krijgt en zelf de beslissingen over het ongeboren kind kan nemen.
Op grond van artikel 1:253ha lid 3 BW kan de kinderrechter niet eerder dan na de bevalling op het verzoek beslissen. De kinderrechter ziet in dit geval echter aanleiding om hiervan af te wijken. De in de wet aan de minderjarige moeder geboden mogelijkheid om meerderjarig te worden verklaard is primair gegeven om haar in staat te stellen zelf haar kind te kunnen verzorgen en op te voeden. Indien de kinderrechter pas na de bevalling op het verzoek beslist, zal er direct na de bevalling een gezagsvacuüm ontstaan. De kinderrechter acht dat niet in het belang van het ongeboren kind aangezien niet uit te sluiten is dat er tijdens of na de bevalling beslissingen over het kind genomen moeten worden. Zoals hiervoor is overwogen acht de kinderrechter [persoon] in staat om die beslissingen te nemen. Zo nodig kan zij zich daarbij gesteund worden door een stabiel netwerk. De kinderrechter heeft niet de verwachting dat de situatie en het vermogen van [persoon] om beslissingen te kunnen nemen na de bevalling anders zal zijn dan nu het geval is. [persoon] is immers ook al binnen afzienbare tijd uitgerekend. De kinderrechter acht het in het belang van het ongeboren kind dat [persoon] tijdens en direct na de bevalling beslissingen kan nemen. De kinderrechter zal daarom bepalen dat de meerderjarigverklaring ingaat op het tijdstip waarop het kind wordt geboren en wijst het verzoek van [persoon] dan ook toe.
De beslissing tot meerderjarigverklaring zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat het in verband met de aanstaande geboorte van het kind noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen werking heeft.
6. De beslissing
De kinderrechter
verklaart [persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009, meerderjarig met ingang van het tijdstip dat zij is bevallen van haar kind;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
gelast de griffier van deze rechtbank deze beslissing in het gezagsregister in te schrijven.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.